Australië maakt einde aan fictie dat het land vóór 1788 leeg was

WELLINGTON, 20 OKT. De Australische minister-president Paul Keating heeft onverwachts een akkoord weten te sluiten over de grondbezitsrechten van de inheemse bewoners, de Aboriginals. Keating gaat nu een wet indienen waarmee een eind komt aan de wettelijke fictie dat Australië vóór de komst van de Britse kolonisten in 1788 een leeg land was dat aan niemand toebehoorde.

De Aboriginals zullen financieel worden gecompenseerd voor grond die hun is afgenomen. Beslissingen over gebruik van door Aboriginals geclaimde grond zullen door speciale tribunalen worden genomen. De inheemse bewoners krijgen daarover geen veto.

Het akkoord is met instemming begroet door Aboriginals, boeren- en mijnbouworganisaties en de regeringen van de meeste deelstaten. De overeenkomst betekent een welkome politieke zege voor Keating, die geplaagd werd door onvermogen om de begroting van zijn regering door de Senaat te laten goedkeuren en de steun voor zijn Republikeinse plannen ziet teruglopen. Volgens de minister-president betekent het akkoord dat de verhoudingen tussen de inheemse Australiërs en nieuwkomers “na 200 jaar op hun fundamentele waarheid in plaats van een fundamentele leugen zullen zijn gebaseerd”.

Voorzitter Lois O'Donoghue van de Aboriginal Torres Strait Islander Commission, die overheidssteun aan de inheemse bewoners verschaft, vindt het akkoord van historisch belang. “Het komt niet alleen tegemoet aan de belangen van ons volk, maar aan die van alle Australiërs. Het betekent dat we nu samen de lange weg van verzoening kunnen inslaan”, aldus O'Donoghue.

De overeenkomst maakt een einde aan anderhalf jaar onzekerheid. In juni vorig jaar bepaalde het Australische Hooggerechtshof dat de inheemse bewoners rechten konden doen gelden op grond, die ze nooit hadden verkocht en waarmee ze een aantoonbare en onafgebroken band hadden. De naar de inmiddels overleden Aboriginal-leider Eddie Mabo genoemde uitspraak zaaide paniek onder veel Australische boeren, die grond van de deelstaatregeringen hadden gepacht, en dreigde ook de in Australië economisch zeer belangrijke investeringen in de mijnbouw te frustreren.

De onderhandelingen over het akkoord verliepen traag, omdat de vertegenwoordigers van de Aboriginals vasthielden aan vetorechten over mijnbouwactiviteiten in gebieden waarop ze een inheems eigendomsrecht konden laten gelden. Ze eisten tevens dat in het verleden door regeringen afgegeven pachtovereenkomsten niet automatisch betekenden dat aan hun eigendomsrechten een einde kwam. Ze werden hierin tot maandag gesteund door de minister-president, die in het kabinet echter een minderheidspositie bleek in te nemen. De doorbraak kwam toen de Aboriginals aanvaardden dat grond die thans in hun particulier eigendom is, ook als inheems grondbezit kan worden erkend. Dat garandeert dat deze grond tot in lengte van dagen bezit van de Aboriginals zal blijven.

De Aboriginals kunnen ook rekenen op financiële steun uit wat de regering het “sociaal rechtvaardigheidsfonds” noemt. Hierin zullen zowel de federale als deelstaatregeringen en mijnbouwbedrijven geld storten, dat voor de sociaal-economische ontwikkeling van de nu vaak in schrijnende omstandigheden levende 250.000 inheemse bewoners zal worden gebruikt.

Volgens Keating gaat het in de komende jaren om honderden miljoenen guldens. Het fonds betekent ook dat de Aboriginals die niet direct van de Mabo-beslissing profiteren, daar toch baat bij hebben. Volgens schattingen kan slechts een op de twintig inheemse bewoners met recht aanspraak maken op inheems grondbezit.

Toch is niet iedereen gelukkig met de doorbraak. Volgens radicale Aboriginal-actievoerders hadden de inheemse leiders die het akkoord met de regering sloten, niet het recht om een overeenkomst namens alle Aboriginals te sluiten. De conservatieve premier Richard Court van de grootste deelstaat, West-Australië, verklaarde dat de Aboriginals inheems eigendom kunnen laten gelden op 40 procent van het grondgebied van zijn staat. “Daardoor zullen we nog jarenlang door claims en de rechtbanken worden achtervolgd”, aldus Court.