Wapengeweld tegen autonomie van "West-Bosnië'; Abdic bedreiging voor Izetbegovic

De strijd om de controle van de moslim-enclave Bihac, die zich eind september uitriep tot "Autonome Provincie West-Bosnië', is nog niet beslist: er is van tijd tot tijd sprake van gevechten tussen de militie van "president' Abdic en het Vijfde Legerkorps, dat loyaal is aan de Bosnische president Izetbegovic. Dat is gevaarlijk voor het toch al tanende gezag van Izetbegovic.

Veel details over het verloop van het conflict tussen de moslims in de geïsoleerde Cazinska Krajina, zoals de regio Bihac bekendstaat, zijn niet voorhanden: sinds het leger de lokale zender die trouw was aan "president' Fikret Abdic uit de lucht heeft gehaald moet de buitenwereld afgaan op radio-Sarajevo, de partijdige spreekbuis van Izetbegovic, en de Abdic-gezinde Servische en Kroatische media, die propagandistisch garen spinnen bij de ruzie in moslim-kring.

Op 27 september riep Abdic de provinciale autonomie van "West-Bosnië' uit, compleet met een eigen regering, parlement, Hooggerechtshof en leger. Binnen enkele dagen betuigden 100.000 van de 300.000 inwoners van de enclave hem hun steun. Abdic vormde een eigen partij, de Moslim Democratische Partij. Hij motiveerde zijn stap met het argument dat Izetbegovic zich steeds meer als een dictator gaat gedragen en pogingen onderneemt om de Cazinska Krajina bij de Bosnische oorlog te betrekken.

Izetbegovic veroordeelde Abdic' stap als “een dolkstoot in de rug van de moslims” en “een poging ons weer in stammen te verdelen”: “Abdic brengt ons vijftig jaar achterop. Bosnië is al genoeg opgesplitst. Wat denkt Abdic te bereiken? Dat hij stamhoofd wordt?” De president liet het Bosnische Hooggerechtshof de uitroeping van de autonomie als strijdig met de grondwet veroordelen en Abdic uit zijn Partij van Democratische Actie (SDA) en het Bosnische staatspresidium zetten. Hij gaf generaal Ramiz Drekovic, commandant van het Vijfde Legerkorps, een twee meter lange reus die net als veel andere moslim-vechtjassen afkomstig is uit de Sandzak, opdracht een eind te maken aan de rebellie.

Sindsdien is op een aantal plaatsen slag geleverd, waarbij zeker twaalf en mogelijk zelfs vijftig doden zijn gevallen. Het gebied is in tweëen gesplitst, een noordelijke helft rond Velika Kladusa die door Abdic wordt gecontroleerd en een zuidelijke helft onder Drekovic' controle. Abdic zou niet alleen de steun genieten van zijn eigen militie, maar ook van 2500 (volgens het Joegoslavische persbureau Tanjug zelfs veel meer) overgelopen soldaten van het Vijfde Legerkorps.

Sindsdien wordt er over en weer sporadisch gevochten en verder vooral gescholden: voor Abdic c.s. zijn hun tegenstanders moslim-fundamentalisten en vertegenwoordigers van “de doodkiststaat” van “de fascist” Izetbegovic, die Bosnië “in een suïcidale oorlog heeft gestort”; voor radio-Sarajevo zijn Abdic' autonomisten “cetniks, huurlingen, desperado's en sluipschutters”; Abdic, aldus radio-Sarajevo, betaalt iedereen die voor hem wil vechten duizend mark als ze een geweer hebben en duizend Oostenrijkse schilling als ze geen geweer hebben. “Hij is het geheime wapen van de Serviërs en werkt samen met de daders van genocide.”

Fikret Abdic, zakenman en politicus, is de "peetvader' van de regio - een regionale cult figure zelfs. Zijn bijnaam "Babo' (Vadertje) is zo ongeveer de warmste koosnaam waarmee men in Bosnië iemand kan eren. Hij werd in 1967 directeur van Agrokomerc, toen een noodlijdende kippenfarm met dertig werknemers in Velika Kladusa. Twintig jaar later was Agrokomerc de grootste voedselketen van Joegoslavië; het deed zaken met 22 landen en bood in de onontwikkelde regio werk aan 13.000 mensen; nog eens 50.000 anderen waren bij toeleveringsbedrijven afhankelijk van Agrokomerc: de hele Cazinska Krajina draaide op Agrokomerc.

In augustus 1987 bleek dat Abdic zijn miljoenenbedrijf voor een belangrijk deel op fraude en bedrog had opgebouwd: hij had voor één miljard dollar ongedekte waardepapieren uitgegeven. Het Agrokomerc-schandaal was het grootste financiële schandaal uit de Joegoslavische geschiedenis: de bankwereld schudde op zijn grondvesten, tientallen bedrijven gingen failliet en een groot aantal politici moest aftreden, van lokale en regionale leiders tot en met Hamdija Pozderac, vice-president van Joegoslavië. Bosnië liep door het Agrokomerc-schandaal een trauma op dat politiek nog jaren later een rol speelde. Abdic verdween in het gevang en Agrokomerc ging dicht.

Het werd een ramp voor de Cazinska Krajina: de regionale economie sloot simpelweg haar deuren. Duizenden werden van de ene dag op de andere werkloos. Winkels en bedrijven gingen dicht, banken sloten. Op de Agrokomerc-boerderijen vraten miljoenen kippen en kalkoenen bij gebrek aan voedsel elkaar op. Het leger moest drie vierkante kilometer grond afgraven om de kadavers te dumpen. In één klap was de Cazinska Krajina teruggeworpen op de armoede en werkloosheid van vroeger, een schok zo groot dat de Bosnische regering drie jaar lang geen afgezant naar de regio durfde sturen om het allemaal uit te leggen.

Abdic werd in 1990 vrijgesproken - formeel wegens gebrek aan bewijs, in werkelijkheid omdat hij kon aantonen dat hij met zijn frauduleuze gedrag alleen maar had gedaan wat in Joegoslavië iedereen deed: hij had het ene gat met het andere gedicht en binnen een irrationeel economisch systeem zijn bedrijf zo rationeel mogelijk geleid. Abdic' fraude was anno 1987 al de norm geworden in Joegoslavië.

Na zijn vrijlating na 700 dagen in de cel werd Agrokomerc herbouwd alsof er niets was gebeurd. Het werd opnieuw een miljoenenbedrijf. Tot na het uitbreken van de oorlog in de zomer van 1991 was Agrokomerc de belangrijkste voedselleverancier van het Joegoslavische federale leger en nog steeds draait alles in de regio om Agrokomerc.

Abdic' populariteit had onder het schandaal allerminst geleden. Bij de verkiezingen voor het Bosnische staatspresidium kreeg hij in 1991 49 procent van de voorkeurstemmen - tegen Izetbegovic maar veertig. En de stemmen op Abdic werden bepaald niet alleen in de Cazinska Krajina uitgebracht.

Zijn critici beschouwen Abdic als een mafiose wheeler-dealer, een opportunist en een zwarthandelaar, die al dertig jaar zaken doet zoals men in deze achteraf-contreien van Bosnië al eeuwen zaken doet: met handjeklap in de achterkamertjes van cafés en een netwerk van cliëntelisme en wederzijdse persoonlijke begunstiging. Abdic zou sinds het begin van de oorlog wapens hebben geleverd aan alle strijdende partijen, zelfs aan de beruchte Servische militieleider Arkan. Hij zou zijn milities laten trainen door de Kroatische vijand. Hij zou zich op grote schaal aan afpersing van hulpgelden uit het buitenland schuldig maken door tien procent van elk overgemaakt bedrag op te eisen. Oostenrijk zoekt hem wegens fraude: hij zou moslim-vluchtelingen en hun families in Bosnië voor acht miljoen dollar hebben bedrogen. Abdic, aldus de critici, handelt vanuit de mentaliteit dat wat goed is voor Abdic goed is voor Agrokomerc en dat wat goed is voor Agrokomerc goed is voor de hele regio: hij is corrupt en hij heeft geen scrupules.

Maar dat is een instelling die de 300.000 inwoners van de Cazinska Krajina niet per se afkeuren. Voor hun is "Babo' Abdic een weldoener die hun gebied tot ontwikkeling heeft gebracht: Agrokomerc en het welzijn van de bevolking zijn synoniem. Zonder Abdic was de Cazinska Krajina niet alleen de straatarme uithoek gebleven die het vóór de jaren zeventig was, maar zou het ook door de oorlog - Izetbegovic' oorlog - zijn verwoest. Op Velika Kladusa en op Cazin is nooit één Servische granaat gevallen, alleen om Bihac is even gevochten; deze enclave is de enige waar nooit hulpkonvooien zijn geblokkeerd of geplunderd, omdat Abdic de Kroaten èn de Serviërs - met veel geld - te vriend wist te houden. Kortom, niet alleen de welvaart, ook de vrede in de regio is het werk van Abdic.

Fikret Abdic is binnen de Bosnische politiek de tegenpool van Alija Izetbegovic: de zakelijke pragmaticus tegenover de Prinzipienreiter, de regionale peetvader tegenover de centralist, de man van het volk tegenover de intellectueel. Dat maakt hem een bedreiging voor de president, wiens populariteit in eigen kring niet bijzonder groot meer is. Niet alleen klinkt in andere door de moslims gedomineerde regio's inmiddels de roep om autonomie - vooral in Tuzla - maar ook de Kroaten en de Serviërs maken er geen geheim van veel liever zaken te doen met de pragmatische Abdic dan met de onbuigzame Izetbegovic. Vandaar het geweld tegen de Cazinska Krajina: als Izetbegovic in de moeilijke toestand van dit moment iets niet kan gebruiken, is het wel een rivaal die de eenheid van de Bosnische moslims ondermijnt.