Vredeskoorts levert weinig op

Als de Tel-Avivse effectenbeurs een graadmeter voor economische groei was, zou Israels economische plaatje er zonniger uitzien dan ooit. Met kleine terugvallen, na winstneming in de meeste gevallen, jaagt de vredeskoorts de aandelen week na week naar nieuwe hoogtepunten.

De visie van de minister van buitenlandse zaken, Peres, dat de handdruk tussen premier Rabin en PLO-leider Arafat de potentie heeft het Midden-Oosten in ongekende economische bloei te zetten blijft tot de verbeelding van de beursklanten spreken. Waarom niet? Zou de opzienbarende reis van Rabin naar China, Singapore en Indonsië geen winst voor de Israelische industrie en handel kunnen opleveren? Geruchten dat de Dode Zeewerken, de grote chemische fabrieken die kunstmest en broom uit de Dode zee toveren, een groot project in China zouden opzetten, deden de aandelen van deze grootste Israelische civiele onderneming vorige week met 10 procent stegen. Uitspraken van directeuren van het bedrijf dat deze geruchten in de Chinese sprookjeswereld thuishoren konden de speculanten niet overtuigen. De aandelen bleven stijgen. “Uitsluitend fantastische groei zonder precedent kan het niveau rechtvaardigen van de aandelen dat de meeste bedrijven op de beurs hebben bereikt”, schreef het blad Haarets vorige week op waarschuwende toon. De door dit blad geconstateerde kloof tussen de economische realiteit en het aanhoudende festival op de Tel-Avivse beurs baart de minister van financiën, Shohat, overigens wel zorgen. In het verleden is de beurs dramatischer ingestort dan Wall Street ooit is overkomen. Dat het weer tot zo'n krach komt is niet te verwachten, maar met dermate hoge koersen kunnen schokken niet uitblijven, tenzij de superoptimisten het bij het goede einde hebben en het vredesdividend geen hersenschim blijkt, maar snel realiteit wordt.

Voorlopig zet de vredesopwinding geen zoden aan de dijk. Integendeel. Er is sprake van een lichte terugval van de Israelische economie. Volgens het bureau van de statistiek zal het bruto nationaal produkt dit jaar in plaats van de voorziene 4,5 procent slechts 3,5 procent stijgen. Deze terugval wordt door economen toegeschreven aan het effect van de afsluiting van de bezette gebieden, waardoor Palestijnse arbeiders niet naar hun werk kunnen. Wellicht is bijstelling van het bnp naar boven voor 1993 naar 4 procent nog mogelijk omdat de Bank van Israel melding maakt van toenemende economische activiteiten in het derde kwartaal van dit jaar. De groei van de industriële export is dit jaar opvallend en wordt door de Bank van Israel op 17 procent geschat.

Na een aanvankelijk lichte vermindering van de werkloosheid vertoont deze graadmeter van de Israelische economie weer verontrustende tekenen. Op zichzelf is het een enorme prestatie dat de massa-immigratie uit het vroegere Sovjet-imperium de werkloosheid niet boven de 20 procent heeft opgedreven. Ondanks de komst van een half miljoen Russische joden in de afgelopen drie jaar is de werkloosheid nooit boven de 15 procent gekomen. Een paar maanden geleden zag het er zelfs naar uit dat de 10 procent binnen het bereik kwam, waardoor Israel niet gek zou afsteken bij het werkloosheidspeil in de meeste Europese landen. Maar nu rukt de werkloosheid weer op tot 11 procent en de grafiek blijft langzaam stijgen.

Israel heeft echter enkele grote vredesprojecten op stapel staan die de hele economie kunnen aantrekken en de werkloosheid op een aanvaardbaar peil houden. Er is sprake van de bouw van een hypermoderne snelweg van 600 kilometer van Eilath naar het noorden, die als een schakel zal liggen tussen een "vredeweg' tussen Egypte en Turkije, over Libanon met een vertakking naar Damascus. Er wordt hard gedacht over verregaande modernisering van de spoorwegen, over de aanleg van een metro in Tel Aviv en het graven van een kanaal tussen de Dode Zee en de Golf van Eilath/Akkaba.

Veel hangt af van de voortzetting en uitbouw van het vredesproces en de vraag of de internationale gemeenschap inderdaad de miljarden op tafel zal leggen om de Palestijnse bestuursautonomie een stevige economische infrastructuur te geven, waarvan ook Israelische ondernemers zullen profiteren. Op papier zijn de vooruitzichten rooskleurig, de beurs loopt er zelfs ver op vooruit. Maar de waarschuwingen van Israels politici en economen zijn beslist gepast.

    • Salomon Bouman