Verfijnde, jazzy improvisaties van Julyen Hamilton

Holland Dance Festival. Solo-voorstellingen door Julyen Hamilton. 1. Friday. Choreografie, kostuums: Julyen Hamilton; decor, licht: Stephen Crawford; geluidscollage: André Hoekzema. 2. Connecting Passages/Soft Verges. Choreografie: Richard Alston. Hortus B. Choreografie: Julyen Hamilton; piano: Alex Maguire. Gezien: 17 en 18/10 Den Haag Korzo theater. Aldaar: 19/10 3e programma.

Het Holland Dance Festival begon in 1991 met het nieuwe onderdeel The art of checking ego. Onder die noemer werd ter vergelijking een aantal jonge choreografen uit binnen- en buitenland gepresenteerd. Dit jaar is er gekozen voor slechts één rijpere danskunstenaar, de Brit Julyen Hamilton. Die experimenteert al vijftien jaar met improvisatietechnieken. Hij laat nu in drie opeenvolgende solo-programma's zien waar die proefnemingen toe hebben geleid.

Hamilton is hier sinds eind jaren zeventig bekend als danser bij de Dansstudio Pauline de Groot en medewerker van de Bewegingsstudio in Amsterdam. Daar vestigde hij zich en werd docent aan de Opleiding Moderne Dans van de Amsterdamse Theaterschool.

Destijds bracht hij met succes enkele eigen produkties uit als Musk (1982) en Musk: Red (1983). Met dat laatste dansstuk won hij een jaar later de Zilveren Theaterdansprijs van de Vereniging van Schouwburg en Concertgebouw Directies (VSCD). Daarna volgden nog enkele voorstellingen in het danswerkplaats circuit. In 1991 richtte hij een eigen groep, Company Hamilton, op en inmiddels woont hij in Spanje.

Van de twee programma's die ik in het Haagse Korzo theater bijwoonde bekoorde Hamiltons solo Friday - ontstaan in 1989 en 1990 - mij het minst. Het werk is gebaseerd op de gelijknamige roman van Michel Tournier, maar Hamilton geeft een eigen draai aan het thema. Het gaat hem voornamelijk om de (positieve) invloed van de natuurmens Friday op de geciviliseerde Robinson Crusoë. Die hervindt pas het kind in zichzelf als hij zich heeft bevrijd van culturele ballast.

Friday is een al te zeer uitgesponnen, verhalend dansstuk. De verschillende delen worden steeds door een geluidscollage ingeleid. Hamilton zelf danst echter vrijwel zonder begeleiding. Gespecialiseerd in de improvisatietechniek beweegt hij op het innerlijke ritme van het lichaam. Een manier van dansen die, hoewel ook fel en dynamisch van aard, toch tot "de softies' van deze kunst wordt gerekend.

De Engelse choreograaf Richard Alston bundelde in 1976 een aantal 'experimenten' van zijn studenten tot de choreografie Connecting passages/ Soft verges. Hamilton kreeg in 1978 toestemming om het werk uit te voeren. Het dansstuk bestaat uit een aaneenschakeling van rustig uitgevoerde, sobere bewegingsreeksen. Waarbij op een natuurlijke manier de mogelijkheden van het lichaam worden onderzocht als reiken, lopen, rollen en draaien. Een belangrijk element van de "nieuwe' dans uit de jaren zeventig is het zoeken naar balans, spanning en ontspanning.

Hortus B., zo beloofde Julyen Hamilton het publiek, zou "very much 1993' zijn, want de choreografie ontstaat ter plekke. Hij danst op de gespeelde improvisaties van de aanwezige jazz-pianist Alex Maguire. Met dien verstande dat de danser/choreograaf de muziek niet probeert te visualiseren, maar het lichaam spontaan laat reageren.

Het is Hamilton op zijn best, als danser en performer. Zijn bewegingen zijn tot in detail verfijnd, luchtig, jazzy en humoristisch. Zijn lijf is nog steeds soepel en veerkrachtig. Toch behoudt zelfs de meest agressieve beweging een ongevaarlijke zachtheid. En hoewel Hortus B. levendig en boeiend is, veroorzaakte het bij mij geen hartkloppingen.

    • Caroline Willems