Vaders en zonen

In de perskamer bij FC Utrecht vroeg iemand mij of "die Pauwe' van PSV wellicht nog familie was van die andere Paauwe genaamd Bas, een bekwame Feyenoord-middenvelder en 31 maal internationaal uit de dertiger jaren. “Nee”, zei ik, “dat kan niet want die Paauwe had twee a's in zijn achternaam en deze slechts één.” Aangezien het zeer fraai weer was verkeerde ik in een iets te zorgeloze stemming zodat de gedachte aan een drukfout in het programmablad eenvoudigweg niet bij me opkwam. Op voorspraak van Aad de Mos ontmoette ik na de wedstrijd de jonge speler - en die bleek wel degelijk twee a's in zijn naam te hebben en even degelijk in de verte familie te zijn van de destijdse rechtshalf Bas. Het jong heeft wel iets van zijn befaamde naamgenoot. Hij is klein van stuk en redelijk balvast, maar nog te jong en onervaren om reeds een bepalende middenvelder te zijn.

Dezelfde dag, maar ditmaal via het schermpje, deed Boudewijn Pahlplatz mij ook qua spel herinneren aan zijn vader Theo, ook vaak als aanvaller te bewonderen in hetzelfde stadion, het Diekman. Een zoon van de vroegere PSV-middenvelder of verdediger, de lange Toon Brusselers, leeft voetballend voort in zijn 22-jarige zoon Geert, die tegenwoordig bij NAC speelt. Overbekend is het drietal uit Groningen: Martin, de vader, en Ronald en Erwin, de zonen. Een kind van Theo Vonk speelt, vergis ik mij niet, in Engeland bij Manchester City. Een spruit van Willem van Hanegem, Gert, voetbalt bij Holland en was ooit in actie bij de FC Utrecht. De lezer kan naar believen dit lijstje aanvullen. Vaak proberen de kinderen de voetstappen van pa te drukken, soms met groot, soms met redelijk en ook wel eens zonder succes. Een enkele keer weet je lange tijd niet of het kind ooit zal doorbreken ten goede. Jorge, het kind van Johan Cruijff, schijnt het wel aardig te doen in Barcelona, waar hij overigens in het tweede elftal opereert. Afwachten dus nog even. Zij hebben het moeilijk, die kinderen van beroemde vaders. Op grond van hun afkomst neemt de goegemeente gemakshalve aan dat zij even royaal met talent begiftigd zijn als hun vaders - een lichtzinnige gedachte.

Wat mij in de nasleep van Nederland - Engeland in het geheel niet beviel was de nadruk welke werd gelegd op de nationaliteit van de scheidsrechter. Moet het ons ook maar een syllabe interesseren of zo'n functionaris Belg, Noor, Italiaan of Duitser is? Anno 1993? Wie riep dat hier nu eindelijk eens een "goede Duitser' in actie was gekomen, discrimineerde een heel volk. En bovendien op gronden die nergens op sloegen. Natuurlijk had hij Ronald Koeman de rode prent moeten voorhouden, maar waar hij Oranje hier bevoordeelde, benadeelde hij Nederland door een zuivere goal van Rijkaard door te strepen. Alleen omdat in de herhaling in verregaande slow motion duidelijk te zien was dat hier geen geval van buitenspel betrof, durf ik stellig te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid hebben alleen diegenen die in het stadion zaten, de situatie scherp kunnen waarnemen indien zij op dezelfde hoogte vertoefden als de top van de aanval.