Schoten voor de boeg van Europa

Door welke overwegingen ze ook ingegeven waren, de uitlatingen van de Amerikaanse president Clinton en diens minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, logen er niet om, het afgelopen weekeinde. De Amerikaanse president stelde met zoveel woorden de Britten en de Fransen verantwoordelijk voor het mislukken van de pogingen om tot een goede afwikkeling van het conflict in Bosnië te komen. “Ik had heel sterk het gevoel dat de Verenigde Naties een grote fout maakten door het wapenambargo jegens Joegoslavië ook op Bosnië van toepassing te verklaren, nadat ze Bosnië hadden erkend. Toen was het enige praktische effect van het wapenembargo een groot voordeel voor de Serviërs en een kleiner voordeel voor de Kroaten”, aldus Clinton tegenover de Washington Post. “Ik kon het gewoon niet begrijpen. Ik denk nog steeds dat het fout was. Degenen die troepen in het veld hadden, dachten dat die te veel risico zouden lopen in het geval van opheffing van het embargo. Ze hadden het gevoel dat het de plicht van de Verenigde Naties was een einde aan het lijden te maken, zelfs als dat de vernietiging van een natie betekende die de VN zelf hadden erkend. Daarover hadden we een groot verschil van mening. Ik had het gevoel dat de Britten en de Fransen het veel belangrijker vonden opheffing van het embargo te voorkomen dan het land te redden.”

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, plaatste de opmerkingen van zijn president in een bredere context met zijn opmerking dat het niet aangaat dat Europa de Verenigde Staten de schuld geeft van de problemen die het zelf niet kan oplossen. De buitenlandse politiek van de VS zou wel eens te lang "Euro-centrisch' geweest kunnen zijn, aldus Christopher: “West-Europa is niet langer het dominerende gebied in de wereld. Er komt heel wat kritiek uit West-Europa, die ik niet uit Azië zie komen.” Daarmee maakte hij een duidelijke toespeling op de mogelijkheid dat de VS Europa wel eens de rug zouden kunnen toekeren.

De Koude Oorlog, de dreiging van de kant van de Sovjet-Unie, was veertig jaar lang het cement van de transatlantische samenwerking. Nu die dreiging is weggevallen, blijkt het cement te verbrokkelen. Er is onvoldoende samenhang in het buitenlands beleid van de lidstaten, hun belangen beginnen steeds meer uiteen te lopen. De onderlinge samenhang van de NAVO begint daardoor geringer te worden.

Dat de verhouding tusen de Fransen en de Amerikanen moeizaam is, is nog niet zo'n grote verrassing. Het Franse verzet tegen een GATT-akkoord is een logische voortzetting van het openlijke nationalisme, het uitdrukkelijk opkomen voor de eigen belangen, dat Frankrijk ook ten tijde van de Koude Oorlog aan de dag legde. Dat nu ook de verhouding tussen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië moeizaam begint te worden is een veel recenter verschijnsel en ondergraaft de fundamenten van het bondgenootschap. De Amerikaanse ambassadeur in Londen, Raymond Seitz, onderstreepte dat gisteren impliciet in een vraaggesprek met de BBC: “De president heeft gezegd dat tijdens de eerste paar maanden van zijn bewind de Amerikaans-Britse verhouding geen doorslaand succes is geweest. Ik denk dat dat een openhartige erkenning is.”

Minister van buitenlandse zaken Kooijmans constateerde in een vraaggesprek met de Volkskrant vanmorgen dat “de relatie met Amerika zich grondig gaat wijzigen. Of die relatie in stand blijft, hangt er mede van af of wij aan onze kant van de oceaan dat Europese beleid gestalte weten te geven.”

Van de grotere landen in West-Europa ontkomt dit keer alleen Duitsland aan de Amerikaanse kritiek, aangezien het in de kwestie Joegoslavië steeds voorstander is geweest van een andere aanpak dan Frankrijk en Groot-Brittannië voorstonden.

De crisis die zich in de NAVO voordoet, is onderdeel van een breed proces van heroriëntering in Europa. Dat proces moet een voorlopige bekroning krijgen tijdens de top die de verdragsorganisatie begin januari in Brussel houdt, waar formuleringen moeten worden bedacht voor de toekomstige taakstelling van de NAVO en van de rol die de VS daarbij zullen hebben. Het paradoxale is dat deze crisis zich voordoet juist op het moment dat Oosteuropese landen als Polen en Hongarije krachtiger dan ooit ijveren voor uitbreiding van de veiligheid die de NAVO de afgelopen veertig jaar geboden heeft aan West-Europa in oostelijke richting. Secretaris-generaal Wörner heeft inmiddels de mogelijkheid geopperd deze landen voorlopig de status van geassocieerd lid te verlenen, wat hun op termijn uitzicht verschaft op een volledig lidmaatschap, inclusief de veiligheidgaranties die daarbij horen.

De uitlatingen van Clinton en Christopher hebben het karakter van een schot voor de boeg. Europa wordt gewaarschuwd. Maar dat schot is niet afgevuurd uit een positie van kracht. Want de kritiek van de Verenigde Staten op Europa maakt namelijk ook duidelijk, dat de huidige Amerikaanse regering eigenlijk niet zo goed raad weet met de talrijke crises waarmee het land geconfronteerd wordt sedert de beëindiging van de Koude Oorlog. “Ik maakte onlangs het grapje: Goh, wat mis ik de Koude Oorlog toch”, aldus president Clinton dezer dagen over de gevoelens die hem en zijn beleidsmakers in Washington regelmatig bekruipen. Het vinden van nieuwe scenario's voor de rol van de Verenigde Staten als enige supermacht in de wereld blijkt een uiterst gecompliceerde bezigheid.

In het Amerikaanse Congres worden de stemmen steeds luider van degenen die aandringen op grotere terughoudendheid in de Amerikaanse bemoeienis met de rest van de wereld. Veel volksvertegenwoordigers voelen zich ongemakkelijk over het feit dat het Amerikaanse optreden in kwesties als Bosnië, Somalië en ook Haïti een ongericht karakter heeft en geen onderdeel vormt van een duidelijk omlijnd plan met betrekking tot de Amerikaanse rol in de wereld, al dan niet binnen het kader van de Verenigde Naties. De Democraat Paul Simon verklaarde gisteren in de Amerikaanse Senaat: “Ik erken dat er sprake is van een vacuüm en dat de verleiding bestaat om in dat vacuüm te springen en op micro-niveau op te treden - en dat is een grote vergissing.” Daardoor is er een grote neiging in het Congres om de handen van de president te binden om hem van onberaden avonturen af te houden.

Het adagium dat de laatste tijd opgeld doet in de aanhoudende discussie over de transatlantische verhouding is “separable, not separate”. Europa en de Verenigde Staten horen weliswaar bij elkaar, maar dat betekent niet dat ze alles samen moeten doen. Europa moet een grotere eigen verantwoordelijkheid nemen en niet langer bij elk conflict bij voorbaat en automatisch leunen op de Verenigde Staten. De Europese bemoeienis met Bosnië, in eerdere fases van het conflict daar, duidt er overigens niet direct op dat een dergelijke benadering veel kans van slagen heeft. Het is nog maar de vraag of dat met "Maastricht' beter wordt.

Wel wordt steeds duidelijker dat de relatie tussen Verenigde Staten en West-Europa haar vanzelfsprekendheid kwijt is. De Amerikanen hebben er geen trek in voor Europa de kastanjes uit het vuur te halen - zeker niet in het geval van conflicten waarbij hun eigen belangen niet rechtstreeks in het geding zijn.

    • Herman Amelink