Misdaad beheerst wisselkantoren

AMSTERDAM, 19 OKT. Handel in vuurwapens, heling, het beheer van een illegaal gokhuis - het is slechts een greep uit de reeks van criminele activiteiten waarop de Amsterdamse politie is gestuit in haar onderzoek naar de praktijken van geldwisselkantoren in de hoofdstad.

De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) heeft de antecedenten onderzocht van 102 personen die werkten bij geldwisselkantoren. Zes van hen hebben criminele antecedenten, terwijl 18 personen bij de politie bekend staan wegens handel in verdovende middelen. Dit staat in een vertrouwelijk rapport van de FIOD.

In het rapport worden zeven verdachte groepen onderscheiden: één Israelische, twee Indiase, één Brits/Amerikaanse, één Egyptische, één Pakistaanse en één Surinaams/Colombiaanse groep die een of meer wisselkantoren beheerden. Deze zeven groepen hebben bij elkaar 37 wisselkantoren in Amsterdam.

De Israelische groep die bij de actie van gisteren, "Gouden Kalf' genoemd, werd ontmanteld, beschikte over vijf wisselkantoren. De kantoren staan onder beheer van een Panamese firma. De groep wordt er onder meer van verdacht een illegaal gokhuis voor Israelische criminelen te beheren. Er zijn aanwijzingen dat vanuit hun wisselkantoren Colombiaanse drugstransacties zijn gefinancierd. Ook wordt de groep ervan verdacht financiële hulp te hebben verleend aan een groep Nederlandse fraudeurs die internationaal actief zijn.

Volgens de FIOD zijn in de wisselkantoren pistolen verhandeld, voor duizend gulden per stuk. Er zijn via de kantoren gestolen waardepapieren en edelmetalen geheeld. Een vrouwelijk lid van de bende beschikt over een diplomatieke pas. Door die pas zou zij op luchthavens niet worden gecontroleerd.

Daarnaast gebruikte de bende de wisselkantoren voor het financieren van drugstransporten. Begin dit jaar werd door de Israelische politie een lading van meer dan duizend kilo cocaïne onderschept, die op weg was van Colombia naar Rusland. De vijf Amsterdamse wisselkantoren van de bende zouden gebruikt zijn voor de financiering van de aankoop.

Naar aanleiding van het onderzoek naar de Israelische bende is ook een onderzoek geopend naar witwassen en heling door Belgische wisselkantoren. Meer dan drie keer in de week zijn grote bedragen naar Belgische wisselkantoren en banken gereden met een geldtransportwagen van een particuliere onderneming. In België mag de klant bij wisselkantoren wel een rekening openen. Bij de operatie van gisteren is ook een geldtransportwagen onderschept die vanuit Brussel op weg was naar Amsterdam met 1,6 miljoen gulden en 400.000 Amerikaanse dollars.

Bij een steekproef van de FIOD in 1991 is gebleken dat bij drie geldwisselkantoren in een jaar tijd een miljard gulden aan Engelse ponden is gewisseld - een bedrag dat in geen enkele verhouding stond met het aantal toeristen dat een bezoek bracht aan de hoofdstad. “Ook al zouden de toeristen en masse al hun geld bij een kantoor wisselen, dan nog is het onmogelijk dat dit bedrag zou worden bereikt”, aldus het FIOD-rapport.

De FIOD kwam erachter dat een aantal wisselkantoren was geliëerd aan café's, hotels, beleggingsmaatschappijen, souvernirzaken, kledingzaken, een delicatessenwinkel en een pizzeria.

Uit het onderzoek van politie en FIOD blijkt ook dat sommige banken zich duidelijk terughoudend opstellen in het accepteren van verdachte transacties. Bij een filiaal van een grote bankinstelling in Amsterdam heeft een advocatenkantoor namens een restaurant in Heerlen geprobeerd een rekening te openen op naam van dat restaurant. In dat restaurant was een geldwisselkantoor gevestigd. Men wilde dagelijks tussen de tien- en twintigduizend gulden storten. Ook toen de eigenaar van het restaurant samen met de advocaat bij de bank kwam, werd de rekening geweigerd. De bank had ernstige twijfel over de herkomst van het geld, gezien de schatting van het aantal toeristen dat Heerlen bezoekt.

Onder de buitenlandse bendes die wisselkantoren beheren, bevinden zich twee Indiase groepen die zich volgens de politie bezighouden met de handel in verdovende middelen. Garages en opslagplaatsen in Amsterdam zouden voor opslag en bewaring van de verdovende middelen worden gebruikt. In 1991 zou een van de Indiase groepen binnen een periode van negen maanden voor een miljard guldens aan een Nederlandse bank ter wisseling hebben aangeboden. Begin dit jaar benaderde de leider van deze groep diverse filialen van buitenlandse banken in Amsterdam met de vraag of hij namens zijn wisselkantoren rekeningen kon openen. De banken reageerden terughoudend.

De tweede Indiase groep beheert vier wisselkantoren. Deze groep heeft ook een handelmaatschappij tot haar beschikking alsmede bedrijven waarbinnen auto-onderdelen, voedingsmiddelen, kleding en tweedehands goederen verhandeld werden. Volgens informatie van de politie werd vanuit een wisselkantoor tachtig kilo cocaïne verhandeld.

De Brits/Amerikaanse groep is in het bezit van een zeer vermogende Britse familie die meer dan honderd ondernemingen in diverse landen heeft. Zij bezitten onder andere "off shore'-bedrijven met een "holding' op de Nederlandse Antillen. Het beheer van het vermogen is in handen van vennootschappen in Hong Kong. De administratie wordt gevoerd door een Panamese maatschappij met een hoofdvestiging in Brussel. Een van de 104 ondernemingen is een op de Nederlandse Antillen gevestigde vennootschap die 17 wisselkantoren in Amsterdam beheert. In Amsterdam is ook een vennootschap voor handel in onroerend goed.

Door Egyptenaren wordt een zevental wisselkantoren beheerd. Een holdingmaatschappij bezit een hotel in de Warmoesstraat, vier panden in Amsterdam en een sportschool in Zaandam. Het hotel en de panden in Amsterdam zijn voor zeven miljoen gekocht. De bende wordt ook verdacht van heling van juwelen.

De Pakistaanse groep heeft één wisselkantoor, een hotel en een café in Amsterdam. Daar wordt in verdovende middelen gehandeld. De groep zou een douane-employé op Schiphol hebben omgekocht. Op het conto van deze bende worden ook twee liquidaties van “zeer bekende” handelaren in verdovende middelen geschreven.

    • Marjon van Royen
    • Hans Moll