Minister wil landen uitzicht geven op NAVO-lidmaatschap; Ter Beek: Oost-Europa niet laten bungelen

Vanavond begint in Travemünde een informele bijeenkomst van de ministers van defensie van de NAVO. Frankrijk is afwezig. Over atoomwapens wordt nauwelijks nog gesproken maar de relaties tussen de NAVO en de landen van Oost-Europa staan hoog op de agenda.

DEN HAAG, 19 OKT. Hij wil het wel toegeven: er moet een einde komen aan alle goedbedoelde symposia, uitwisselingen, milieu-cursussen, bezoekjes over en weer en Engelse les. Oost-en Midden Europa hebben er recht op dat er nu meer wordt gedaan en concreet en dat de NAVO daarbij geen nieuwe scheidslijnen trekt in Europa.

Daarom stuurt minister Ter Beek (defensie) Nederlandse troepen naar Kielce in Polen om zich samen met Poolse eenheden voor te bereiden op toekomstige vredestaken. Later hoopt hij ook een overeenkomst te tekenen met Hongarije over gezamenlijke oefeningen. De Oosteuropeanen komen straks ook naar Ossendrecht voor oefeningen voor toekomstige vredestaken.

Donderdag zal Ter Beek in Travemünde voorstellen om de zes landen van Oost-Europa (Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Roemenië en Hongarije) een beter uitzicht te bieden op een toekomstig NAVO-lidmaatschap. Maar daarnaast vindt hij het noodzakelijk dat de NAVO erkent dat er wat Rusland en de Oekraïne betreft een "speciale problematiek' bestaat. Deze twee landen zou de NAVO een "veiligheids-partnership' moeten aanbieden.

Tenslotte wil hij de NASR, de Noordatlantische Samenwerkingsraad, waarin niet alleen de landen van Oost-en Midden-Europa vertegenwoordigd zijn maar ook de republieken van de voormalige Sovjet-Unie, beter laten functioneren. De samenwerking in dat overlegorgaan zou iets moeten gaan betekenen en meer moeten opleveren dan foto's van handen schuddende generaals en diplomaten. De landen in Oost en West moeten bereid zijn om tot een uitwisseling van militair personeel te komen "die werkelijk hout snijdt'.

“ Dan denk ik aan uitwisseling van instructeurs, stroomlijnen van opleidingen, het kennis nemen van communicatielijnen en van elkaars procedures en bevelstructuren. Op den duur zullen die landen in Oost- en Midden Europa immers onderdeel moeten kunnen uitmaken van de geïntegreerde militaire structuur van de NAVO. Maar dan moeten zij nu al in de gelegenheid worden gesteld om daar kennis van te nemen als dat die geïntegreerde militaire structuur van de NAVO tenminste niet ondergraaft. Dat moet wel de voorwaarde blijven. Gezamenlijke deelname aan vredesoperaties kan je niet ondernemen als je niet met elkaar hebt geoefend.”

Nu al krijgen troepen uit Polen en Tsjechië en de Oekraïne en Rusland een idee van onze wijze van werken in het voormalige Joegoslavië. In het belang van onze eigen veiligheid en militaire paraatheid is het noodzakelijk dat die samenwerking wordt uitgebreid.

“In de Noordatlantische Samenwerkingsraad hebben we nu lang genoeg de tijd gehad om aan elkaar te wennen en te ruiken. Nu komt het op daden aan. Als de NAVO zegt (in 1991 in Rome) dat onze eigen veiligheid onverbrekelijk gekoppeld is aan die van alle andere staten in Europa dan wordt het hoog tijd om dat handen en voeten te geven. Nu weet ik wel dat er een zekere spanning bestaat tussen enerzijds de verdieping van de NAVO, het vinden van een Europese defensie-identiteit, en anderzijds de uitbreiding van de NAVO maar je kunt Oost-Europa niet laten bungelen. Tijdens mijn recente bezoek aan Washington heb ik gemerkt dat ook de Verenigde Staten voorstander zijn van een gezamenlijke aanpak. Zij zien niet graag dat Westeuropese landen teveel verschillen vertonen in hun benadering van de nieuwe democratieën in Oost- en Midden Europa.”

Hij had gehoopt dat de Franse minister van defensie in Travemünde aanwezig zou zijn want het is zaak dat de NAVO één lijn trekt bij het toelaten van nieuwe leden en de verdieping van de Europese defensie-identiteit. Ter Beek zou graag zien dat dezelfde verbondenheid en inzet, die de NAVO bijeenhield ten tijde van de Koude Oorlog ook nu zou gelden. Maar de terughoudendheid van het Verenigd Koninkrijk als het om uitbreiding van de NAVO gaat, de afwezigheid van Frankrijk en de haast die Duitsland wil maken, zijn factoren die snelle besluiten in de weg staan.

Kiest Nederland zelf niet voor een zeer lange weg, terwijl de tijd dringt. De regering wil immers dat de "koninklijke weg' wordt gekozen voor Oost-Europa: die landen pas laten meedoen aan een defensiegemeenschap als zij lid zijn van de Europese Unie?

“Dat is het ideaal maar ik geef toe dat je zolang niet kan wachten. Wat dat betreft ben ik het eens met de Adviesraad Vrede en Veiligheid die ook voorstelt om de landen van Oost- en Midden Europa nu al in ons eigen veiligheidsbelang een handreiking te doen bijvoorbeeld onder artikel 4 van het NAVO-verdrag. Dat biedt de verplichting tot het voeren van onderling overleg in tijden van dreiging. Daarom wil ik nu al voorstellen dat de landen van Oost-Europa perspectief wordt geboden maar tegelijkertijd dat Rusland en de Oekraïne niet geconfronteerd worden met nieuwe scheidslijnen in Europa. Ook zij moeten betrokken worden bij de nieuwe veiligheidsarrangementen in Europa.”

“De laatste twee staten mogen vooral niet de indruk krijgen dat zij er buiten staan. Dan haal je met de vernieuwing tegelijkertijd meer onveiligheid in huis. Van de andere kant is het ook niet zo dat zij de nieuwe veiligheidsarrangementen in geheel Europa in de weg mogen staan.”