Liever honger dan het spook van de burgeroorlog

PORT-AU-PRINCE, 19 OKT. Er waren bloemen, witte chrysanten, voor de vertegenwoordigers van de internationale media. Er was de boodschap dat “Haïti buitenlandse bezoekers met open armen wil ontvangen”. Op een persconferentie gisteren in Port-au-Prince deed de Nationale Coalitie, een paraplu-organisatie van naar eigen zeggen vijfhonderd anti-Aristide-groeperingen, haar uiterste best het gezicht van de redelijkheid en de verzoening naar buiten te brengen. De eerder vorige week verspreide mededeling dat “blanke buitenlanders maar beter kunnen vertrekken” was bij na nader inzien niet zo'n goed idee geweest.

Het zijn zware dagen voor de tegenstanders van president Aristide die zich geconfronteerd weten met vrijwel de gehele internationale gemeenschap. Voortdurende berichten in de buitenlandse - met name Amerikaanse - media over de activiteiten van de zogenoemde attachés hebben het imago van Aristides opponenten er niet beter op gemaakt. Terwijl het land opnieuw is getroffen door economische sancties van de Verenigde Naties, Amerikaanse oorlogsbodems zich op zo'n drie mijl buiten de kust bevinden en de algemene verwachting bestaat dat de huidige crisis niet anders kan eindigen dan met een hoop bloedvergieten, probeert de Nationale Coalitie met argumenten omkleed haar oppositie tegen Aristide te verwoorden.

Dit weekeinde hield de coalitie een politieke bijeenkomst die voor alle gemak werd gehouden tegenover het Holiday Inn hotel in de Haïtiaanse hoofdstad waar een groot deel van de internationale pers verblijft. Coalitie-voorman Gérard Bissainthe, gepensioneerd hoogleraar Frans en klassieke talen aan de City University of New York en een voormalige minister van informatie, voldeed gaarne aan verzoeken tot interviews. Op de suggestie dat Aristide de enige democratisch gekozen president van Haïti is, kwam het volgende antwoord: “Hitler was ook democratisch gekozen. De joden hebben zich niet tegen hem verzet. Wij willen niet de joden van Aristide worden. Het is daarom legitiem om geweld te gebruiken.”

Subtiliteiten zijn ook al niet het sterke punt van Carl Denis, aanvoerder van de Revolutionaire Raad 11 oktober 1993, een naam die, aldus een op dicteersnelheid sprekende Denis, is ontleend aan de datum waarop“in de territoriale wateren van Haïti het Amerikaanse schip USS Harlan County trachtte Amerikaanse soldaten aan land te brengen”. De elfde oktober wordt in kringen van anti-Aristidegroeperingen gevierd als een overwinning op het Amerikaanse "imperialisme'. Gewapende attachés wisten toen het aanleggen van de USS Harlan te verhinderen, sloegen in op fotografen en cameramensen en verjoegen onder de uitroep "Haïti een tweede Somalië' de Amerikaanse tijdelijk zaakgelastigde.

“Wij willen de verzetsacties coördineren tegen welke invasie dan ook”, aldus de elegante en welbespraakte Denis, een 50-jarige ingenieur die in de Haïtiaanse hoofdstad een maritiem agentschap bezit. “Tegen welke belediging dan ook van de soevereiniteit van dit land”.

Carl Denis wordt door verschillende bronnen direct in verband gebracht met de attachés die de afgelopen weken de hoofdstad hebben geterroriseerd. “Zwart maken is makkelijk”, antwoordt de zakenman, “kijkt u zelf maar wie er in de Revolutionaire Raad zitten, dat zijn decente mensen die het niet hebben verdiend dat ze worden beledigd door landverraders”. Met die laatste term bedoelt Denis de aanhangers van Aristide. Ook de VN krijgen er van langs. “Dante Caputo heeft van ons, verdedigers van het vaderland, gezegd dat wij mafiosi zijn. Wij waren ten tijde van de oorlog in de Malvinas/Falklands allemaal op de hand van de Argentijnen. Nu zien we dat een Argentijn, Dante Caputo, alles wil zeggen om veel geld te verdienen. Hij is geen man, hij is een rat”.

Wie, zo vraagt Denis zich hardop af, zijn die attachés nu eigenlijk? “Politie-informanten. Iedereen die hier een wapen draagt, wordt een attaché genoemd. Elke misdaad waarbij een wapen is betrokken, wordt zo toegeschreven aan het leger en de politie. Dat is politieke manipulatie. Het leger heeft in Port-au-Prince alleen al meer dan 17.800 wapenvergunningen afgegeven. De sector-Aristide kan zeggen wat zij wil, maar zij is waarschijnlijk veel erger dan degenen die zij attachés noemt”.

Het gaat, zo zegt Denis in navolging van legerleider generaal Raoul Cedras, in Haïti om “een intern Haïtiaans probleem”. En dat probleem moet niet worden opgelost door buitenlanders. Aristide, zo meent Denis, “propageert de klassenhaat, wekt de angst van hen die wat hebben voor hen die niets hebben. Zo kan een land niet functioneren”. Maar toch ook niet zoals het nu gaat. Denis: “De economische blokkade zal veel pijn doen. Maar wij geven de voorkeur aan honger boven het spook van de burgeroorlog, die onvermijdelijk zal volgen op de terugkeer van Aristide”.

    • Reinoud Roscam Abbing