Jagen wordt beperkt, geen verbod jacht op trekvogels

DEN HAAG, 19 OKT. Staatssecretaris Gabor (natuurbeheer) en een meerderheid in de Tweede Kamer zijn tegen een jachtverbod op acht onschadelijke soorten trekvogels. Dat bleek gisteren bij de behandeling van de Nota Jacht en Wildbeheer.

Een meerderheid van de Tweede Kamer is wel voor beperking van de jacht in natuurgebieden. In die zin moet Gabor zijn nota aanpassen. CDA en PvdA vinden dat in natuurgebieden alleen bij uitzondering mag worden gejaagd, bijvoorbeeld als vogels schade aanrichten. In het algemeen mag alleen nog worden gejaagd uit het oogpunt van wildbeheer, ter voorkoming van schade aan gewassen en om de openbare veiligheid te handhaven.

Het Tweede-Kamerlid Eisma (D66) diende een door GroenLinks gesteunde motie in om acht soorten toe te voegen aan de goudplevier en de krakeend, waarop Gabor de jacht wel wil verbieden omdat die volgens hem in hun voortbestaan worden bedreigd. Van de grote partijen vond alleen de PvdA dat ook de acht andere soorten onschadelijke trekvogels (houtsnip, watersnip, kuifeend, wintertaling, tafeleend, toppereend, pijlstaart en slobeend) van de lijst "bejaagbare soorten' moeten worden afgevoerd.

“Wij mogen daar niet mee wachten totdat ook deze soorten met uitsterven bedreigd worden”, aldus Eisma. Gabor raadde de motie af. Hij wees erop dat er betrekkelijk weinig wordt gejaagd op de tien onschadelijke soorten trekvogels. Hij noemde het "evident' dat de acht soorten waarop hij de jacht niet wil verbieden internationaal geen gevaar lopen. Deze vogels worden dan ook niet in hun voortbestaan bedreigd, aldus de staatssecretaris.

Gabor zei dat jacht geoorloofd en wenselijk is, maar dat het een redelijk doel moet dienen. Plezierjacht, het doden van dieren louter voor het plezier, mag dus niet. Het schieten voor consumptie vindt Gabor niet voor de hand liggen, maar maatregelen daartegen neemt hij niet. De Kamer drong daar ook niet op aan.

Jacht met behulp van (tamme) lokeenden, de enige vorm van jacht waarbij lokvogels worden gebruikt, vindt Gabor aanvaardbaar omdat dit uiteindelijk in het belang van de bejaagde eenden is. Als wilde eenden afkomen op hun tamme soortgenoten op de grond, verkleint dat volgens Gabor het risico dat eenden worden aangeschoten. Hoe dichterbij de eend, hoe groter de kans op een "schoon' schot. Een meerderheid in de Kamer, waaronder CDA en PvdA, vinden dat jacht met lokeenden niet kan en daarom verboden moet worden.

De VVD en de kleine confessionele partijen hebben minder bezwaren tegen de jacht. “Als ik zie hoe er op zee wordt geoogst, vraag ik me af waarom het op het land niet zou mogen”, aldus het Tweede-Kamerlid Blaauw (VVD). Van moordpartijen mag uiteraard geen sprake zijn, voegde hij eraan toe.