Europa heeft réveil nodig

Morgen debatteert de Tweede Kamer over Europa. VVD-leider Frits Bolkestein nam op 9 oktober op deze pagina een voorschot op dit debat met de stelling dat het "Europa van Maastricht' een tamelijk wormstekige constructie blijkt die beter in 1994 dan in 1996 kan worden getoetst.

D66-ers Bertens en Bouter verzekeren nu dat Bolkestein veel stelt maar weinig onderbouwt. Kamerlid Jurgens van de PvdA zet zich op zijn beurt af tegen Bolkesteins "wat benauwd aandoende kritiek' en roept op tot een réveil van de Europese idealen.

Het publieke debat over onze betrokkenheid bij de Europese Gemeenschap stagneert telkens weer omdat daarover in ons land steeds een grote mate van consensus heeft bestaan. De discussie vindt wel degelijk plaats, maar zij beperkt zich tot een kleine kring van deskundigen en adepten. Op zichzelf is dat een natuurlijke zaak: als wij met z'n allen over elk onderwerp, waarmee de politiek zich in een complexe samenleving als de onze bemoeit, discussies zouden aangaan, dan zou het publieke debat in een Babylonische spraakverwarring ten onder gaan. De kunst is om zelf de richtinggevende onderwerpen te selecteren. Nu wordt de politieke agenda in hoge mate niet bepaald door wat richtinggevend is, maar door wat lekker ligt in de berichtgeving.

Daarom is het verheugend dat Frits Bolkestein, de voorzitter van de VVD-fractie, zich sinds medio vorig jaar opwerpt als ons kritisch geweten inzake EG-ontwikkelingen. Voor het publieke debat is het plezierig dat nu, naast de kleine christelijke fracties en Groen Links, ook de VVD-fractievoorzitter zich eurosceptisch uitlaat.

In NRC Handelsblad van 9 oktober zet Bolkestein ferm aan door te eisen dat de EG al in 1994 op liefst zes terreinen helderheid moet verschaffen over haar doelstellingen, dus voordat in 1996 officieel gesproken wordt over verdere stappen dan die van Maastricht. De EG zou op dit moment het spoor bijster zijn geraakt. Is dat te wijten aan Nederland? De volgende punten zijn in Maastricht aan de orde geweest: subsidiariteit, monetaire samenwerking, democratisch tekort, het federale einddoel, de gezamenlijke buitenlandse politiek, het aantal nieuwe leden van de EG. Op die punten heeft de regering, en heeft de Kamer inclusief de VVD-fractie, duidelijke doelstellingen geformuleerd. In Maastricht is echter slechts een bescheiden deel daarvan binnengehaald. Het is dus geen kwestie van stuurloosheid bij de Nederlandse EG-politiek, maar een kwestie van meningsverschillen tussen twaalf nationale staten waarbij alleen stap voor stap vooruitgang wordt geboekt.

Het heeft dan weinig zin om, als een rechtgeaard oppositieleider, de regering daarvan de schuld te geven. Het gaat niet zozeer om een "indringend denkproces' - waartoe, volgens Bolkestein, Buitenlandse Zaken niet in staat is doch het Instituut Clingendael wel - als wel om een proces van samen zoeken naar nieuwe politieke impulsen voor Europese integratie, zoals "Europa 1992' er een was.

Een voorbeeld: de taken en bevoegdheden van de nationale staten en van de Europese Unie (de EG na "Maastricht') moeten duidelijk worden afgebakend (subsidiariteit). Bolkestein verwijst daarvoor naar het Xe Amendement van de Amerikaanse grondwet. Maar daar zit juist het probleem: er is geen Europese grondwet waarbinnen taken en bevoegdheden kunnen worden afgebakend, en geregeld kan worden dat "Europese' beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen en verantwoord worden aan het Europees Parlement.

Kortom, een "denktank" om de Nederlandse inbreng in Europa opnieuw te overwegen is welkom. Het is ook zeker goed als Bolkestein een aantal vanzelfsprekendheden in de EG-consensus in ons land kritisch bekijkt. Het kan zijn dat wij met z'n allen veertig jaar lang op een verkeerd spoor hebben gezeten. Maar dan is er eerder behoefte aan een gezamenlijke "agonizing reappraisal' van die consensus - waartoe ook de VVD steeds heeft behoord - dan aan kritiek op de regering.

Nòg welkomer zou een waarlijk Europees initiatief zijn: een nieuwe Robert Schumann of Spaak; een nieuw Comité Monnet; een réveil van de geestdrift voor Europese integratie, tegen ontwakend nationalisme, voor een samenwerking die recessie en onderlinge oorlog uitbant; een initiatief zoals in de jaren vijftig de aanzet werd tot de EG. Die idealen worden immers gemakkelijk vergeten. Ik kom ze ook in de wat benauwd aandoende kritiek van Bolkestein niet tegen.