Coop Himmelblau architect Wolf Prix: Politici zijn geen goede opdrachtgevers meer

Het Weense architectenbureau Coop Himmelblau ontwierp voor het nieuwe Groninger Museum een schots en scheef paviljoen. “Onze gebouwen weerspiegelen de problemen van deze tijd,” zegt Wolf Prix, een van de architecten.

Tentoonstelling: Coop Himmelb(l)au. Architectuur. 1968 t/m paviljoen Groninger Museum. Groninger Museum, t/m 28 nov. Geopend: di t/m za 10-17u, zo 13-17u.

“Het is niet onze bedoeling om te provoceren. Dat zou dom zijn. Iets anders is dat mensen ons werk als provocerend ervaren,” zegt Wolf Prix (1942), die samen met Helmut Swiczinsky (1945) en Frank Stepper (1955) het Weense architectenbureau Coop Himmelblau vormt. Opzettelijk provocerend of niet, ook de Groningse welstandscommissie kon geen wijs worden uit het ontwerp van Coop Himmelblau voor een paviljoen van het in aanbouw zijnde Groninger Museum. Over de functionaliteit ervan kon geen advies worden gegeven, aldus de commissie, want het ontwerp was eerder kunst dan architectuur. “Wij schrikken er niet van als onze architectuur kunst wordt genoemd,” zegt Prix. “We vatten het op als een compliment. Architectuur die alleen maar functies vervult, is geen architectuur maar bouwen. Architectuur impliceert de eis om ook kunst te zijn.”

Coop Himmelblau kreeg de opdracht voor een aandeel in het nieuwe Groninger Museum nadat de Amerikaanse beeldend kunstenaar Frank Stella niet bereid was zijn ontwerp aan te passen om de kosten in de hand te houden. Eerder waren de Fransman Philippe Starck en de Italiaan Michele de Lucchi al gevraagd om als gastarchitecten paviljoens te verzorgen van het door de Italiaan Alessandro Mendini ontworpen nieuwe Groninger Museum, dat in september 1994 zal worden geopend. Maquettes van Himmelblaus paviljoen voor oude beeldende kunst maken nu deel uit van de aan hun werk gewijde tentoonstelling in het oude Groninger Museum. De chaos van Himmelblaus schots en scheve glas- en staalplaten contrasteren met de symmetrische stereometrische vormen van Mendini's ordelijke ontwerp. Himmelblau heeft zich bij het deconstructivistische ontwerp van het paviljoen niet beperkt tot de strikte grenzen van het museum: als een akelig insekt doen de staalplaten een poging om over het water van het Verbindingskanaal aan land te kruipen.

Vaak wordt beweerd dat u de eerste tekeningen van uw ontwerpen met de ogen dicht tekent. Is het Groningse paviljoen ook zo tot stand gekomen?

“Het met de ogen dicht tekenen is een mythe. We hebben het één keer gedaan met een huis in Los Angeles waar we ook zijn gevestigd. Wel is het zo dat onze eerste schetsen altijd een kwestie van een paar minuten zijn. Ons doel is de bevrijding van de ruimte, een open architectuur. Het moment van ontwerpen is het moment van de waarheid en dan willen we clichés en formalisme vermijden. Dan willen we volkomen vrij zijn en ons niet laten hinderen door allerlei beperkende factoren, zoals kosten, functie en materiaal. Pas later structureren we het ontwerp met het oog op dergelijke praktische factoren. Dan zijn we een normaal architectenbureau.

“Onze manier van ontwerpen is niet van de ene op de andere dag ontstaan. Geleidelijk hebben we methoden uit de beeldende kunst van bijvoorbeeld Jackson Pollock en Arnulf Rainer in de architectuur geïntroduceerd. De andere kunsten zijn belangrijk voor ons. We werken nu bijvoorbeeld aan decors voor Peter Sellars enscenering van Strawinsky's Oedipus Rex voor de Salzburger Festspiele van volgend jaar. Muziek en dan vooral popmuziek, filosofie, wetenschap - met al die dingen houden we ons bezig. Natuurlijk zijn we geen filosofen en ook kunnen we de chaostheorie niet narekenen. Maar we weten wat er aan de hand is. Misschien dat sommige mensen daarom bang zijn voor onze architectuur. Ze zien de problemen van onze tijd weerspiegeld in onze gebouwen.”

De Engelse architectuurhistoricus Anthony Vidler schreef over uw werk dat het "unheimlich' is omdat het doet denken aan een lichaam dat in stukken is gescheurd. Maar waarom zou architectuur "unheimlich' moeten zijn en niet "heimlich'?

“We leven in een conservatieve tijd. Men is weer op zoek naar zekerheid, naar een fundering van het bestaan en daarom wil men solide vormen in de architectuur. Vijfentwintig jaar geleden, in 1968, toen wij begonnen, was het precies omgekeerd en werden alle regels en codes overboord gezet om een "open systeem' te creëren. Daar streven wij nog steeds naar. We geloven niet in "gesloten systemen' waarin iemand vertelt wat er moet gebeuren. Dat leidt regelrecht tot dictatuur. Wat wij willen uitdrukken is: neem zelf de verantwoordelijkheid voor wat je doet. Wacht niet op een leider, of zoals Bob Dylan zei: “Don't follow leaders/ Watch the parking meters.”

En dus moet de architect het volk iets geven dat het niet wil?

“Als we altijd zo hadden geredeneerd, dan zou er in Wenen nu geen opera staan, geen Hofburg en geen Stephansdom. Allemaal gebouwen die de Weners niet hebben gewild, maar waar iedere Wener nu trots op is. Het ontbreekt het grote publiek aan moed om risico's te nemen, het oriënteert zich altijd op het verleden.”

U hebt wel beweerd dat de architectuur de kunst van de toekomst is. Toch laat u zich vaak pessimistisch uit over de bouwkunst.

“Ik ben zeer pessimistisch. Er is een trend tot projectontwikkelaarsarchitectuur waarneembaar. We geven de stad uit handen door projectontwikkelaars hun gang te laten gaan. Die hebben geen belangstelling voor architectuur. Hun doel is zoveel mogelijk winst te maken met hun gebouwen, elke vierkante millimeter moet geld opbrengen. Om een voorbeeld te geven: in Dresden, waar wij werken aan een museum, wordt een warenhuis gebouwd. Het wordt zo breed en zo hoog mogelijk, het beslaat een heel blok en bepaalt het aanzicht van een plein. De architect doet braaf wat hem gevraagd wordt en vergooit zo alle mogelijkheden voor de toekomst. De Dresdense Dienst Ruimtelijke Ordening kijkt machteloos toe hoe de projectontwikkelaar de openbare ruimte bepaalt.

“Op zichzelf is er niets tegen projectontwikkelaars. Ze nemen tenminste initiatieven. Maar er moeten reservaten, vrijplaatsen in de stad zijn die niet worden bepaald door het kapitaal. Anders wordt onze stad monofunctioneel. Een stad is alleen levendig wanneer er ook plaats is voor onderwijs, vrije tijd, arbeid enzovoort. Al die dingen moeten met elkaar worden vervlochten tot een voortdurend veranderend evenwicht.

“Daar zijn goede opdrachtgevers voor nodig. In het verleden werd die rol nog wel eens vervuld door politici, maar die verzaken tegenwoordig hun plicht. De politici nemen hun verantwoordelijkheid niet. Ze zouden zich niet uitsluitend moeten richten op hun herverkiezing. In de vier jaar die ze zijn gegund zouden ze plannen moeten realiseren waarvan ze overtuigd zijn dat ze voor de toekomst van de stad juist zijn. De burgemeester van Wenen heeft eens tegen ons gezegd dat hij ons ontwerp voor de uitbreiding van het Ronachertheater niet kon steunen, omdat hij anders de volgende verkiezingen zou verliezen. Ons ontwerp werd dus niet uitgevoerd, ook niet toen de burgemeester de verkiezingen toch verloor.

“Men vraagt ons altijd: zou u de hele stad willen volzetten met uw werk. Nooit van ons leven! We willen een deel van de stad bouwen, maar daarnaast moest iets anders komen, zodat er variëteit ontstaat. We geloven niet dat wij de enige mogelijkheid bieden. Noch Léon Krier, de protégé van Prince Charles, heeft gelijk, noch wij.”

    • Bernard Hulsman