Boeren naar Amnesty om oormerken

GROUW, 19 OKT. Drie Friese veehouders die hun vee al ruim twee jaar lang weigeren te oormerken, zijn naar Amnesty Internationaal gestapt voor steun.

De boeren willen als gewetensbezwaarden worden erkend. Ze zeggen zich onderdrukt te voelen. Amnesty moet volgens de veehouders namens hen bij de regering pleiten voor een erkenning van hun gewetensnood.

De boeren hebben bezwaren tegen het aanbrengen van de gele flappen in de oren van hun jongvee, omdat ze van mening zijn dat dit pijnlijk is voor de dieren. Volgens één van de boeren, Th. de Groot uit Grouw, is de psychische nood zeer groot onder de ruim 200 veehouders in Nederland die hun vee niet van een oormerk willen voorzien. “Veel boeren zijn overspannen, omdat er geen zicht is op een oplossing.”

Een woordvoerder van Amnesty International noemt de situatie van de veehouders “zonder meer tragisch”, maar zegt verder weinig voor hen te kunnen doen. “Wij komen op voor mensen die omwille van hun overtuiging gevangen zitten en dat is hier niet het geval. We hebben een nauw omschreven werkterrein. Wel zoeken we uit naar wie we de boeren het best kunnen doorverwijzen.”

De Tweede Kamer heeft in maart besloten dat er een regeling moet komen voor veehouders die hun vee uit overtuiging weigeren te voorzien van oormerken. Volgens De Groot duurt het echter veel te lang. “Het water staat ons aan de lippen. Normaal heb ik vijftien stuks jongvee, nu zijn dat er 40, die ik niet kwijt kan. Jonge koeien breng ik niet naar het slachthuis.”

De boeren overwegen een kort geding tegen de Staat om de blokkade van hun bedrijven op te heffen. Nu mag hun vee niet verhandeld worden, omdat het ontbreken van de oormerken het belang van de volksgezondheid en van de veestapel kan schaden. Door middel van het in oktober 1992 ingevoerde Identificatie- en Registratiesysteem, waar de oormerken deel van uitmaken, zouden ziekten bij runderen sneller kunnen worden opgespoord. Koeien met oormerken zijn van geboorte tot slacht traceerbaar via een computerregistratie.