Bibliotheek koopt een uniek handschrift

ROTTERDAM, 19 OKT. Het enige middeleeuwse handschrift ter wereld dat een complete collectie zilveren pelgrimstekens bevat, is onlangs in bezit gekomen van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het gaat om een 15de-eeuws Zuidnederlands getijdenboek, waarin de tot nu toe grootste verzameling edelmetalen pelgrimsinsignes compleet bewaard is gebleven. Er bestaan in totaal maar vier of vijf middeleeuwse handschriften met niet meer dan een enkel pelgrimsteken, of een afdruk daarvan in het perkament. Dit handschrift laat er 23 zien, waarvan 21 uniek zijn.

De Koninklijke Bibliotheek (KB), die zich bij het collectioneren vooral toelegt op Noordnederlandse handschriften, heeft dit getijdenboek verworven met steun van onder meer de Stichting VSB Fonds en de Stichting H.J.E. van Beuningen Fonds. Het aankoopbedrag noch de naam van de laatste Franse particuliere eigenaar wil de bibliotheek prijsgeven. Mevrouw dr A.S. Korteweg, KB-conservator middeleeuwse handschriften, spreekt van een “unieke aanwinst, die niet meer zal voorkomen”. Ook prof. dr. A.M. Koldeweij, hoogleraar in de kunstgeschiedenis der middeleeuwen in Nijmegen, vindt de aankoop “ongelofelijk bijzonder.”

Het getijdenboek, verlucht met dertien miniaturen en met sierranden, is in de vijftiende eeuw in Brugge vervaardigd door de "Meester met de spleetogen'. Diens atelier produceerde standaard-getijdenboeken met de gebruikelijke gebeden tot Maria. Van 1467 tot in de 19de eeuw bleef het handschrift eigendom van de Franse familie d'Oiselet, die op lege gedeeltes van de bladzijden de geboorte- en sterfjaren van familieleden bijhield. Een getijdenboek deed vaker dienst als familiekroniek. Een of meer d'Oiselets verzamelden omstreeks 1500 de pelgrimstekens om ze achterin op een schutblad met een enkele steek vast te zetten.

De uniciteit van dit verworven handschrift ligt bij de edelmetalen bedevaart-souvenirs, die meestal in de loop der tijd zoekraakten of werden omgesmolten. Ze herinneren aan bedevaarten naar onder meer Aken, Keulen, Geeraardsbergen en 's-Gravezande. Uit 's-Gravezande zijn tot nu toe geen insignes bekend. Zilveren insignes zijn vrij zeldzaam. Metalen spelden daarentegen werden in oplagen van vele duizenden uit lood of tin gegoten. Pelgrims zetten ze vast op hun kleding, ten teken dat ze een tocht hadden volbracht. Een tocht die uit religieuze motieven was ondernomen, of als strafbedevaart, opgelegd door de stedelijke overheid voor begane misdaden. Uit het verdronken land van Zeeland komen nog steeds metalen pelgrimstekens te voorschijn, die door hermetische afsluiting van zuurstof in de fijne, vette, natte klei goed geconserveerd bleven. De dunne, zilveren of verguld zilveren exemplaren werden vanwege hun heilbrengende krachten behoedzaam bewaard in getijdenboeken.

De allereerste pelgrimstekens kwamen boven water onder de oude bruggen van de Seine, die omstreeks 1860 vernieuwd werden. Ook in de Londense Theems en bij opgravingen in Frankrijk en Duitsland vond men vele metalen insignes terug. Rijksmuseum Het Catharijneconvent in Utrecht bezit de op een na grootste Nederlandse collectie pelgrimstekens, opgegraven in onder meer Utrecht, Kampen en Groningen. In december zal Museum Boymans-van Beuningen de grootste collectie pelgrimstekens tentoonstellen, uit het bezit van H.J.E. van Beuningen. De recente aanwinst is vanaf 18 november in de KB te bezichtigen.

    • Marianne Vermeijden