BENAZIR BHUTTO; Vrouw met een missie

Toen Benazir Bhutto vijf jaar geleden op pas 35-jarige leeftijd voor het eerst premier werd van Pakistan, was ze het symbool van de hoop. De hoop op een betere, democratische toekomst na elf lange, verstikkende jaren van militaire heerschappij van generaal Zia Ul Haq. Ontroerd juichten massa's Pakistanen de knappe, welbespraakte dochter van de roemruchte premier Zulfikar Ali Bhutto toe. Een nieuw glorieus hoofdstuk in de geschiedenis van de familie Bhutto, die door generaal Zia zo wreed was verstoord met de ophanging van Benazirs vader, leek te zijn aangebroken.

Nu Benazir voor de tweede keer mag proberen om als premier haar stempel op Pakistan te drukken, is er van dat oude enthousiasme echter weinig meer te bespeuren. De hoop is vervlogen. De herinnering aan haar mislukte eerste premierschap, dat in het teken stond van onmachtig gekissebis met andere partijen en wijdverbreide corruptie, ligt nog te vers in het geheugen.

Voor Benazir was het verloop van haar eerste termijn, die vroegtijdig werd onderbroken door de machtige president Ghulam Ishaq Khan, een bittere teleurstelling. Ze voelde zich bedrogen en bleef lange tijd op de achtergrond, haar wonden likkend. Vaak zal ze in die periode aan haar vader hebben gedacht, die in haar leven zo'n cruciale rol vervulde en haar de politiek binnenleidde.

Benazir werd in 1953 in Karachi geboren en, wegens haar ongewoon rose-blanke huidskleur, binnen de familie direct Pinkie gedoopt. Haar jeugd bracht ze deels door in Karachi, deels op het feodale familiebezit in Larkana, in het noorden van de provincie Sind. Haar vader maakte intussen, ondanks zijn achtergrond als grootgrondbezitter, furore als leider van een door hem opgerichte links georiënteerde partij, de Pakistaanse Volkspartij (PPP). Tussen de bedrijven door gaf hij zijn geliefde dochter, die hem in intellectueel opzicht nader stond dan zijn twee zoons, uit de eerste hand een inleiding in de theoretische en praktische politiek.

Terwijl haar vader het tot premier bracht, vertrok Benazir om in Oxford te gaan studeren. Daar oogstte ze veel succes. Zo wist ze het tot voorzitter van de befaamde Oxford debating club te schoppen, een zeldzame eer voor een buitenlandse vrouw. Met veel overgave liep ze mee in demonstraties tegen de oorlog in Vietnam.

Na de staatsgreep van generaal Zia Ul Haq in 1977 namen de gebeurtenissen een dramatische wending voor de familie. Vader Bhutto werd gearresteerd en twee jaar later na een schertsproces ter dood gebracht. Tijdens zijn verblijf in de cel, had hij Benazir toevertrouwd: “Als er iets met mij mocht gebeuren, mijn dochter, beloof me dat je dan mijn missie zult voortzetten.” Een belofte die Benazir uiteraard plechtig deed, al werd nooit precies duidelijk waaruit deze missie bestond. Nog altijd spreekt Benazir over haar vader als een martelaar, een heilige die zijn leven gaf voor de goede zaak. Net als zijn dochter, was Zulfikar Ali echter altijd volledig overtuigd van zijn eigen gelijk. Zonder de minste scrupules hielp hij begin jaren zeventig duizenden Bengalen in het toenmalige Oost-Pakistan over de kling jagen toen hem dat paste.

Voor Benazir in de voetsporen van haar vader kon treden, moest ze enkele jaren zuchten in de gevangenissen van Zia, mede omdat haar twee broers vanuit het buitenland een terroristische campagne op touw probeerden te zetten tegen Zia. Daarna volgde een periode van ballingschap in het Westen. In 1986, nog onder haar aartsvijand Zia Ul Haq, kreeg ze toestemming om terug te keren, waarna een zegetocht volgde langs tal van Pakistaanse steden.

Toen Zia Ul Haq in 1988 onder nooit opgehelderde omstandigheden bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam, was de weg open voor Benazir om haar belofte aan haar vader na te komen. Die kans greep ze, zij het met twijfelachtig succes.