Bassiouni volgt Kalshoven op in VN-commissie

NEW YORK, 19 OKT. De Nederlandse hoogleraar prof. Frits Kalshoven wordt als voorzitter van de VN-commissie die in ex-Joegoslavië oorlogsmisdaden onderzoekt opgevolgd door Cherif Bassiouni, een van de leden van de commissie.

Dat heeft de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros-Ghali, in een brief aan de Veiligheidsraad laten weten. Kalshoven trad onlangs af als voorzitter en als lid van de commissie, formeel op grond van problemen met zijn gezondheid. Hij heeft evenwel duidelijk gemaakt dat ergernis over de manier waarop de commissie te werk moet gaan, een belangrijke rol heeft gespeeld bij zijn besluit.

Bassiouni, een Amerikaan van Egyptische afkomst, is voorzitter van het International Human Rights Law Institute in Chicago. Boutros-Ghali droeg hem eerder voor als kandidaat voor de functie van openbaar aanklager bij het internationale tribunaal dat wordt opgericht voor de berechting van oorlogsmisdadigers; maar Rusland, Groot-Brittannië en Frankrijk hebben in de Veiligheidsraad die benoeming tegengehouden met het argument dat Bassiouni “te geëngageerd” is voor de taak. Het tribunaal, waarvan tot de oprichting in februari werd besloten, wordt in Den Haag gevestigd.

Boutros-Ghali's tweede keus voor de functie van procureur bij dit tribunaal, de voormalige Indiase procureur-generaal Soli Jenhangir Sorabjee, kreeg evenmin het fiat van de Veiligheidsraad, kennelijk na Pakistaanse bezwaren. Vandaag heeft Boutros-Ghali voor de derde keer een jurist voorgedragen als kandidaat voor de functie van openbaar aanklager: de Venezolaan Ramon Escovar Salom, procureur-generaal van zijn land. De elf rechters van het tribunaal zijn inmiddels gekozen.

In zijn brief aan de Veiligheidsraad liet Boutros-Ghali weten Nederland en Noorwegen te hebben gevraagd voor de commissie van onderzoek naar oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië opvolgers aan te wijzen voor Kalshoven en diens plaatsvervanger, de Noorse hoogleraar Opsahl; deze overleed op 16 september. Volgens Boutros-Ghali zouden de regeringen in Den Haag en Oslo bij voorkeur vrouwen moeten aanwijzen als kandidaat-opvolgers.

De tot voor kort door Kalshoven voorgezeten commissie heeft gisteren in een interimrapport gemeld dat tot dusverre niet kan worden aangetoond dat verkrachting van vrouwen in de oorlog in ex-Joegoslavië als oorlogswapen wordt gehanteerd. Volgens het rapport worden er door alle strijdende partijen vrouwen verkracht. In het algemeen kan worden gesteld dat onder de slachtoffers moslim-vrouwen in de meerderheid zijn en dat de meeste daders Bosnische Serviërs zijn - soldaten, speciale eenheden, lokale politiemannen en burgers. Een aantal verkrachtingsgevallen was - zo wordt in het rapport gesteld - het resultaat van individueel gedrag of van het gedrag van een kleine groep daders, zonder dat kon worden aangetoond dat het ging om een daad waartoe opdracht was gegeven. “Andere gevallen zouden kunnen passen in een algemeen patroon. Wegens een reeks factoren zou zo'n patroon tot de conclusie kunnen leiden dat sprake was van een systematisch verkrachtingsbeleid, maar dit moet nog worden bewezen. Als verder onderzoek bewijst dat er een samenhang bestaat tussen deze acties en het beleid van "etnische zuivering', kan worden beweerd dat verkrachting is gebruikt als oorlogsinstrument en is uitgevoerd om terreur, schaamte en andere psychologische consequenties teweeg te brengen bij een bepaalde bevolkingsgroep teneinde die ertoe te brengen te vertrekken en niet terug te keren. Maar de consequenties en conclusies van die praktijken moeten met uitgebreider onderzoek nog vollediger worden vastgesteld”, aldus het interimrapport. (Reuter, AFP)