APOTHEKERS

De scheidend voorzitter van de KNMP heeft de apothekers opgeroepen "het vaak afwachtende, wat op de eigen portemonnee gerichte gedrag' te verlaten.

Hij bepleitte in dat verband dat inkoopvoordelen ten goede moeten komen aan de patiënt (NRC Handelsblad van 5 oktober). Deze uitlating lijkt te vooronderstellen dat een apotheker zich bij zijn werkzaamheden niet zou mogen laten leiden door het principe van de winstmaximalisatie. Dat lijkt mij vreemd.

In Nederland aan patiënten verstrekte medicijnen zijn na uitgebreide beoordeling door de overheid toegelaten medicijnen. Een apotheker levert op recept voor het leeuwedeel deze industrieel geproduceerde medicijnen af aan de koper. Of het middel de zieke geneest zal de apotheker in de regel niet rechtstreeks van de patiënt vernemen. Tussen de gebruiker van het geneesmiddel en de verstrekker lijkt dus een zakelijke relatie te bestaan, waarin de zieke geen patiënt maar cliënt is.

Het kan als een kwalijke vergelijking worden beschouwd, maar de verkoop van een medicijn onderscheidt zich te vaak te weinig van willekeurig welk ander toonbankartikel. Apothekers lijken vooral het hoofd te moeten bieden aan zakelijke beslommeringen in plaats van het contact met hun cliënt. Apothekers moeten zich realiseren dat dit kan bijdragen tot het beeld van een beroepsgroep die dreigt op te gaan in de categorie "handig opererende commerciële jongens'. Dat geeft niet, maar omdat zij in de gezondheidszorg een monopoliepositie vervullen, moeten zij en de overheid beseffen dat een strikte regulering alle aandacht verdient. Of zelfregulering helpt betwijfel ik. De suggestie van oud KNMP-voorzitter prof. dr. Th.F.J. Tromp om de voordeeltjes van apothekers te storten in een fonds "waaruit nieuwe ontwikkelingen in de farmaceutische zorg moeten worden gefinancierd' is het paard achter de wagen spannen. Die researchcomponent is toch al onderdeel van de geldende verkoopprijs?