Zesdaagse Drenthe trekt spoor van olie en motorlawaai

NORG, 18 OKT. Een buizerd en een kraai vliegen trage rondjes boven het beekdal bij het plaatsje Langelo in Drenthe. Ze betwisten elkaar hun deel van de zeldzame kwelvegetatie, waar niet gemaaid wordt en de muizen in overvloed rondhuppelen tussen de biezen. Aan de rand van het "kwetsbare cultuurlandschap' rijden deze zaterdagmorgen tussen acht en tien uur ongeveer driehonderd cross-motoren met een snelheid van tegen de honderd kilometer over een smalle asfaltweg in de richting van Norg. Het zijn met modder besmeurde deelnemers aan de motorzesdaagse.

Niet alleen de vogels, ook beoefenaren van gemotoriseerde sporten, vooral off-the-road motorcrosses en autorally's, zijn sinds kort gedwongen met de milieubeweging te redetwisten over waar hun territoria ophouden en beginnen. In de Tweede Kamer kreeg deze zomer een motie van D66, die alle gemotoriseerde sporten wilde verbieden, geen meerderheid. Een tweede motie, die om inventarisatie van het probleem vroeg, wel. Sindsdien praten ministeries, lokale overheden en sportbonden in een commissie over "geluids-sporten', dan wel "lawaai-sporten'. Hoeveel vervuiling is geoorloofd voor vermaak?

De motorzesdaagse is het wereldkampioenschap enduro, een uithoudingsproef over lange afstand. De motoren reden in zes dagen meer dan duizend kilometer over asfalt, over zandwegen, door akkers, en een klein deel door bos, over hei en langs natuurgebieden in Drenthe, Groningen en Friesland. Het uitzonderlijk massale evenement, toe aan de 68ste aflevering, wordt ieder jaar ergens anders gehouden. Voor de laatste maal in Nederland in 1984, volgend jaar in de Verenigde Staten, over twee jaar in Polen. Van de 477 rijders die maandag begonnen, haalden er 282 zaterdagmiddag de finish. Het Nederlandse team eindigde als derde, achter Polen en Ierland. Drie Nederlanders wonnen hun individueel klassement: Gerard Jimmink (500 cc), Jan van Oorschot (250 cc) en Henk Knuiman (125 cc).

De provincie Drenthe gaf toestemming voor de zesdaagse. Een milieuparagraaf in de wegenverkeerswet was niet van toepassing op het parcours, zo oordeelde Gedeputeerde Staten en uiteindelijk ook de Raad van State. Tot verdriet van de Milieuraad Drenthe, een onafhankelijke stichting gefinancierd door de overheid, die tevergeefs tegen de afgegeven vergunning procedeerde. Vorige week begroeven de actievoerders ceremonieel "de stilte' in het grote dierenbos, de hele week hebben vrijwilligers de schade opgenomen, video-opnamen gemaakt en foto's geschoten.

De regen maakte deze week het parcours nog zwaarder dan de bedoeling was. De organisatie moest routes verleggen en inkorten. Motoren liepen vast in de modder. Een vijftal coureurs brak een of twee benen. Anderen reden om tijd te winnen te hard op de openbare weg en zijn door de politie bekeurd. Een coureur stuntte op de weg op één wiel en werd uit de wedstrijd genomen.

“De directe schade aan de natuur valt mee”, stelde Reinder Hoekstra van de Milieuraad zaterdagmiddag vast. De stukgereden zandwegen worden met shovels weer hersteld. Een beperkt aantal bermen is wel onherstelbaar beschadigd. Geschrokken is de milieuraad vooral van de hoeveelheid mengsmering en olie die werd gemorst op een tankpunt in een waterwingebied. De resten spoelden van de verplichte "milieuzeiltjes' in een sloot.

“Erger vinden we dat op deze schaal motoren door bossen en langs natuurgebieden mogen rijden”, vervolgt Hoekstra. De route nadert een zeldzame dassenburcht tot op honderd meter, snijdt door het bos in Veenhuizen, scheert langs het Schillemeer. Drenthe hoort juist een gebied te zijn waar rust heerst. Het toerisme, zo leren ook beleidsdocumenten van de provincie, mikt op wandelaars en fietsers. “Deze zesdaagse geeft bovendien de "wilde' rijders, die er in hun eentje of in groepen op uit trekken, het verkeerde voorbeeld. Na een andere motorcross, in juli bij Anlo, vond ik de volgende dag al weer sporen van een motor over konijnepaadjes op de hei.” Hoewel hij voortdurend de terminologie van meer radicale actievoerders vermijdt - "brulmonsters die de natuur aan flarden rijden' - vindt hij een motorspoor op de hei “onsmakelijk”. “Dat doe je niet.”

“Als het kennelijk moet - motorsport - dan moet het”, stelt Hoekstra. “Maar je moet opletten waar het gebeurt. Niet in bos of langs natuur, maar op een klein aantal gebieden.” De bedoeling van de overheid is gemotoriseerde sporten te concentreren op een aantal vaste circuits. In Drenthe, waar zes terreinen moeten komen, verloopt de concentratie traag. Er zijn nog steeds zeventien motorcrossterreinen, de meeste illegaal en gedoogd door lokale overheden.

De organisator van de zesdaagse, Willem Bielderman, kan begrip opbrengen voor de standpunten van de milieu-activisten. “Het is ook onze prioriteit om alles weer netjes op te ruimen.” Maar de verstoring bagataliseert hij. “Sinds er auto's rijden en straaljagers vliegen zijn dieren gewend aan geluid. Denk je echt dat een konijn zich laat wegjagen door een motor? We rijden voor 40 procent over particulier terrein. Daar kunnen "wildrijders' niet komen. Dat er gemorst wordt, komt voor een deel door het slechte weer. Door de regen werd de wedstrijd hectisch.”

Concentratie is een onontkombaar proces, erkent ook Bielderman. “Het is nu al zo dat veel wedstrijden eigenlijk van proef naar proef rijden. Het stuk daartussen wordt geneutraliseerd, die tijd telt niet. Over tien jaar hebben wij nog veel minder mogelijkheden”, zo voorspelt hij. “In onze "zogenaamde' democratie - let op, ik zeg zogenaamd - met veel praters en weinig doeners zal er minder ruimte zijn voor motorsport. Dat betreur ik. Je kan de jeugd wel wat afnemen, maar wat is dan hun alternatief? Ik zeg je, dat is zeker niet beter.”