Verontwaardiging bij KNMG; Kabinet wil af van beroepseed artsen in leger

DEN HAAG, 18 OKT. Het kabinet heeft een wetsontwerp naar de Tweede Kamer gezonden waarin is vastgelegd dat het medisch beroepsgeheim niet van toepassing is op militairen.

De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) verzet zich tegen dit wetsvoorstel. Ook binnen militaire belangenorganisaties is de weerstand groot. “De KNMG heeft een duidelijk standpunt over het medische beroepsgeheim”, aldus secretaris majoor R.J.A. Bloemkolk van de Nederlandse officierenvereniging. “Daar moet defensie niet tussenkomen met eigen regeltjes, maar zich houden aan de bepalingen van de grote mensenwereld.”

Secretaris-generaal van het KNMG, Ph. van Berkestijn, zegt dat zijn organisatie zich "dwars en massaal' zal verzetten tegen deze wettelijke aantasting van het medisch beroepsgeheim. “Ik denk dat als een militair - wiens medische gegevens zonder zijn toestemming door militaire medische instanties zijn uitgewisseld - de tuchtrechter inschakelt de uitspraak van die rechter glashelder zal zijn. Schending van de integriteit van het menselijk lichaam is ontoelaatbaar.”

In de burgermaatschappij wordt medische informatie tussen bijvoorbeeld huisarts en bedrijfs- of verzekeringsarts alleen uitgewisseld met toestemming van de patient. Maar militaire artsen zijn verplicht medische gegevens van hun patiënten door te geven aan alle militaire instanties die betrokken zijn bij de geneeskundige zorgverlening. Daarvoor is geen toestemming nodig van de betrokkene. Dat is te lezen in de Algemene Dienstaanwijzing van de Inspecteur Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht.

Volgens het ministerie kan alleen zo de operationele inzetbaarheid van de individuele manschappen worden beoordeeld. Zodat de krijgsmacht kan voldoen aan haar grondwettelijke opdracht te allen tijde te beschikken over voldoende direct inzetbaar personeel.

In tegenstelling tot de situatie in de burgermaatschappij functioneren artsen in de krijgsmacht voor hun patiënten in voorkomende gevallen als huisarts, bedrijfs- én keuringsarts. Volgens kapitein-arts mevrouw J.M. Hoevers heeft een groeiend aantal militaire artsen medisch/ethische problemen met de ingeslepen gedragsregel. Hoevers signaleert dat steeds minder beroepsmilitairen hun bataljonsarts consulteren, omdat hun medische gegevens zonder toestemming kunnen worden gebruikt bij een keuring met mogelijke gevolgen voor hun carière en/of overplaatsing. Dat is een zaak die betrokkenen met name bezighoudt nu reductie aan de orde is van het aantal beroepsmilitairen. Ook bij keuringen voor VN-taken wordt vrijelijk beschikt over het medischdossier van de betrokken militair. In de huidige situatie raadpleegt raadplegen veel beroepsmilitairen daarom liever in het vrije weekeinde voor eigen rekening een burgerdokter dan zich verplicht op werkdagen te melden bij de bataljonsarts.

Medio 1992 heeft Hoevers de problematiek voorgelegd aan de inspecteur geneeskundige dienst van de Koninklijke Landmacht. Het antwoord van het ministerie van defensie op deze en andere signalen is het wetsontwerp waarin de traditionele opvattingen binnenkort een wettelijke status moeten krijgen.

    • Hidde van der Ploeg