TONY VAN DER MEULEN: De geur van het zuiden

Wie vanuit Utrecht de trein neemt naar het zuiden, overbrugt vier imposante waterwegen, het schattige riviertje De Linge niet eens meegerekend. Zijn vier waterscheidingen voldoende om een aanzienlijke psychologische afstand te creëren?

De mooiste oversteek is die bij Culemborg. En dan bij voorkeur 's morgens vroeg wanneer de zon opkomt boven de dauwende weilanden van het noorden en de gele veerpont afmeert aan de Culemborgse kade in het zuiden.

Begint hier al dat andere deel van Nederland, waar volgens de verhalen Bourgondiërs wonen die altijd te laat komen (behalve in het café)?

Nee, het is toch de Maas even ten noorden van 's-Hertogenbosch geweest, die de vanuit het zuiden oprukkende zachte G heeft tegengehouden. Deze bedaarde rivier vormt de scherpe grens tussen de katholieken van Brabant en de protestanten in het zo nabije noorden van de Bommelerwaard. In sommige gevallen mag die grens niet overschreden worden: toen het Brabants Dagblad destijds uitkwam met een speciale zondagse editie ter ere van het pausbezoek, is deze, tot hun vreugde, niet verspreid onder de andersdenkende abonnees ten noorden van de rivier. Er moet dus in Nederland wel degelijk een noorden en een zuiden zijn: de grens ligt precies in het midden van de brug bij Hedel.

Maar hoe groot is de afstand echt?

Zowel in het noorden als het zuiden doet zich een vertekening voor. Waarbij opvalt dat noorderlingen doorgaans denken dat het zuiden heel ver weg is, terijl hier in het zuiden het noorden te dichtbij lijkt. Wellicht is dit verklaarbaar vanuit het verschil tussen een noordelijke desinteresse in het zuiden en een zuidelijke neiging zich bedreigd te voelen door de realo's uit het noorden.

Als iemand in Den Bosch aan het noorden denkt, bedoelt hij Utrecht of Amsterdam. En niet Groningen of Friesland. Dat zijn onbestaanbaar verre oorden, slechts bekend uit verhalen van stoutmoedige reizigers. Nee, het echte noorden, waar ze anders zijn, is heel dichtbij en begint meteen aan de andere kant van de rivier.

Toen ik de Amsterdamse redactielokalen al had verruild voor Den Bosch heb ik in café Mulder aan de Vijzelgracht eens geënquêteerd hoe lang een intercity erover doet om vanuit Utrecht Den Bosch te bereiken. De hoofdstedelijke aanwezigen hielden het op drie kwartier tot een uur. Want het zuiden is ver weg.

Maar na nauwelijks 25 minuten zijn alle waterwegen bedwongen en staat de trein stil onder een van de mooiste (en dus bedreigde) stationsoverkappingen van Nederland, in 's-Hertogenbosch (want dat klinkt sfeervoller dan Den Bosch), de noordelijkste stad van het zuiden.

Hier houdt zich dus dat andere menstype schuil. Voor de noordelijke oriëntatie zou het 't handigste zijn als Brabant uitsluitend bevolkt zou worden door onbetrouwbare bierdrinkers. Die bestaan, zoals er ook onbetrouwbare Amsterdammers zijn, joviale Friezen, praatgrage Groningers en stugge Brabanders.

De werkelijke verschillen vallen pas op na een aanzienlijke verfijning van de anekdotische vooroordelen. Want dan ontdek je bijvoorbeeld een familieband die in doorsnee sterker is dan in andere landstreken. De onweerstaanbare trek naar ons pa en ons moe, waar je als kind nog gewoon 'u' tegen zegt.

Het geloof is ook een bij uitstek familiaire aangelegenheid. Gezeten aan lange tafels wordt de eerste communie gevierd, het meisje als bruidje in het wit, de jongen in een grote-mannenpakje met lakschoentjes. Dit heeft weinig te maken met de dogma's van paus Johannes Paulus II of bisschop Ter Schure en alles met een sociaal-cultureel hoogtepunt van het leven.

En dat is een leven met wat meer opsmuk dan in killere gewesten. Dat merk je aan sommige hooggezeten bestuurderen die zich omringen met veel aureool. En die niet merken dat ook de meeste Brabanders al lang niet meer zo hoog opkijken tegen gezag als de regenten voor aantrekkelijk houden.

Deze opsmuk van het leven is ook zichtbaar op straat. Ik heb geen toereikende statistieken bij de hand maar in de straten van Den Bosch zie je dat de mensen hier veel geld uitgeven aan kleding en ander uiterlijk vertoon.

Rokken, in bepaalde delen van het koninkrijk geheel verdrongen door jeans, zijn hier zeer gewild. En in de nauwere straatjes van de oude binnenstad hangt, vooral op dagen met weinig wind, een aanzienlijke concentratie parfum. Het zuiden ruikt anders. Dat is niet alleen de alom verwachte bierlucht, maar veeleer een aromatische mixture van banket, gekruide delicatessen en diverse reukwaters.

Ik neem de trein terug naar Utrecht en zie in Hoog Catharijne een overvloed aan winkels met kleding, delicatessen en parfum. Is die zuidelijke geur dan toch verbeelding? Maar wat zou het jammer zijn als in een steeds individuelere samenleving de individuen steeds meer op elkaar gaan lijken.