Senatoren manen Clinton oorlog in Haïti te vermijden

WASHINGTON, 18 OKT. Drie Amerikaanse senatoren hebben president Clinton gisteren gewaarschuwd geen oorlog te beginnen met Haïti. De Democratische senator Bob Kerrey zei gisteren voor de televisie dat de Amerikaanse regering moet afzien van “onnodig dreigen in Haïti”.

De leider van de Republikeinse minderheid, senator Robert Dole, vindt dat Amerika geen oorlog moet beginnen om president Aristide weer aan de macht te helpen. Hij wil vandaag een resolutie indienen bij de Senaat waarmee hij eventuele oorlogshandelingen van president Clinton in Haïti aan banden wil leggen. “We kunnen geen Amerikaanse strijdkrachten naar Haïti sturen zonder goedkeuring van het Congres, tenzij er een noodsituatie is en Amerikanen moeten worden geëvacueerd of er een nationaal belang op het spel staat, waarbij er geen tijd is om naar het Congres te gaan”, aldus Dole gisteren.

Een dergelijke resolutie zou afgezien van de dubbelzinnige formulering niet meer dan symbolisch zijn omdat er verschil van mening bestaat over de bindende werking. Het gaat om de grondwettelijke verhouding tussen de president en het Congres. Het verwerpen van onderdelen van de begroting is in het verleden een effectiever controlemiddel gebleken voor het Congres.

De voorgenomen resolutie en de pogingen van het Congres om meer controle uit te oefenen op president Clinton is wel tekenend voor de sfeer van chaos, stuurloosheid en bittere verwijten waar het Amerikaanse buitenlandse beleid na de mislukte Amerikaanse militaire operaties in Somalië in verkeert.

Volgens senator Dole is het de moeite niet waard om Amerikaanse levens op het spel te zetten voor de wettig verkozen president Aristide. Hij had veel kritiek op Aristide die door voormalig veiligheidsadviseur Brent Scowcroft, een “krankzinnig te verklaren psychopaat” werd genoemd. De CIA heeft in een geheim rapport de emotionele en geestelijke stabiliteit van Aristide in twijfel getrokken. De Republikeinse senator Richard Lugar zei gisteren dat de Amerikaanse regering in Haïti een pauze in acht moet nemen en geen oorlog moet beginnen met Haïti.

De Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Madeleine Albright, zei echter gisteren voor de televisie: “Aristide was verkozen met de grootste meerderheid in het westelijke halfrond. In de besprekingen die de Amerikaanse regering met hem had, is hij verantwoordelijk geweest en heeft hij op een passende manier gereageerd.”

Functionarissen van Buitenlandse Zaken verwijten hun collega's bij het Pentagon dat zij de onrust in Haïti bij de aankomst van 218 Amerikaanse militaire adviseurs voor de VN afgelopen week hadden kunnen zien aankomen. Het ministerie van buitenlandse zaken wilde de Amerikanen niet sturen. Inlichtingendiensten hadden de moeilijkheden voorspeld. Toen enkele tientallen gewapende Haïtiaanse politiemensen afgelopen week onrust stookten op de wal, had het Amerikaanse oorlogsschip met de adviseurs aan boord niet aangelegd in de haven van Port-au-Prince maar had het zich teruggetrokken. “Ik denk dat u iemand in een ander gebouw moet vragen over het inzetten van dat specifieke schip”, zei Christopher in een interview met The Washington Post maar hij zei dat hij er geen bureaucratisch gevecht “van het ene gebouw tegen het ander” van zou willen maken.

President Clinton moet zich ook verdedigen tegen zware kritiek van oud-president Bush en de voormalige minister van buitenlandse zaken, James Baker, die de Amerikaanse problemen met Haïti, Somalië en Bosnië wijten aan het feit Clinton zich persoonlijk te weinig met het buitenlandse beleid heeft bemoeid. “Het is fantasie om te denken dat buitenlands beleid naar de achtergrond kan worden geschoven, of dat de presidentiële verantwoordelijkheid daarvoor kan worden gedelegeerd”, zei Baker vorige week bij een toespraak.

Bush zei vorige week dat hij hoopte dat de Amerikaanse missie in Somalië “geen rotzooi zal worden”, omdat er geen duidelijke antwoorden zouden worden gegeven op belangrijke vragen. Clinton had eerder gezegd dat hij niet goed op de hoogte was gehouden over de situatie in Somalië, maar zijn eigen ambassadeur Albright sprak dat gisteren tegen. Ze zei voor de televisie dat ze bij de uitbreiding van de Amerikaanse missie in Somalië de president op de hoogte had gehouden en zijn besluiten had uitgevoerd. Gisteren gaf Clinton toe dat hij de “politieke missie” in Somalië “had laten afdwalen”. Hij zei ook dat hij eerder belangrijke buitenlandse thema's voor het Amerikaanse publiek had moeten aansnijden.

Ten aanzien van Bosnië had Clinton zware verwijten tegen Engeland en Frankrijk in een interview met The Washington Post. “Ik had het gevoel dat de Britten en Fransen dachten dat het belangrijker was om te vermijden het wapenembargo op te heffen dan om het land te redden”, zei hij. Christopher verweet in dezelfde krant West-Europa dat het de schuld gaf aan Amerika voor de Westerse passiviteit in Bosnië om te verbergen dat West-Europa “het probleem zelf niet heeft opgelost”. Christopher: “West-Europa is niet langer het dominante gebied in de wereld. Er komt veel kritiek uit West-Europa maar ik zie of hoor het niet komen uit Azië.”