Schemergebied

DAT HET CDA STREEFT naar een rijksoverheid die minder departementen telt, is niet echt verrassend.

Ook in het twee maanden geleden gepresenteerde ontwerp-verkiezingsprogramma van de partij staat immers dat het aantal ministeries moet worden teruggebracht. Het eind vorige week verschenen rapport van een partijcommissie onder leiding van tweede vice-voorzitter Van de Beeten kan dan ook meer worden beschouwd als een nadere uitwerking van een opvatting die overigens lang niet door het hele CDA wordt gedragen. De discussie over departementale herindeling mag dan wel een abstracte lijken, voor een uitgesproken bestuurderspatij als het CDA is het toch ook een zeer geladen kwestie.

Curieus is dat de CDA-partijcommissie voorstelt het ministerie van welzijn, volksgezondheid en cultuur te ontmantelen. Betreft het hier niet het bouwwerk van Brinkman? Hij was het, gepokt en gemazeld in het binnenlands bestuur, die in 1982 als jong minister van het nieuwe WVC, de integratie van de departmenten van CRM en volksgezondheid en mIlieu vorm moest geven. Worden de voorstellen van de commissie-Van de Beeten serieus genomen, dan mag Brinkman straks als formateur van een nieuw kabinet zijn eigen huis weer afbreken. Het zegt iets over de modegevoeligheid van departementale herindelingen.

Wat elf jaar geleden nog bestempeld werd als een logische samenvoeging heet nu “een combinatie van wat ongelijksoortige grootheden”. Het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu moet worden opgedeeld, omdat een apart ministerie voor milieu te veel tot competentiegeschillen zou leiden en te weinig oog heeft voor de uitvoering. Het zijn bijna precies dezelfde argumenten die gebruikt kunnen worden voor wel een zelfstandig departement. Want in dat geval is een apart ministerie noodzakelijk voor het doorbreken van competentiegeschillen en coördinatie van de uitvoering.

WORDT DE DISCUSSIE over departementale her indeling op deze wijze gevoerd - welk beleidsonderwerp is in en welk is uit? - dan zal het altijd bij discussie blijven. Het toont vooral aan hoe taai de materie is en hoe divers de belangen van de verschillende departementen. Wie fundamentele keuzes wil vermijden komt uit bij de voorstellen van de commissie-Wiegel die eerder dit jaar werden gepresenteerd. Deze gaat uit van het huidige aantal ministeries, maar dan wel tot de kern teruggebracht. In feite is dit een compromis, want al op voorhand stellen dat aan het bestaande aantal departmenten niets veranderd kan worden, is geen goed uitgangspunt als men echt werk wil maken van een forse reorganisatie van de rijksdienst.

Interessant tegen de achtergrond van de al decennia durende ambtelijke stammenstrijd is het voorstel van de CDA-commissie om de secretarissen-generaal en de directeuren-generaal te vervangen door staatssecretarissen. Het zou betekenen dat de ambtelijke leiding in politieke handen komt. Strikt genomen zijn de hoogste ambtelijke posten op de ministeries al politiek bepaald. De secretaris-generaal zonder partijlidmaatschap is een uitzondering. De functies zijn keurig over de grote partijen verdeeld. Maar omdat de topambtenaren na verkiezingen blijven zitten, loopt de politieke kleur tussen politieke en ambtelijke leiding niet altijd synchroon.

FORMEEL KENT NEDERLAND het verschijnsel politieke ambtenaar niet. Maar in de praktijk opereert de ambtelijke top vaak wel degelijk politiek. Er is sprake van een groot en ongewenst schemergebied, waar meer duidelijkheid in geschapen moet worden. Wat dat onderdeel betreft biedt het rapport van het CDA een goede aanzet voor een open discussie.