Ook zonder sloop gaat alles kapot; Profiel van GANZENHOEF

Over ruim anderhalf jaar wordt het winkelcentrum Ganzenhoef in de Bijlmermeer gesloopt. Intussen loopt de situatie in de donkere betonvlakte geheel uit de hand. De politie zegt te “dweilen met de kraan open”. Initiatieven om nog iets te redden stuiten op onwil en bureaucratie. “Het lijkt wel of ze de zaak bewust op de spits willen drijven.”

Rolluiken rammelen naar beneden. De zon is al onder. Een paar vrouwen met boodschappentassen lopen haastig naar de beschutting van hun flats. Vanaf dit moment is het winkelcentrum Ganzenhoef in andere handen. Het rijk van de mollen. Hijgerig lopen ze op en neer. Of ze staan onbeweeglijk stil. “Cocaïne, heroïne”, sist een jonge man zonder tanden. Een haag van junks verspert de ingang van het metrostation. Achter hen, op het beton de verwassen leus: "de Bijlmer eist geluk'. Openlijk schuiven de pakjes van hand tot hand. Er wordt gedeald met die vreemde, bruuske bewegingen die bij de handel in verboden zaken horen.

Naast de giro-automaat staat een andere groep jongens in slagorde opgesteld, klaar om elke klant te verwelkomen. Boven, op het platform voor de parkeergarage staan tientallen, misschien wel honderd mannen. Ze hangen tegen hun verweerde auto's, en wachten. Waarop? Dan opeens klinkt in de verte het kille "piew' van een pistoolschot. Rennende voetstappen in het duister. De mannen op het platform reageren niet eens.

Deze zomer werd Ganzenhoef plotseling overstelpt met dealers en junks uit andere windstreken. Ze stromen met "bakken' tegelijk de metro uit. Volgens buurtopbouwer Mart van der Wiel heeft dit te maken met het nieuwe schoonveeg-beleid dat in de metrostations in de binnenstad wordt gevoerd. “Ze emigreren nu gewoon een deurtje verder.”

Maar er is duidelijk meer aan de hand. “Op een of andere manier is hier de kwaliteit van de dope ongelooflijk goed en de prijs ongelooflijk laag.” En kortgeleden werd in een Duits televisieprogramma over heroïne in Europa, niet meer Amsterdam maar Ganzenhoef als hoofdstad van Nederland genoemd.

De situatie is volgens Van der Wiel onhoudbaar geworden. In zijn flets-groene kantoor onder de Bijlmerdreef vertelt hij over de teloorgang van de plek waar hij jarenlang geprobeerd heeft iets op te bouwen. Ook nu is hij nog actief. “Laten we er in godsnaam iets van maken”, besloten de huurders, het opbouwwerk en de projectgroep Ganzenhoef-West een paar maanden geleden. Ze ontwierpen het zogeheten "crisisbeheer'. Met boren en sloophamers werden overal muurtjes en nissen weggewerkt waarachter mensen zich kunnen verschuilen. De plek waar eens de nieuwe kerk stond is nu een gapend gat. “Dan tochten die junks daar tenminste weg”, zegt Van der Wiel. Hoofdschuddend kijkt hij naar het manshoge hek waarachter de stront en de spuiten zich alweer hebben opgehoopt, een week nadat het is schoongemaakt.

De vertrouwde Bijlmer-junk heeft een nieuw type gezelschap gekregen. Het traditionele hosselen is veranderd in een agressief soort criminaliteit. Wapens en bendevorming. Berovingen en fysiek geweld. “Het komt te dichtbij”, zegt Van der Wiel terwijl hij langzaam de lichten in zijn kantoor dooft. Zijn ogen volgen de schaduwen die voor het raam heen en weer lopen. Hij haalt zijn portemonnee uit zijn broek en bergt hem op in een la. Onlangs werd zijn collega beroofd van een zak chips. Hij heeft een paar dagen in het ziekenhuis gelegen. Een ander werd met een stuk ijzer op zijn hoofd geslagen. Soms, als er 's avonds vergadering is, vraagt hij de politie het voor de deur even schoon te vegen. “De politie doet zijn uiterste best. Maar die jongens kunnen het ook niet meer aan”, zegt Van der Wiel. Hij bidt nu maar elke dag dat de metro gaat staken.

“Het is inderdaad dweilen met de kraan open”, zegt agent Hans van Ossenbrugge. “Als we hier drukken, spuit het er daar weer uit.” In zijn "buitenverblijf' op Ganzenhoef - een caravan die als tijdelijk extra behuizing naast het wijkbureau staat geparkeerd - stelt deze vriendelijk man met een brede snor, van het soort "geboren agent', de dienstroosters op. Zeventig mensen, acht dienstgroepen, daaruit moet hij de teams samenstellen. Soms zitten ze 's nachts maar met vier tot zes man. De rest is met verlof, gedetacheerd, of simpelweg ziek.

De situatie in Ganzenhoef is de laatste drie maanden zienderogen verslechterd. Veel te veel wapens, verzucht de agent. Hij heeft de indruk dat het - meer dan vroeger - om georganiseerde bendes gaat. Er lopen hier figuren van wie niemand meer weet wat hij ermee aan moet, en ik denk dat ze het zelf ook niet weten.''

Om de zogeheten aanzuigende werking van Ganzenhoef te doorbreken heeft de politie een beleid opgezet, waarbij de grootste "circuit-vervuilers' eruit worden gehaald. Met gerichte veegacties en dijkverboden, waardoor de politie iemand voor een bepaalde tijd de toegang tot het gebied kan ontzeggen, wordt geprobeerd het kaf van het koren te scheiden. Het zal wel iets helpen, meent Van Ossenbrugge. Maar een werkelijke oplossing is het niet.

Vergaderingen, plannen, de meest schitterende projecten op papier. Jarenlang is er door de projectgroep vernieuwing Bijlmermeer gewerkt aan de sloopplannen voor Ganzenhoef en de afbraak van de nabijgelegen flats Gerenstein en Geinwijk. “De eenzijdige sociale samenstelling van de buurt moet worden doorbroken”, luidde de achterliggende gedachte. Dure koopwoningen, laagbouw, een geheel nieuw winkelcentrum aan een brede boulevard moeten dit deel van de Bijlmer een nieuw aanzien geven. Tegen de bezwaren van de de bewoners in drukten bestuurders hun plannen door.

“Kotsmisselijk word ik ervan”, zegt de anders zo bedaagde Bijlmerveteraan Guido Rooijmans. Al bijna twintig jaar draait de voorzitter van de bewonerscommissie mee in het inspraak- en besliscircuit van de Bijlmermeer. “Als er nu eens een keertje iemand de moeite had genomen om naar ons te luisteren zouden we nu niet in deze troep zitten”, verzucht hij. Hoe vaak hebben ze de gemeente en de deelraad niet gewaarschuwd dat de prestigieuze plannen tot het verlagen van de Bijlmerdreef tot een onhoudbare situatie op Ganzenhoef zou leiden. “Maar het lijkt alsof ze alleen hun eigen mooie toekomst op papier kunnen zien. Die verlaging moest en zou er komen en nu zitten we met de ellende.”

Als een droeve echo kaatst de klacht door het winkelcentrum. “Ze luisteren niet”, zegt een medewerker van het streetcornerwork dat het plan bedacht om junks tegen een vrijwilligersvergoeding de muren te laten schoonmaken. “Dan doen ze tenminste ook iets positiefs”. Maar de deelraad nam een aannemersbedrijf in de arm. “Ze waren niet in staat de nodige junken-kracht op tijd te leveren”, luidt het verweer van deelraadsvoorzitter Ronald Janssen.

De realiteit van vandaag toegedekt onder de schoonheid van de plannen van straks. Dat is de spiraal waarin Ganzenhoef dreigt te verstikken. Zo werd agent Van Ossenbrugge door de politieleiding gekapitteld dat hij met journalisten had gepraat. “Wij pakken de publiciteit zelf aan op het moment dat wij daaraan toe zijn”, aldus politievoorlichter Klaas Wilting. “We zijn hard bezig een extra inspanning te leveren.”

Uitgeput zit Guno Nimmermeer aan de bar van zijn lege jongerencentrum. Een "rovershol', zoals hij het zelf noemt, gelegen in de donkere betonvlakte onder het metrostation. Voor de deur staan mannen te dealen. Binnen ziet het eruit alsof er een leger sprinkhanen doorheen is getrokken. Kapotte WC's, open vloeren, het schimmige licht van kapotte TL-buizen. Eens was Jong Godo een bloeiend centrum. Tientallen Surinaamse jongeren rookten er hun stikkie. Ze keken naar films, speelden flipper of oefenden met hun muziekgroepen. “We hielden ze van de straat”, zegt Nimmermeer. “We probeerden ze ervan te doordringen dat er ook voor zwarten kansen bestaan die je kan grijpen.”

Nu is alles veranderd. Ook Jong Godo moet met de sloop verdwijnen en daarom worden door de welzijnskoepel Buurtwerk Zuid Oost (BZO) zelfs de meest elementaire reparaties niet meer verricht.

Het kookproject, waarbij elke avond een Surinaamse maaltijd werd bereid, ging ten onder aan een kapotte afvoer. De muziekgroepen verstikten in een luchtafvoer die niet werkt. Loshangende stopcontacten, water dat overstroomt. In de kickboxruimte waar ooit twee kampioenen zijn opgeleid, hangt nu een geur alsof er twaalf kisten sinaasappelen staan te rotten. De geur is niet te harden. Vreemde paddestoelen borrelen uit de afvoer omhoog. “Hoe moet ik hier een jongerencentrum drijven?”, vraagt Nimmermeer terwijl kijkt naar de vreemde paddestoelen die uit de douches omhoogborrelen. “Ik zou ook niet willen dat mijn kinderen hier kwamen. Ik schaam me te vertellen dat ik hier werk.”

De situatie in Jong Godo is onhoudbaar geworden. "Geen hard drugs, geen handel, geen wapens', staat op het vergeelde huisreglement achter de bar geschreven. Maar het lukt hem niet meer. “Je eist respect, maar hoe kan je dat in deze rotzooi afdwingen?” Vrijwel dagelijks heeft hij met geweld te maken. Messen, pistolen. De jongeren van eerst komen niet meer. “Die zijn nu weggezogen in het criminele circuit.”

Het lijkt wel, zegt Nimmermeer, of men wil bewijzen dat er niets meer valt te beginnen. “Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze ons doelbewust laten verloederen, om straks te kunnen zeggen dat ze gelijk hadden met hun plannen.”

Straks, in de nieuwbouw, mag Jong Godo niet meer terugkomen. “We willen een heel algemeen gericht jongerencentrum”, zegt Elvira Smit, sectorhoofd jongerenwerk van de BZO. “Godo was teveel opgehangen aan leefstijl van een klein groepje.” Smit wil het nieuwe jongerencentrum "pedagogiseren'. Er moeten professionele agogen werken en het centrum moet niet alleen op alle allochtone jongeren gericht zijn. “Ik denk dat de segregatie in de Bijlmer lang genoeg heeft geduurd.”

Mooie plannen, respectabele uitgangspunten. Maar waar blijven de jongeren van Godo intussen? En wat gebeurt er met de ervaring die Nimmermeer in al de jaren met de Surinaamse groep jongeren heeft opgebouwd? “Wij zien de heer Nimmermeer als een belangrijke sleutelfiguur”, zegt Smit. “Als we geld hadden zouden we hem zeker laten omscholen tot professioneel jongerenwerker. Maar ja, dat geld hebben we niet.”

Die nacht loopt Guno door Ganzenhoef. Geen bar, geen café, niet eens een snackbar open. Vluchtig groet hij wat jongens die staan te chinezen. Bitter vertelt hij over zijn droom. “Laten zien dat ook zwarte jongeren een plaats in dit land verdienen.” Hij maakte plannen en projecten. Een lascursus, een computercursus, een kappersproject. Maar steeds stuitten zijn verzoeken om steun op een bureaucratisch "neen'. Guno Nimmermeer heeft het nu opgegeven. “Als ze het kapot willen hebben moet het maar kapot. Met of zonder sloop, die jongeren kun je niet uitpoetsen. Over een paar jaar is het hier dus Harlem.”

    • Marjon van Royen