Nieuwe koersenrecords op alle obligatiemarkten

ROTTERDAM, 18 OKT. Op de internationale obligatiemarkten werden vorige week veel nieuwe hoogtepunten bereikt. De koersen stegen naar nieuwe records, de rentes daalden naar laagste niveau's in jaren of ooit. In veel Continentaal Europese landen daalden de rentes gestadig verder, maar zullen ze het lage niveau van 1987 voorlopig nog niet bereiken. In veel dollarlanden daarentegen werden wel oude records doorbroken.

Nederland in trek. De Nederlandse obligatiemarkt blijft in de (internationale) belangstelling staan. De Nederlandse lange rente bleef ook afgelopen week dalen, hoewel de daling beperkt was. De 5-jaars rente bereikte wel een kleine mijlpaal; deze daalde tot onder de grens van 5,5 procent. De belangstelling valt uit enkele punten op te maken. Beleggers, en dan met name buitenlandse partijen, hebben momenteel vooral voorkeur voor lang papier. De laatste tijd bestaat veel vraag naar leningen met een looptijd langer dan 10 jaar. Mede als gevolg hiervan is de spread (het renteverschil) tussen het effectieve rendement op hele lange leningen en de 10-jaars rente enigszins afgenomen. Onlangs uitgegeven lange leningen, zoals van de laatste tranche van de 30-jaars staatslening en de 15-jaars Rabobank-lening, vonden dan ook gemakkelijk hun weg naar beleggers. Langere leningen hebben namelijk een hogere duration (rentegevoeligheid), wat betekent dat ze sterker reageren op een renteverandering, waardoor ze bij een zelfde rentedaling meer stijgen in koers dan leningen met kortere looptijden. Daardoor kunnen beleggers met lagere leningen meer profiteren van een voortgaande rentedaling dan met kortere leningen. Uit het feit dat lange leningen veel worden gevraagd kan men opmaken dat veel marktpartijen een aanhoudende dalende rentetrend verwachten. Een andere reden om lange leningen te kopen is dat deze een hoger effectief rendement hebben, dat 30 tot 50 basispunten (een basispunt is een honderste procentpunt) ligt boven het effectieve rendement van 10-jaars leningen. Indien de effectieve rendementen niet veranderen dan realiseert men met de langere leningen een hogere opbrengst. Zodoende genereert deze hogere opbrengst een buffer voor het geval dat de rente (onverhoopt) zou stijgen.

Europese rentedalingen. Niet alleen in Nederland daalde de rente verder. Ook in veel omliggende landen werden lagere niveau's genoteerd, waarbij België momenteel in een uitzonderingspositie lijkt te zitten. De Duitse en Franse lange rentes daalden verder onder de grens van 6 procent, maar benaderen de records van 1987 vooralsnog niet. Daarvoor moet de rente nog zo'n half procentpunt dalen. In Denemarken daarentegen werd met een hoogte van 6,4 procent voor de 10-jaars rente wel een record neergezet. De uitzonderingssituatie waar België zich momenteel in bevindt hangt sterk samen met het vertrouwen van internationale beleggers in de Belgische obligatiemarkt. Dit vertrouwen is de laatste weken sterk geslonken, wat eerder al tot gevolg had dat de laatste staatslening maar enkele honderden miljoenen guldens opbracht, slechts een fractie van de voorgaande staatslening. Het vorige week uitgekomen rapport van het Internationale Monetaire Fonds over België was behoorlijk kritisch over de staatshuishouding, mede waardoor de Belgische frank verder onder druk kwam te staan. Ondanks steunaankopen van de centrale bank zakte de frank naar de onderste plaats in het EMS, waarbij de munt 7% onder de spilkoers met de gulden en de D-mark lag.

Dollarlanden naar records. Niet alleen in Europa was de stemming op de obligatiemarkten goed te noemen. Ook in de Verenigde Staten en in Australië bereikten de rentes ongekende niveau's. De 30-jaars rente in de Verenigde Staten daalde verder onder andere vanwege, voor de obligatiemarkt gunstige, werkloosheids- en inflatiecijfers. De Canadese lange rente is de laatste twee weken ook sterk gedaald, maar vanwege de komende verkiezingen kon de rally in de Verenigde Staten niet helemaal worden gevolgd. In Australië daalde de lange rente naar ongeveer 6,5 procent, terwijl deze in 1990 nog op een niveau van 13,5 procent heeft gestaan.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco