Na failissement kleine-zalenketen; Antwerpen opent nieuw en groot bioscoopcomplex

BRUSSEL, 18 OKT. Anderhalve maand na het verdwijnen van het beroemde filmimperium Rex uit de Antwerpse binnenstad, is gisteravond onder begeleiding van champagne, toespraken en vuurwerk het gloednieuwe bioscoopcomplex Metropolis aan de rand van het stadscentrum feestelijk geopend. Vanaf vandaag kunnen de Antwerpenaren in tien zalen films komen kijken op supergrote schermen. De komende maanden moet Metropolis verder uitgroeien tot het grootste bioscoopcomplex in de wereld, met in totaal 22 zalen die plaats bieden aan 7.400 toeschouwers.

Stuwende krachten achter Metropolis zijn de families Bert en Claes, die ook de eigenaren zijn van Kinepolis, het grote bioscoopcomplex dat enkele jaren geleden werd opgetrokken naast het Heizel-stadion in Brussel en dat internationaal de aandacht trok. Met de bouw van Metropolis is een investering gemoeid van ongeveer 1 miljard frank (ruim 50 miljoen gulden). Bert en Claes nemen ieder voor 40 procent deel, de resterende 20 procent wordt, evenals bij Kinepolis in Brussel, ingebracht door de Gewestelijke investeringsmaatschappij voor Vlaanderen.

De eigenaren gokken op een jaarlijkse toeloop van zo'n 2,5 miljoen bezoekers, afkomstig uit een straal van ongeveer zestig kilometer rond Antwerpen. Ze onderstrepen dat het nieuwe complex in Antwerpen - op een voormalig terrein van General Motors - niet mag worden beschouwd als een kopie van de Brusselse Kinepolis. De zalen zijn groter, evenals de schermen, en het geluid en het zitcomfort zijn verbeterd. Daarnaast weerspiegelt de vormgeving (met relingen, patrijspoorten, waterpartijen) het feit dat Antwerpen een havenstad is. “Het is eigenlijk een luxe cruiseschip”, aldus een woordvoeder van Metropolis. “We zijn geen grootwarenhuis dat je overal herkent”.

Het verdwijnen van het Rex-concern en de opkomst van Metropolis geeft in feite in notedop de ontwikkeling weer die de Belgisch/Vlaamse bioscoopwereld het afgelopen decennium heeft ondergaan. Daar waar eigenaar baron Georges Heylen van het Rex-concern tot woede en frustratie van zijn personeel verzuimde om de afgelopen jaren te investeren in de modernisering van zijn bioscopen, was de bioscoopondernemer Albert Bert steeds in de weer met het opzetten van nieuwe, moderne projecten. Het imperium van baron Heylen omvatte op zijn hoogtepunt vijfhonderd werknemers, 25 zalen in onder andere Antwerpen, Leuven en Brugge, en zelfs een eigen distributiemaatschappij. Begin september werd het concern failliet verklaard en riepen de overgebleven zeventig personeelsleden cynisch: “Bedankt, meneer de baron”.

Albert Bert heeft daarentegen op bioscoopgebied monopolieposities opgebouwd in steden als Hasselt, Genk, Kortrijk en Gent. Kritiek daarop pareert hij met de opmerking dat hem dat monopolie in Vlaanderen in de schoot is geworpen. “Mijn geluk is alleen het gebrek aan vertrouwen van mijn collega's, die niet opnieuw hebben geïnvesteerd”.