Lof voor Lubbers, kritiek op Kohl

LONDEN, 18 OKT. In haar vandaag verschenen memoires geeft Margaret Thatcher over tal van politieke leiders een oordeel, soms positief, vaak ook ronduit negatief.

Premier Ruud Lubbers komt er bij de ijzeren dame goed vanaf. Over hem schrijft ze: “Ik mocht Lubbers graag. Hij was een jonge, praktische zakenman, die zijn kwaliteiten aanwendde ten behoeve van de Nederlandse politiek. Hoewel hij, net als de regeringsleiders van andere kleine landen in de Europese gemeenschap, naar he federalisme neigde, waren we het over veel dagelijkse kwesties in de gemeenschap eens.” Elders schrijft ze: “Ik moest me er ook bij neerleggen dat we voor nog eens twee jaar opgescheept zaten met Delors als voorzitter van de Europese Commissie. Mijn eigen favoriet, Ruud Lubbers, zou zich immers niet kandidaat stellen....”

Over oud-minister van buitenlandse zaken Van den Broek schrijft Thatcher: “Ook met deze Nederlander converseerde ik graag, hoewel ik het niet altijd met hem eens was.”

Van de Franse president Mitterrand weet Thatcher dat hij “heimelijke angst” had voor een verenigd Duitsland. In 1990 had ze drie ontmoetingen met het Franse staatshoofd in de hoop samen iets te kunnen doen om de Duitse ambities binnen de perken te houden. Daarin werd ze uiteindelijk teleurgesteld, aangezien Mitterrand uiteindelijk de voorkeur gaf aan de Frans-Duitse as boven de Frans-Britse betrekkingen.

Thatcher vertelt dat haar verhouding met de Amerikaanse president Bush enigszins gespannen was, tot de Golfoorlog begon. “Ik had te maken met een regering die Duitsland als de belangrijkste Europese partner zag, die de integratie van Europa aanmoedigde en die soms de noodzaak van een sterke nucleaire defensie onderschatte. Ik had het gevoel dat ik niet altijd op de samenwerking met de Amerikanen kon rekenen.” Na de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van het communisme werd Duitsland als belangrijkste partner in Europa weer ingeruild voor Groot-Brittannië. Vanaf dat moment ging het beter met de Brits-Amerikaanse verhouding.

Uitbundige lof heeft mevrouw Thatcher voor de Amerikaanse oud-president Ronald Reagan, ook voor de manier waarop hij zich verontschuldigde voor de Amerikaanse opstelling in de kwestie van de Falkland-eilanden en de kwestie van de Amerikaanse invasie op Grenada. Over de Falkland-oorlog schrijft Thatcher: “We stonden onder voortdurende druk van Washington om een totale militaire vernedering van Argentinië te vermijden.” Toen Reagan belde weigerde ze eenvoudigweg een wapenstilstand af te kondigen. “De conversatie was op het moment een beetje pijnlijk, maar het effect was de moeite waard.”

Wat vooral opvalt is dat premier Thatcher helemaal niets moest hebben van de Duitse bondskanselier Kohl en dat ze wantrouwen koesterde jegens mogelijke Duitse ambities. Ze schrijft dat de economische gevolgen van de Duitse eenwording niet alleen nadelig waren voor Duitsland, maar “zich hebben verspreid over de rest van de Europese Gemeenschap via de hoge rentestand van de Duitse Bundesbank en het Europese wisselkoersmechanisme. We hebben daarvoor allemaal de prijs betaald in de vorm van werkloosheid en recessie.” Ook tegenover Sovjet-leider Michail Gorbatsjov sprak ze haar aarzelingen over Duitsland uit. “Ik legde hem uit dat, ook al had de NAVO traditioneel haar steun betuigd aan het Duitse streven naar hereniging, wij in de praktijk nogal wat reserves hadden. En ik sprak niet alleen namens mezelf - ik had daarover met een andere Westerse leider gesproken namelijk, zonder hem aan te halen, president Mitterrand. Gorbatsjov bevestigde me dat ook de Sovjet-Unie geen hereniging van Duitsland wilde.” (Reuter, AFP)