Justitie onderzoekt rol bank Vaticaan in smeergeldcircuit

ROME, 18 OKT. De Milanese justitie vermoedt dat de Vaticaanse bank een rol heeft gespeeld in de grootste van de tientallen smeergeldzaken, de affaire Enimont. Tientallen miljoenen guldens aan steekpenningen voor de socialistische partij zouden via deze bank zijn uitbetaald.

De justitie heeft een officieel verzoek ingediend bij de bank om te onderzoeken of negentig miljard lire aan smeergeld, nu ongeveer 110 miljoen gulden, is betaald via het Instituut voor Religieuze Werken, zoals de Vaticaanse bank officieel heet.

In een verklaring zaterdag heeft het Vaticaan een “scrupuleus onderzoek” en “loyale samenwerking” met de justitie beloofd. Dit is een breuk met de oncoöperatieve opstelling in het onderzoek naar de instorting van de Banco Ambrosiano in 1982, waarbij de Vaticaanse bank ook was betrokken. Aartsbisschop Paul Marcinkus, indertijd president van de bank, kon niet worden gearresteerd omdat hij als topfunctionaris van een buitenlandse mogendheid buiten de jurisdictie van de Italiaanse justitie viel.

De belofte van volledige medewerking is een poging van de katholieke kerk om buiten het smeergeldschandaal te blijven. De bank heeft na het Ambrosiano-schandaal een andere structuur gekregen en niet-geestelijken hebben een belangrijke rol gekregen binnen de bank. De Vaticaanse bank heeft laten weten dat het onderzoek zeker enige weken zal duren.

De justitie is op het spoor van de Vaticaanse bank gekomen bij het natrekken van het smeergeld dat is betaald in de affaire Enimont. Enimont was een chemische joint venture tussen de staatsholding Eni en de Ferruzzi-groep. Toen bleek dat de joint venture niet werkte, zou Ferruzzi 150 miljard lire (nu ruim 180 miljoen gulden) aan smeergeld hebben betaald aan verschillende politieke partijen in ruil voor een hoge afkoopsom. Twee hoofdrolspelers, Raul Gardini van de Ferruzzi-groep en Gabriele Cagliari van de staatsholding Eni, hebben deze zomer zelfmoord gepleegd.

Een deel van dit smeergeld is achterhaald. Zo ontdekte de justitie dat de Napolitaanse graanhandelaar Francesco Ambrosio ruim vier miljoen gulden heeft aangenomen voor zijn christen-democratische vriend Paolo Cirino Pomicino. Maar met name het spoor naar de socialistische partij, die ruim de helft van het totale bedrag heeft ontvangen, liep dood. Wegens het enorme bedrag is een groot deel van het smeergeld uitbetaald in staatsobligaties. Controle van de nummers heeft uitgewezen dat deze stukken zijn terechtgekomen bij de Vaticaanse bank.

De Vaticaanse bank is in 1942 opgericht als een financiële instelling voor religieuze organisaties en ordes. Zij behandelt ook de uitgaven van het Vaticaan.