"Izetbegovic heeft geen behoefte aan critici'

Bosnië, vindt Muhamed Filipovic, leider van de oppositie in het Bosnische parlement, heeft geen buitenlandse interventie maar meer interne democratie nodig: het communisme mag wereldwijd hebben verloren, op lokaal niveau wint het terrein. Ook in Bosnië.

SARAJEVO, 18 OKT. Muhamed Filipovic, hoofd van de parlementaire moslim-oppositie in Sarajevo, wordt ambassadeur van Bosnië-Herzegovina in het Zwitserse Bern, maar maakt niet de indruk overmatig blij te zijn met de benoeming. “Ik word weggestuurd”, zegt hij half schertsend. “Izetbegovic heeft geen boodschap aan mensen die een negatieve balans van zijn presidentsschap opmaken”. En negatief is-ie, de balans van twee jaar leiderschap door Alija Izetbegovic, waarin de jonge ex-Joegoslavische republiek door een nietsontziende burgeroorlog is getroffen, meent Filipovic. “Als Izetbegovic straks alsnog het vredesplan tekent, en ik acht het zeer wel mogelijk dat hij dat zal doen, houdt Bosnië-Herzegovina op te bestaan, dan ontstaan er drie soevereine, nationale staten in het voormalige Bosnië-Herzegovina”.

Filipovic, een voormalige professor in de filosofie en een van de meer opvallende, zoniet zwierige figuren in het openbare leven van Sarajevo, is de leider van de LBO (Liberale Bosnische Organisatie). Tot enkele maanden geleden heette de partij MBO (Moslim-Bosnische Organisatie). De LBO is de voornaamste oppositiepartij voor moslims in Bosnië-Herzegovina, naast de regerende SDA (Partij voor Democratische Actie) van Izetbegovic. Die laatste partij beschuligt Filipovic ervan, zich steeds meer als de vroegere communisten te gaan gedragen: “Ze hebben hun mensen op alle belangrijke posten en hebben nooit een begin gemaakt met organisatie van staatsbedrijven. Kwestie van macht.”

Filipovic en zijn LBO hebben uitnodigingen van de SDA, deel te gaan nemen aan een nationaal kabinet, tot nu toe naast zich neergelegd. “Ik zal me daar als dekking gaan fungeren voor Izetbegovic' mislukkingen, ik kijk wel uit. De moslim-republiek waarvoor, denk ik, de SDA nu kiest, heeft nauwelijks overlevingskansen, het zal in ieder geval (tussen de Servische en de Kroatische, red.) de kleinste van de drie republieken zijn, met de minste overlevingskansen”.

Met argusoren ziet Filipovic dat het door conflicten binnen SDA, tussen Izetbegovic en zijn leger en de naar autonomie strevende enclave Bihac in west-Bosnië, nu het daar al tot een gewelddadige confrontatie tussen moslims en moslims gekomen is. “Ik ben bang dat zoiets ook hier in Sarajevo kan gebeuren, en op kortere termijn ook in Tuzla. Izetbegovic' krachten zien overal het gevaar van secessie, dat zij menen te moeten onderdrukken nu ze zelf naar een soort moslim-regering streven”. Wat sneuvelt is Filipovic', en aanvankelijk ook Izetbegovic' conceptie van een eenheidsstaat waarin de verschillende bevolkingsgroepen (moslims, Serviërs en Kroaten) zouden kunnen samenleven, zoals dat thans in Sarajevo of Tuzla nog het geval is.

“De beste verdediging van Bosnië-Herzegovina was de democratie geweest, geen bewapening kan daar tegenop”, meent de voormalige professor in de filosofie. De Bosnische president neemt hij kwalijk, een loopje te hebben genomen met de opbouw van democratische instituties in Sarajevo, ondermeer door akkoord te gaan met de benoeming van een Kroaat tot premier, een man die nooit in Sarajevo kwam. “Een sterke, politieke regering had onze eisen duidelijk kunnen maken, naar de Verenigde Naties in New York, naar Genève (de conferentie voor Joegoslavië, red.), en naar Washington toe. Een rechtsstaat met legale instituties had zich tegen de agressie kunnen verweren. Maar inplaats daarvan heeft Izetbegovic er de voorkeur aan gegeven zijn eigen machtsbasis en die van de SDA te versterken. En nu moet er dan een regering van experts komen, dat wil zeggen Izetbegovic als dictator, omringd door klerken.”

“Het is een geheel verkeerd spel. Als we hier nu een moslim-staat krijgen, is daarmee alles wat de Serviërs en Kroaten tot nu toe hebben gedaan in één klap gerechtvaardigd. Ik ben er zeker van dat als we een meer democratisch front hadden weten te maken, met een regering waarin alle maatschappelijke krachten een plaats hadden gevonden, we meer kans hadden gemaakt, vooral in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Van de toespraak die Izetbegovic eerder deze maand in dat forum heeft gehouden, is Filipovic geenszins onder de indruk. “Het heeft geen zin meer, zei hij tegen mij, de zaak is bekeken. Ik heb geantwoord: het is altijd belangrijk als Bosnië aan de orde komt, het hangt er maar van af hoe je het brengt. Naar mijn idee had hij duidelijk moeten maken dat, hoewel het communisme globaal gezien heeft verloren, het op lokaal niveau sterker wordt, dat een globale val van het socialisme geen eind heeft gemaakt aan een meer individueel totalitarisme in de periferie van het systeem.”

“Het is evident dat de wereld niet weet wat daaraan te doen. Hier in Bosnië hebben we binnen een jaar drie "oplossingen' mogen aanhoren. Eerst was er de conferentie in Londen, waar besloten werd dat de agressie zou worden gestopt en teruggedraaid. Twee maanden later al kwam er het Vance-Owenplan, een staatkundige hervorming die niet tot stand is gekomen. En tenslotte is dan voorgesteld ons land dan maar in etnische staten op te delen - iedere "oplossing' is slechter dan de vorige.”

“Ik denk dat een opdeling van Bosnië-Herzegovina de basis legt voor een nieuwe oorlog, niet voor een nieuwe orde. De moslims bijvoorbeeld krijgen maar twintig procent van het land, daarmee zijn de wortels voor verdere strijd gelegd. Een andere factor is het probleem Kroatië. Kroatië heeft gedacht in een opdeling van Bosnië-Herzegovina compensatie te kunnen vinden voor het land dat het eerder zelf aan de Serviërs heeft verloren. Mooie compensatie: in werkelijkheid is het orthodox imperium van de Serviërs nog nooit zo dicht bij de Adriatische zee geweest als nu.”

Als velen in Sarajevo acht Filipovic de buitenwereld, met name Frankrijk en Groot-Brittannië, in belangrijke mate verantwoordelijk voor het uitblijven van een bevredigende oplossing in Bosnië-Herzegovina. “Niemand lijkt zich te interesseren voor de werkelijke problemen hier, en dat is het ontbreken van democratie in Servië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina enz. Nu weer heeft Mitterrand gezegd dat er in geen geval een interventie komt. Maar we hebben geen interventie van node, maar meer democratie. Zolang die er niet is, is er hier geen politieke oplossing denkbaar. Ik heb dat ook naar voren gebracht in Genève: eerst moeten we een aantal democratische regels vaststellen, en vervolgens daarnaar handelen. Maar Owen (een van de internationale bemiddelaars, red.) is dit soort discussies steeds uit de weg gegaan, het ging bij de onderhandelingen alleen maar over details, de militaire situatie e.d.”

Van de straks eventueel op te richten moslim-staat in Bosnië stelt Filipovic, zelf moslim, zich weinig goeds voor. “Natuurlijk heeft de islam een democratische substantie, voor zover zij uitgaat van de individuele relatie tot God, van de rechten van het individu. Maar wat zich hier aftekent is eerder de gedachte dat mensen als collectiviteit in het geluk moeten worden geleid. Maar geluk is in mijn gedachte discreet, een zaak van het individu. Wij als LBO zullen natuurlijk proberen Sarajevo als een multinationale gemeenschap te behouden, als een kern van democratie. Maar ik denk dat dat heel, heel moeilijk wordt. Er zijn stromingen in het leger die heel andere ideeën hebben. En de opdeling laat een meerderheid van de Bosnische moslims zonder toekomst, en deze mensen zullen vechten voor hun belangen. Een paar maanden geleden al had ik het gevoel, dat er gevaar dreigde van een oorlog tussen moslims en moslims. Die strijd is nu in de Cazinska Krajina (het gebied bij Bihac, red.) begonnen”.

    • Raymond van den Boogaard