Het nationalisme; Gelderland is 'de andere kant'

Limburger-zijn is een gevoel dat zich maar moeilijk in woorden laat vertalen. Maar zeker is, dat je het blijft als je het bent. Zelfs als het privilege je geld zou kunnen kosten. Gennep, zo'n twintig kilometer onder Nijmegen gelegen, kreeg onlangs de kans om zich bij het "Knooppunt Arnhem-Nijmegen' aan te sluiten. De bevolking wilde liever bij Maastricht blijven horen, al ligt dat zes keer verder weg.

Honderden kinderen drommen voor de Sint Martinus kerk in het centrum van Gennep. Hand in hand, in rijen van twee. Als eersten klauteren de kleuters de trappen op. Hun wangen beschilderd met rode stippen. “Voorkruipers!” scanderen de oudere kinderen die moeten wachten. Dan mogen ook zij de kerk binnen om het veertig jarig bestaan van hun basisschool Maria Goretti te vieren.

Bij de deuropening kijkt pastoor Huisman neer op de binnenstromende kindermeute. “Ruim tweehonderd biddende en zingend kinderen”, lacht hij. “Ik heb dadelijk een soort jodenkerk.” Naast hem legt een moeder het feestelijk gebeuren vast op video. Zelf heeft ze ook op de Maria Goretti gezeten “toen het nog een meisjesschool was”. Later woonde ze een tijdje in Engeland, maar ze kwam terug naar Gennep, haar geboortestad. “Hier liggen toch mijn wortels.”

Met verbazing volgde ze de discussie die bij haar terugkeer in Gennep woedde. Het college van B en W overwoog aansluiting van de gemeente bij het stedelijk knooppunt Arnhem-Nijmegen. “Wij zijn toch zeker beter af bij Limburg,” weet ze zeker. Leraar N. Simons, die redderend naast de kinderen de trap oploopt, is het roerend met haar eens. “Laat ons maar mooi Limburgs blijven. Wij horen niet bij Gelderland.” Pastoor Huisman is minder uitgesproken. “Het maakt mij niet veel uit. Maar ik ben zelf een Geldersman.” Even later klinkt het uit negentig kleuterkelen: “Voor de bloemen en het fruit, danken wij onze vader. En voor het vogelengefluit...” Het noord-Limburgse stadje Gennep is gelegen op de viersprong tussen Gelderland, Brabant, Limburg en Duitsland. Aan de ene kant de rivieren de Maas en de Niers en aan de andere kant het Duitse Reichswald. De gemeente, die de kernen Gennep, Ottersum, Milsbeek, Heijen en Ven-Zelderheide omvat, telt ruim zestienduizend inwoners. In haar meer dan duizend jaar oude geschiedenis is Gennep herhaaldelijk van nationaliteit veranderd. Het middeleeuwse stadje werd in de vijftiende eeuw aan het hertogdom Kleef toegevoegd. In 1800 werd het ingelijfd door Frankrijk, in 1815 kwam het bij Limburg, van 1830 tot 1839 was het Belgisch en daarna werd het weer Nederlands.

Hondervijftig jaar later is opnieuw discussie ontstaan over de bestemming van Gennep. De inzet is nu: moet Gennep zich aansluiten bij het zogeheten Knooppunt Arnhem-Nijmegen (KAN), een van de zeven aangewezen stedelijke gebieden waarvoor het Rijk extra middelen beschikbaar stelt. Of moet het zich voegen bij het gewest Noord-Limburg. Een keus voor Limburg betekent dat Gennep aan de regio Nijmegen - waarmee het nu al samenwerkt op het gebied van volksgezondheid, regionale brandweer, milieu, afvalverwerking en economische ontwikkelingen - een afkoopsom moet betalen. Vervolgens moet het stadje zich inkopen in het gewest Noord-Limburg.

Niet bekend

De Gennepenaren in het noordelijke puntje van Limburg voelen zich meer verbonden met Maastricht, dat op 120 kilometer ligt, dan met Nijmegen, 20 kilometer verder op. “We mogen dan in de kop van Noord-Limburg wonen, we voelen ons geen Gelderlander - zeker geen Nijmegenaar en al helemaal geen Arnhemmer”, zegt mr. E. Berger sinds twintig jaar burgemeester van Gennep. “Het heeft te maken met het Limburg-gevoel, dat kun je niet onder woorden brengen.”

C. Dijkstra, geboren en getogen Gennepenaar en gemeenteraadslid voor de VVD, wil wel een poging wagen om het “Limburgse oergevoel” te verklaren. “We verschillen van het Gelderse in dialect, eetgewoonte, muzikaliteit, gastvrijheid, verenigingsleven. De streek hier is misschien niet de allermooiste plaats op de wereld, maar de mens bestaat uit de grond waarop hij geboren is.” L. van Maurik, niet in Gennep geboren maar wel CDA-raadslid èn lid van de schutterij, zoekt de verklaring vooral in de geschiedenis. “Sinds 1815 behoren we tot Limburg, dus de banden met het Limburgse zijn strak. We zijn hier eigenlijk allemaal een beetje Bourgondiër.”

Het CDA en de VVD keerden zich van meet af aan tegen iedere toenaderingspoging tot Arnhem en Nijmegen. Maar de partijen hebben geen meerderheid in de gemeenteraad. De collegepartijen D66, PvdA en de plaatselijke Combinatie Eenheids Lijst zagen aanvankelijk wel wat in aansluiting bij de Gelderse steden, om mee te kunnen doen met hun economische ontwikkeling. In maart vorig jaar besloot het college in principe tot aansluiting bij Nijmegen en Arnhem. Op dat moment was overigens nog niet duidelijk dat een keus voor het knooppunt definitief verlies van de provinciale nationaliteit betekende.

Veel Gennepenaren ging deze flirt met de Gelderse steden te ver. Bij de eerstvolgende raadsvergadering stond carnavalsvereniging 't Bombakkes op de stoep van het historische stadhuis. De vorst (voorzitter) van 't Bombakkes, die in 1985 bij de eerste tekenen van samenwerking met Nijmegen al te voet een protesttocht naar Maastricht had gemaakt onder het motto "Limburg blief Limburg', hield een rede waarin hij bepleitte dat Gennep alle samenwerking met de regio Nijmegen zou opzeggen.

Niet alleen 't Bombakkes wil dat Limburg Limburg blijft. T. van der Haar, eigenaar van hotel-restaurant De Kroon die zich niet met politiek bemoeit “want dat kost me klanten”, wil wel kwijt dat hij in geen geval Gelders wil worden. “De saamhorigheid die je hier hebt, de zuidelijke gemoedelijkheid en het carnavalsgebeuren - ik kan me niet voorstellen hoe Gelderlanders dat doen. Nijmegen ligt op 20 kilometer, Maastricht op 120. Maar als we een weekendje uitgaan, gaan we toch naar Maastricht.”

De Kroon is het ontmoetingscentrum van Gennep. Hier wordt getrouwd, gerouwd, carnaval gevierd en komen de gemeenteraadsleden na iedere vergadering een pilsje drinken. Midden in de gelagkamer staat een biljarttafel. Aan de muur foto's van prinsen carnaval - links 't Bombakkes, rechts de 65-plus vereniging De Waggelaars. Vanuit de zaal achter de gelagkamer klinkt geroezemoes van de koffietafel na een begrafenis. Aan een tafeltje bij het raam bespreekt het echtpaar Hofmans met de hoteleigenaar hun veertig jarig huwelijksfeest. “Volgend jaar vlak na carnaval”, straalt mevrouw Hofmans. “We zijn maar eenvoudige mensen, maar we willen het toch feestelijk aanpakken.” Veertig jaar geleden verhuisden ze uit Brabant naar Gennep “een dag na ons huwelijk”. “Mijn man moest hier voor zijn werk wonen. Het zou maar voor een half jaar zijn, maar ik heb gebeden dat we hier konden blijven.”

Haar gebed werd verhoord en inmiddels voelen ze zich echte Gennepenaars. “We zijn lid van allerlei verenigingen”, zegt mevrouw Hofmans. “De bejaardenclub, de vrouwenbond en natuurlijk de carnavalsvereniging.” Ze wijst naar de muur. “Kijk, daar hangt mijn man als prins carnaval. Hier op het biljart stonden we, uitverkoren tot prins en prinses. De mooiste tijd van mijn leven.” Voor geen goud zouden de Hofmans verhuizen - laat staan van provincie veranderen. “Wij voelen ons eigen Limburger en we willen Limburger blijven”, zegt meneer Hofmans. “Wij Gennepenaren, wij willen niet naar de andere kant.”

Naast De Kroon is de redactie van de Maas- en Niersbode, die met een oplage van ruim achtduizend gratis huis aan huis wordt bezorgd. Redacteur Twan Dohmen (“geboren en getogen in Gennep”) heeft al menig voorpagina-artikel over de herindeling van Gennep geschreven. “Geografisch gezien hoort Gennep nergens bij”, meent hij. “Aan de ene kant is Gennep afgegrensd door de Maas, aan de andere kant door de Niers. Toch liggen onze roots in het Limburgse. Gelderland is het noorden, ver weg, het land van de harde "g'. Vooral de ouderen willen nooit anders dan Limburgs zijn.”

Met zijn regenjas stijf dichtgeknoopt, en zijn geruite pet over de ogen getrokken maakt A. Kersten (89) zijn tweede wandeling van vandaag door de stad. Stram wandelt hij langs de overblijfselen van de oude Sint Martinuskerk. Alleen de brokkelige toren staat nog overeind. Onkruid schiet uit de muren. “In de oorlog gebombardeerd”, wijst Kersten. Zijn hele leven woont hij al in Gennep en ook hij vindt dat het Limburgs moet blijven. “Het zit zo: Je bent Limburger en je blijft Limburger.” Hij maakt een huppelpasje. “En nu is het hier helemaal gezellig. Want het is kermis op de Markt.”

De Gennepse jeugd lijkt al evenmin bereid de provincie in te ruilen. “Gennep moet bij Limburg horen. Het is een kwestie van mentaliteitsverschil”, zegt Diana (24). Met haar vrienden Peter (28) en Mark (27) zit ze in snackbar Cats achter een blikje Fristi en een grote bak patat met satésaus. “Nijmegen is het stadse, alles is er duurder”, vult Peter aan. “Maar er is wel bar weinig loos hier”, vindt Mark. “Een disco hier was niet verkeerd”, beaamt Diana. “Maar dat er geen voorzieningen zijn, dat ligt aan Gennep zelf.” Als ze uitgaan, gaan ze meestal naar een van de Gennepse cafés. Of ze rijden met dediscobus naar een plaats in de buurt. Geert gaat vooral uit in Kleef. “Daar zijn de disco's lekker lang los. Tot een uur of half acht.”

Volgende week maandag beslist de gemeenteraad of ze het overleg met het Knooppunt Arnhem-Nijmegen doorzet of dat ze zich aansluit bij het gewest Noord-Limburg. Naar alle waarschijnlijkheid zal ze voor het laatste kiezen, want inmiddels is gebleken dat de landelijke gemeente Gennep nauwelijks een rol van betekenis is toebedacht in het stedelijk knooppunt. Het college van B en W stelt de raad daarom voor niet met het KAN in zee te gaan. “We voelen er niet voor om een wormvormig aanhangsel van het knooppunt te worden”, aldus burgemeester Berger. “Dan zijn we liever het subregionaal centrum van een plattelandsregio.” Trots wijst hij erop dat Gennep de Gelderse steden niet nodig heeft voor de werkgelegenheid. “We hebben hier de Page papierfabriek, de compostfabriek CNC en vele kleine en middelgrote bedrijven. Ruim zevenduizend arbeidsplaatsen.”

Maar de belangrijkste reden waarom Gennep zich niet aansluit bij Nijmegen en Arnhem is dat inmiddels duidelijk is geworden dat het dan de Limburgse nationaliteit moet opgeven. Zelfs de felste voorstanders van samenwerking met de regio Nijmegen willen daar niets van weten. “We voelen ons nu eenmaal Limburger, dat valt niet uit te leggen”, aldus P. Wessels, D66-wethouder van ruimtelijke ordening en pleitbezorger van samenwerking met het KAN. “Het zou toch van de zotte zijn als we opeens Gelders moesten worden.” Vier uur 's middags. Een lome rust hangt over Gennep. In de pastorietuin harkt de huishoudster van de pastoor gevallen bladeren. In de aangrenzende Sint Martinuskerk zoekt de 75-jarige mevrouw Weijers tussen de banken naar rommel die de leerlingen van Maria Goretti hebben achtergelaten. Een verdroogd kauwgommetje houdt ze in haar hand. Avondzon schijnt door de gebrandschilderde ramen, die pastoor Huisman onlangs bijeen gecollecteerd heeft. “Ik help de pastoor pro deo”, zegt mevrouw Weijers. “Bloemen schikken, loper zuigen.” Ze vindt dat de pastoor het maar druk heeft. “Vandaag drie missen. Eerst een begrafenis, toen die school en vanavond nog de avondmis.” Ze is één van het handjevol kerkgangers dat nog iedere avond de mis bijwoont, in een kapel achterin de kerk. “En dan moet de pastoor ook nog in Milsbeek preken, want daar zitten ze zonder priester. Dan denk je wel eens hier in Noord-Limburg zitten we een beetje in een vergeten hoek. Maar ik ben toch wel voor Limburg, hoor. Want Limburg is Limburg, dat trekt altijd.”

    • Birgit Donker