Harpiste Manja Smits viert Nederlandse Muziekprijs met nieuw werk van Flothuis; "De leertijd in Moskou was voor mij een revolutie'

Manja Smits en het Radio Symfonie Orkest: 23/9 15.00 uur Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 29/10 20.02 uur Vara Radio 4.

De harpiste Phia Berghout vertelde altijd dat ze al op 5-jarige leeftijd zo werd getroffen door de aanblik van een harp in een etalage, dat ze ter plekke besloot harpiste te worden. Met Manja Smits (30) ging het niet veel anders, ook zij lijkt voorbestemd voor de harp. In haar woning in Amstelveen haalt ze een versleten 45-toerenplaatje tevoorschijn waarop de Ierse harpiste Mary O'Hara The Song of Erin speelt. Zeven jaar was Manja Smits toen haar ouders dat plaatje draaiden: “Ik hoorde die klanken en ik was meteen verkocht”. Nu is ze zo ver dat ze aanstaande zaterdag tijdens de Varamatinee in het Amsterdamse Concertgebouw de Nederlandse Muziekprijs krijgt. Ze speelt dan met het Radio Symfonie Orkest de wereldpremière van Poème, een concert voor harp en orkest dat Marius Flothuis speciaal voor deze gelegenheid schreef.

Manja Smits, geboren in Nijmegen, begon met piano en gitaar. “Mijn ouders vonden een harp te duur en wilden wachten tot ik wat groter was. Bovendien werd er op de muziekscholen in Limburg, waar we toen woonden, geen harples gegeven. Nu is er in elke stad wel een muziekschool met harp. Dat komt door de opkomst van de kleine harp zonder pedalen. Die is niet zo duur en niet zo moeilijk en er wordt steeds meer leuk repertoire voor geschreven. Ik begon op mijn elfde op een kleine harp, maar was toen nog de enige in de omgeving”.

Op haar 16de ging Manja Smits naar de vooropleiding van het Maastrichts conservatorium. Haar ouders vonden dat er dan ook meteen een goed instrument moest komen. Daaraan dankt ze de mooie Duitse Horngacher waarop ze nog steeds speelt. Inmiddels heeft ze er ook een Russische harp bij die ze voornamelijk voor oude muziek gebruikt.

In Maastricht had ze les van Teresia Rieu, een leerling van de in maart op 83-jarige leeftijd overleden Phia Berghout die toen net weg was als docent in Maastricht. “Ik heb wel privélessen van Phia Berghout gehad en ze heeft mij vaak advies gegeven. Zij heeft na Rosa Spier veel voor de harp gedaan. Ze had een organisatorisch talent waarmee ze musici uit de hele wereld bij elkaar wist te brengen op de internationale harpweken. Zo'n stimulator is er op dit moment niet. Maar de laatste jaren groeit wel de belangstelling voor de harp. Het is een soort explosie. Er zijn buitenlandse festivals waar honderden harpisten op af komen. Drie jaar geleden in Parijs waren er achthonderd.”

Omdat ze twijfelde of ze met harp spelen haar brood zou kunnen verdienen, ging Smits na de middelbare school in Nijmegen geschiedenis studeren, terwijl ze in Arnhem verder ging aan het conservatorium. Daar kreeg ze behalve van Rieu ook les van Vera Badings en Stefica Zuzek. Omdat ze steeds meer ging optreden, moest ze na haar kandidaats kiezen. De harp won en na haar eindexamen conservatorium - cum laude - zette Smits haar harpstudie in 1986/87 voort aan het Tsjaikovski-conservatorium in Moskou. Ze kreeg er les van de nu 87-jarige Vera Dulova.

“Moskou was voor mij een revolutie. Ik had het gevoel dat ik van alles moest inhalen. Ik vond er de oplossing voor dingen waar ik jaren mee had geworsteld, zowel wat techniek als muzikaal gevoel betreft. Het klikte met Dulova, ze voelde precies aan wat ik wilde en wat zij aanreikte begreep ik meteen. In Nederland hebben we maar een korte harptraditie die begonnen is met Rosa Spier. Wij hebben een cultuur van een mooie toon en klank, maar ik vond hiaten in de techniek. Hier bewegen we bij voorbeeld arm en hand minder, maar de Russische school gebruikt, net als de Franse, de poignet, de polsbeweging. Dat klinkt losser, meer ontspannen en is beter voor de spieren.”

In 1990 voelde Manja Smits zich zeker genoeg om zich aan te melden voor de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste staatsonderscheiding voor Nederlandse uitvoerende musici. Kandidaten krijgen na een strenge selectieprocedure twee tot drie jaar reis- en leskosten vergoed voor verdere studie in het buitenland. In die periode worden ze door een jury geobserveerd.

“De commissieleden kunnen bij elk concert dat je geeft onaangekondigd in de zaal zitten. Je krijgt de prijs alleen als je je naar tevredenheid van de commissie ontwikkelt”, zegt Smits. Zij is de eerste harpist die de prijs krijgt. Tot de eerdere winnaars horen de alt Jard van Nes, de bas Wout Oosterkamp, pianist Ronald Brautigam, saxofonist Arno Bornkamp, violiste Theodora Geraets en cellist Pieter Wispelwey.

Smits studeerde met een bijdrage van de Muziekprijs bij Germaine Lorenzini in Frankrijk en in Engeland bij Andrew Lawrence King, die gespecialiseerd is in de techniek van de oude harp. Daarnaast speelde ze op festivals in Wales, Denemarken en Japan.

“Het was een ervaring om in Japan te spelen, maar ook moeilijk. Het was of je voor een muur speelde, er kwam geen enkele reactie uit de zaal. Ik ben gewend dat er een interactie is met het publiek, ook als het heel stil is. De eerste twee keren schrok ik enorm, maar toen vertelde een Japanse harpiste mij dat dat altijd zo ging in Japan. Misschien luisteren ze anders naar muziek, want na het concert waren ze altijd heel enthousiast”.

Een harp is een tijdrovend instrument. Door het grote aantal snaren kost het stemmen veel tijd en het is altijd een heel gezeul. Smits heeft een oude Saab 900 met een vijfde deur, waardoor de harp op een matras op de teruggeklapte achterbank wordt gelegd. “In mijn eentje kan ik hem niet tillen, meestal helpen de buren, tenzij ik midden in de nacht thuis kom, dan regel ik van te voren iets met een vriend. Maar het is onhandig. Mijn volgende auto wordt een stationwagen, dan kan ik hem desnoods alleen op een karretje schuiven.”

Manja Smits heeft een veelzijdig repertoire, van barok tot en met eigentijdse componisten. Naast haar optredens geeft ze les aan de vooropleiding van het Arnhems conservatorium en aan de muziekscholen in Uithoorn en Arnhem. Ze werkt free-lance bij de omroeporkesten en speelt in kleinere ensembles, waaronder het Renoir-ensemble, een kwintet voor strijkers, fluit en harp.

“Het is heel boeiend om in een orkest te spelen, maar het nadeel kan zijn dat je veel tijd kwijt bent met vervoer en stemmen en dan soms ook nog een hele avond zit te wachten om twee glissandi te spelen. Ik geef graag solo-recitals, maar kan er niet van leven. Harp alleen wordt weinig gevraagd, men is er wat huiverig voor. Maar ik vind dat een harp zich juist erg leent als solo-instrument. Dan kun je hem in al zijn facetten laten horen, ook in grote zalen. Wat ook meespeelt is dat er maar weinig grote componisten voor harp hebben geschreven. Mijn wens is bij voorbeeld dat Tristan Keuris nog eens een stuk schrijft. Phia Berghout heeft veel gedaan om componisten te enthousiasmeren en daarvoor moeten we blijven vechten. Daarom ben ik ook zo blij dat Flothuis, doordat ik de prijs krijg, weer een nieuw werk heeft geschreven voor harp.”

    • Gerda Telgenhof