HANS PHILIPSEN: Door Hollanders onderhouden

Ooit heeft Brandt Corstius De Wet van het Bourgondische Zuiden geformuleerd. Of hij die zelf heeft ontdekt of een bestaande gedachte een aantrekkelijke naam heeft gegeven, weet ik niet.

De Wet houdt in, dat voor elk land in Europa geldt, dat het in het zuiden beter vertoeven is dan in het noorden. In het zuiden gaat het er vrolijker toe, de keuken is er beter, de drank vloeit er rijkelijker. Geen stoel op een terrasje is er ooit onbezet. Kortom, in het zuiden heeft men stijl en weet men te leven. In het noorden woont daarentegen somber, spaarzaam en godvruchtig volk dat ook anno 1993 het café mijdt, omdat het een plaats van zonde, althans van onbetamelijke luchthartigheid is. Wel zou er in het zuiden rekening mee moeten worden gehouden, dat er de handen wat minder energiek uit de mouwen worden gestoken en dat de politiek niet zonder smeergeld bedreven wordt.

Nederland, Frankrijk, Italië, Zweden, Duitsland en nog enkele landen kunnen als bewijs dienen. De vraag is echter of zo'n wetmatigheid ook kan verklaren hoe eventuele verschillen historisch ontstaan zijn, hoe die verschillen dan blijven bestaan in een sterk veranderde samenleving, en hoe men vaststelt waar het noorden ophoudt en het zuiden begint.

Zo valt het niet mee, om datgene wat het noorden en het zuiden van Italie scheidt te zien als hetzelfde verschijnsel dat Maastricht van Rotterdam doet verschillen. En toch! Hoe men het ook wendt of keert, in ieder geval het zuiden van Limburg is gezelliger; er zijn meer etablissementen, het straatbeeld is wat sjieker, men leeft er iets minder lang, men spaart er wat minder en een beetje bestuurder is weleens in aanraking met justitie geweest. Hoe kan dat nou? We leven in een klein land, met veel verhuizingen; we laten ons allemaal verloederen en gelijkschakelen door de media; bedrijven en instellingen internationaliseren en worden overal op dezelfde wijze geleid, en ga zo maar door. Kennelijk zijn het andere processen die de lokale identiteit doen ontstaan. Ik kan het eens zijn met collega's die beweren dat juist dergelijke constellaties van waarden, normen, opvattingen, leeftijden zeer moeilijk te beïnvloeden zijn. Steeds opnieuw wordt men verrast door hun hardnekkigheid. Eén ding weet ik als geboen en getogen Hagenaar en import-Limburger heel goed: Het heeft niet eens zo veel te maken met het geboren en getogen zijn.

Zogenaamde echte Maastrichtenaren kunnen weemoedig klagen over de tijd dat Maastricht Maastricht nog was. Veel van dat gezeur komt echter van mensen die zich desgewenst ook in het Twents, Haags, Gronings of Zaans kunnen uitdrukken. Nederland mag dan een smeltkroes aan het worden zijn, de lokale verschillen blijven. Soms worden ze zelfs bewust bevorderd. Volgens een stelling van één van mijn ex-promovendi wordt het beleid van de Limburg-lobby geheel uitgestippeld door Hollenders.

In het noorden woedt nog steeds het conflictmodel; in het zuiden leven we voorgoed met het fanfare- en harmonie-model.

Vroege bezorging van het NRC-Handelsblad zal daarin geen verandering brengen.