Gewonden bij betoging in Londen

LONDEN, 18 OKT. Zestig mensen, onder wie achttien politiemensen zijn afgelopen zaterdag gewond geraakt bij de ernstigste onlusten in Groot-Brittannië in drie jaar.

De politie trachtte een mars van 20.000 demonstranten die onderweg waren naar het hoofdkwartier van de extreem-rechtse Britse Nationale Partij in het zuidoosten van Londen tegen te houden. Toen een deel van de demonstranten met stokken en stenen begon te gooien om een doorgang te forceren, kwam het tot een bloedige botsing. In totaal behandelde ambulancepersoneel 67 slachtoffers, van wie er 41 in een ziekenhuis moesten worden opgenomen. De politie arresteerde 31 personen wegens verstoring van de openbare orde.

Volgens de organisatoren van de mars, waaraan ook werd deelgenomen door betogers uit Nederland en Frankrijk, was de politie de belangrijkste veroorzaker van het geweld. Een van de organistoren verklaarde: “De politie draagt de grootste verantwoordelijkheid voor de moeilijkheden die zich hebben voorgedaan. Ze hebben tevoren in de media de mogelijkheid van geweld hevig opgespeeld en op de dag zelf een taktiek gekozen die het onvermijdelijk maakte.”

Een kwart van de hoofdstedelijke politie, zo'n zevenduizend man, was tegen de antiracistische demonstratie ingezet en alle verloven waren ingetrokken uit vrees voor ongeregeldheden. Tevoren had het hoofd van de Londense politie geschat dat er zich onder de demonstranten zo'n vijfduizend mensen zouden bevinden die pogingen zouden kunnen doen geweld te gebruiken.

De raciale spanningen in het oostelijk deel van Londen zijn de laatste tijd sterk opgelopen sinds een kandidaat van de Britse Nationale Partij vorige maand een zetel wist te verwerven in het lokale bestuur. (Reuter)