Geen zegeroes zonder bier bij "avondje-NAC'

BREDA, 18 OKT. Ze zoemen onophoudelijk op de B-side wanneer ze niet luidkeels zingen. Op commando van een dirigent heffen ze in staccato "Ronald Spelbosje olé' aan en steken ze hun armen omhoog. Als ze naar rechts wijzen, nemen de aanhangers ter rechter zijde van het stadion de kreet over. Als ze naar links wijzen antwoordden medestanders ter linker zijde gehoorzaam. En dan eindelijk reageert de overzijde, op de dubbeldeks hoofdtribune, waar de beter gesitueerden hun afstandelijkheid niet eeuwig trouw kunnen zijn.

Een "avondje-NAC' betekent voetbalsfeer van vroeg in de avond tot diep in de nacht van Breda. NAC kan het daglicht niet verdragen. Daarom speelt het eerste elftal bij voorkeur bij het schijnsel van kunstlicht. Dan kan het spoken aan de Beatrixstraat. Gedreven als dichters door de mystiek van de nacht, opgezweept door de hysterie van het aanhangerschap stijgt NAC boven zichzelf uit. Want ver van huis is NAC weer gewoon NAC. Altijd geweest.

Misschien is er iets veranderd sinds NAC deze zomer na acht jaar terugkeerde in de eredivisie. NAC is anders zonder de Bouwmeesters, Rijvers, Canjels, Laseroms, Visschers, Van der Merwe, Schrijvers, de Graauwmansen, Van Gorp, Vermeulen, Quaars, Brouwers en Vreijsen. Minder frivool, minder cultuur, minder Bredaas, minder ergernis, meer rechtstreeks op zoek naar de winst. Zakelijker ook. Op het scherp van de snede spelen, wil trainer Ronald Spelbos, ex-Ajacied onder andere en ex-international. De scheidsrechter bepaalt wat wel en wat niet mag.

En daar voetbalt zijn elftal naar. NAC speelt aanstekelijk fel. Zo fel dat de aanhanger niet op adem komt, dat de tegenstander bijna bezwijkt onder de golven van Bredaas voetbalenthousiasme en tribunelawaai. Aan de zijlijn zwaait en wijst Spelbos als een dompteur. Geen speler lijkt zijn eigen spel te durven spelen, geen speler durft te verslappen. Hij is nog te kort trainer, veronderstelt Spelbos. “Ik leef nog te veel mee”, relativeert hij.

“Beter zo'n wilde, dan zo'n dooie”, vindt Ton Lokhoff, 33 jaar al, maar de drijvende kracht in het veld. Schreeuwend, tierend, rennend en zwoegend. Wat een kwaliteiten! Kappend, draaiend, passend en schietend. Groot geworden bij PSV, verstoten door Feyenoord. Terug bij NAC toont hij wéér zijn talenten. Helaas, te ver van de Randstad en het netwerk van de voetbalincrowd om op het niveau van spelers van grootstedelijke clubs gesteld te worden.

Lokhoff zingt als hij speelt. Lispelend en meeneuriënd als er gezongen wordt op de tribunes waar het echte voetbalvolk leeft, swingend op het ritme van de leuzen en liederen van de doldwaze aanhang. Hij voetbalt zoals hij praat. Snel, brutaal, vaardig en direct. Hij is zo Bredaas als NAC. Een feestelijke voetballer op een feestelijke zaterdagavond. Niets laat hij heel van Heerenveen, de hype van Friesland. Zelfs Heerenveen-trainer Foppe de Haan is een en al waardering voor Lokhoff.

Sieb schijnt hij te heten, de dirigent van de B-side. De man die het stadion doet leven, die Gesthuizen, Van Hooydonk, Lammers, Zondervan en Lokhoff via zijn koren op de tribunes inspireert. Ruim 9.000 zijn het er weer - evenveel als het seizoengemiddelde. Van de grootgeschreven Heerenveen-aanhang wordt niets vernomen. Verstomd als ze is. Lokhoff en Van Hooydonk hadden er vorige week, toen ze geschorst waren, tussen gestaan. Temidden van de harde kern op de B-side. En hij had nog meegezongen ook, zegt Lokhoff. Vanavond had zijn vrouw er gestaan. Evenals die van Martien Vreijsen, de manager. Durf eens je vrouw te sturen, hadden ze gezegd.

Vreijsen, eens behendig als NAC-aanvaller, bij Feyenoord en bij Twente, eens international voor een halve wedstrijd. Nu behendig als manager, laverend tussen oud-medespelers en zakenlieden in het "sponsorhome'. Hij praat liever over investeringen en over het budget, dat nu 4,5 miljoen bedraagt en volgend seizoen vijf miljoen moet worden, dan over NAC van vroeger. De toekomst is belangrijk. Hij heeft er tijdens zijn voetballoopbaan al aan gedacht en voor geleerd. Nu is hij de manager.

Nog niet zo lang geleden was de club bijna failliet. Nu heeft NAC een zakelijke toekomst. Uit sentimentele overwegingen zou het stadion kunnen blijven en verbouwd worden. Maar misschien dat verhuizing naar een verre buitenwijk naar marketing-normen interessanter is. Commercieel voetbal vereist plastic paleizen met plastic sky-boxen om bemiddelde plastic heren en hun dames te strelen. Ze drinken op het succes en op de toekomst, de handelsgeesten van NAC. Zoals alleen Bredanaars kunnen drinken.

In het "spelershome' - Bee-side, sponsorhome, niets is meer marketing-gericht dan Engelse namen - drinkt John Lammers op zijn drie doelpunten en op zijn koppositie als topscorer van de eredivisie. Ze drinken allemaal. Zonder bier geen overwinningsroes. Waarom zijn voetballers de enige topsporters die zoveel alcohol en nicotine kunnen nemen zonder dat ervan iets op het veld te merken is?

De ramen van de keet, die spelershome wordt genoemd, zijn beslagen als het tegen middernacht loopt. In het luxueuze sponsorhome onder de hoofdtribune garandeert airconditioning een verwennende sfeer. Kapitaal moet gekoesterd worden. Spelers kunnen gaan, als de sponsors maar blijven.

bpDe parel van het zuiden, noemen ze zichzelf bij NAC. Breda leeft vooral op zaterdagavond. Wanneer NAC voetbalt en rondom de Grote Kerk de kroegen stomen van opwinding. Voetbalkoorts in de provincie kan nog aangenaam zijn. Spontaan, minder agressief, minder vijandig, minder shockerend en minder zelfingenomen.