De Waart: zonnige kijk op Mahler I

De uitvoering van de Eerste symfonie van Mahler, in de Matinee op de vrije zaterdag door Edo de Waart, bevestigde de groeiende vertrouwdheid met dit repertoire die door dirigent en orkest in relatief korte tijd is opgebouwd. Het Radio Filharmonisch Orkest speelde met enorme inzet vrijwel ideaal met een rijke schakering aan klankkleuren in strijkers èn blazers.

Opmerkelijk is De Waarts puur optimistische en zomerse kijk op deze zo pastorale symfonie, die hij laat beginnen met een langzame zonsopgang boven een nog wazig verstild landschap. Waar andere dirigenten met schrille en krassende vogels voorboden laten horen van Mahlers latere existentiële angsten, daar kwinkeleren zij bij De Waart vooralsnog alleen hun allermooiste lied als waren zij alle nachtegalen in een aards paradijs, onkundig van 's werelds zonden. Het Vader Jacob was ook al een naïeve herinnering aan zorgeloze tijden, net als de lome liedcitaten.

Nóg bijzonderder is de interpretatie die De Waart geeft aan het slot van deze symfonie, die "normaal' na een geweldig opgebouwde schijnfinale en een terugkeer naar de sfeer van het eerste deel in vele tergende maten met eindeloos ketsende orkesttutti maar niet aan zijn eind kan komen. Bij De Waart is het hier één en al spetterende onstuimigheid die contrasteert met het statische begin: hij raast op het slot af en alles bruist en straalt en schuimt.

    • Kasper Jansen