De psychiater en het rijbewijs

De voorzitter van de Vereniging voor psychiatrie, prof.dr. F.G. Zitman, heeft in een commentaar in het Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde - geciteerd in NRC Handelsblad van 9 oktober - kritische kanttekeningen geplaatst bij de keuringen door psychiaters van automobilisten. Op grond van die keuringen kan het ministerie van verkeer en waterstaat rijbewijzen intrekken. Zitman vindt dat psychiaters rijgedrag niet kunnen voorspellen. Al eerder hadden Van den Hout en Crombag in NRC Handelsblad van 19 juni hierop kritiek geuit.

Uit beide commentaren blijken enkele misverstanden die een goede discussie in de weg staan. Het eerste misverstand betreft de vraag van het ministerie van verkeer en waterstaat aan de psychiaters. Het tweede misverstand heeft te maken met de diagnose alcoholisme. Abusievelijk wordt geschreven dat psychiaters die dronken automobilisten keuren, de rijgeschiktheid "voor de rest van het leven' moeten beoordelen. Psychiaters zouden niet met nauwkeurigheid kunnen voorspellen welke automobilist in de toekomst ongelukken zal veroorzaken en daarom zijn zij niet in staat tot een gefundeerd oordeel. De indruk wordt daarbij gewekt dat psychiaters, hierin gedekt door het ministerie van verkeer en waterstaat, voor eigen rechter spelen. Ook wordt gesproken over een dubbele bestraffing.

Dat is een misverstand. Bij de psychiatrische en lichamelijke keuringen naar rijgeschiktheid gaat het primair om het vaststellen van een ziekte waardoor iemands rijgeschiktheid ter discussie komt te staan. Als een automobilist aan epilepsie of slechtziendheid lijdt wordt hij of zij door een neuroloog of een oogarts onderzocht om vast te stellen in hoeverre deze aandoening deelname aan het verkeer gevaarlijk maakt. Bij de psychiatrische keuring gaat het om de vraag of er bij deze patiënt sprake is van alcoholisme (of een andere aandoening) als een ziekte. Criteria hiervoor kunnen gevonden worden bij internationaal erkende diagnosesystemen zoals de DSM III-R of de ICD 10. Bovendien is het een ziekte waarvan herstel mogelijk is. Dat wil zeggen dat een alcoholist die een geslaagde ontwenningskuur heeft ondergaan en zich geruime tijd van alcohol onthouden heeft, weer geschikt kan zijn voor deelname aan het verkeer. Een persoon die incidenteel tijdens een toevallige dronkenschap wordt aangehouden, wordt door de psychiater niet afgekeurd omdat in een dergelijk geval geen sprake is van "ziekte'.

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan dat het verband heeft aangetoond tussen alcoholisme en verkeersongevallen. Door goed onderzoek dat wordt aangevuld met een gericht lichamelijk en laboratoriumonderzoek wordt de kans op fout-positieve uitslagen - dus: ten onrechte de diagnose alcoholisme stellen - verkleind. Er zijn bovendien wel degelijk juridische waarborgen voor de gehele keuringsprocedure.

De rechter straft het rijden onder invloed. De psychiater kan een gefundeerd oordeel geven over alcoholisme, maar niet over de vraag of er bij de daarmee samenhangende verhoogde kans op herhaling van het rijden onder invloed ook echt een ongeluk veroorzaakt zal worden. Overigens wordt slechts een ernstige risicogroep onderzocht: mensen die bij herhaling onder invloed van alcohol zijn aangehouden en gereden hebben met een bloedalcoholgehalte van 2 promille (10 glazen alcohol) of meer.

Omdat het rijden onder invloed van alcohol een groot gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert, zijn er tal van maatregelen genomen om dit te voorkomen, zoals voorlichting, alcoholcontroles en het strafrecht. Daarnaast kan ook de keuring door psychiaters helpen voorkomen dat er nog meer verkeersslachtoffers vallen.