DE HOPELOZE MISSIE VAN EEN OUDE ROT

Zijn familieband spreekt tot de verbeelding. Zijn clubliefde gaf de doorslag. Coach Jaap van Spanje keerde dit seizoen terug als vaste kracht in het eerste tafeltennisteam van de Blaeuwe Werelt. Om de club te redden van de ondergang. Een oude rot met een ouderwetse stijl.

Het publiek drinkt en schreeuwt om beurten. De speler zweet en ergert zich. Tafeltennis is misschien wel topsport, maar de entourage in het Limburgse Born geeft een ander beeld. Jaap van Spanje vecht voor wat hij waard is, tegen de thuisspelende Chinees Chen Sung. Hij verliest in drie games. Geen excuses, Chung is de beste speler van de eredivisie. Strijdend ten onder op je oude dag. Het publiek, steeds meer glazen achteroverslaand, heeft geen respect voor zijn prestatie, heeft geen weet van zijn reputatie.

“Natuurlijk irriteert het als ze je van alles toewensen. Dat krijg je, met de bar bovenop de speelzaal. In de loop van de avond wordt het steeds onrustiger.” Jaap van Spanje is het na afloop allemaal alweer vergeten. Hij geeft zijn tegenstanders een hand zoals alle tafeltennissers dat doen. Zonder de ander aan te kijken. “Dat viel mezelf ook op. Misschien zit hem dat in de spanning. Je ziet de nederlaag niet zo snel aankomen, zoals bij tennis. Eigenlijk zouden ze dat plichtmatige moeten afschaffen.”

Jaap (36) is de oudste van drie broers. Het voorbeeld voor Ron (33) en Henk (29). Begonnen in de ouderlijke garage, op een spaanderplaat. Ze werden om de beurt lid van SKF in Veenendaal en vertrokken, jaren later en een voor een, naar De Blaeuwe Werelt in Apeldoorn. Nog steeds bellen ze elkaar op om samen te trainen. “Als een roulette”, noemt Ron hun trainigsritme. Sportief zijn de broers over hun hoogtepunt heen. De jongste speelt in de Duitse tweede divisie, de middelste kreeg ook een aanbod, maar koos deze zomer voor de zijde van zijn oudere broer.

Zaterdag speelden Jaap en Ron van Spanje in een klein, sfeervol zaaltje in Born. Hun teamgenoot Geert Verhaagh deed een poging, maar ondervond nog te veel hinder van een hernia-achtige blessure. Hij gaf zich al gauw gewonnen. De Blaeuwe Werelt verloor met 7-3 van titelkandidaat Bartok. De Blaeuwe Werelt vreest de degradatiepoule, wanneer ook de twee resterende wedstrijden slecht aflopen. Afgelopen voorjaar een gevierd kampioen, sinds het vertrek van Paul Haldan naar Duitsland in de onderste regionen. Twee veteranen en een gekneusde speler. De andere leden halen bij lange na niet het vereiste niveau. Daarom doet speler-coach Jaap van Spanje een beroep op zijn oude vriend, de 35-jarige Brit Bob Potton. Maar die had het de afgelopen weken nog te druk met zijn uit de hand gelopen hobby: golf.

Jaap van Spanje heeft wel eens gevoetbald, “zoals ieder jongetje”. Zijn neef nam hem mee naar de pingpongclub van Veenendaal. Hijzelf introduceerde zijn broertjes. Hij heeft de nationale top gehaald. Speelde tweemaal in de finale van het Nederlands kampioenschap. Jarenlang kwam hij uit voor het nationaal team. Was de beoogde opvolger van het duo Van der Helm-Van Slobbe. “Ik ben eigenlijk een ouderwetse speler. Speel meer met de forehand. Het liefst loop ik om m'n backhand heen. In Nederland lukte dat altijd vrij aardig, maar internationaal kwam ik dan tekort. Dan heb je geen tijd om die extra stap te maken. Als ik stil blijf staan komt er niets van terecht.”

Tafeltennis is meer dan wel of niet om je backhand heenlopen. “Het is een mentale sport”, vindt Jaap van Spanje. “Vorige week had ik veel getraind, maar dat kwam er in de wedstrijd absoluut niet uit. Ik was er niet echt mee bezig, dacht dat die voorbereiding alleen al voldoende was. Nu ging het al beter, met minder trainingsuren.”

Het beeld van Vriesekoop, de urenlange slagenwisselingen in een gymlokaal, onder toeziend oog van een strenge leermeester. Zij haalde de internationale top. Waarom hij niet?

“Ik ben relatief laat begonnen. Op m'n twaalfde geloof ik. Op m'n veertiende ging ik pas gericht trainen. Toen stond Bettine al bij de Top Twaalf.” Het is geen excuus. Hij beseft “geen gouden handje” te hebben. “Iemand die weet waar de ballen komen, op gevoel kan spelen. Nee, in Nederland kan ik momenteel niemand aanwijzen die dat wel heeft.” Hij spreekt over de mannen. Over Haldan, Heister, Keen en over zijn broers. De vrouwen zijn relatief beter, succesvoller ook. “Bij onze club spelen de vrouwen op een veel lager niveau. Ik ben niet op de hoogte van het vrouwen-tafeltennis.”

Sinds zijn negentiende jaar komt hij uit voor De Blaeuwe Werelt, de drukkerij waar hij ook al negen jaar overdag werkzaam is. Hij is geen specialist op dat gebied en volgde in de avonduren bijscholings-cursussen. Hoeveel tijd hield en houdt hij over om te trainen? “Vroeger drie uur per dag, tegenwoordig drie uur per week.” Hij heeft een gezin. En misschien heeft hij geen zin om er nog wat uurtjes bij te sprokkelen. Een speler die het juist altijd van dat trainen moest hebben. Met zijn broers en met Paul Haldan. De Roemeense vluchteling die precies tien jaar geleden politiek asiel aan vroeg en in Apeldoorn ging tafeltennissen.

Haldan speelt dit seizoen in de Duitse competitie. Daar waar het grote geld te verdienen is. Van de Nederlandse Top 20 spelen elf spelers in Duitsland. In zijn toptijd kreeg Jaap van Spanje de mogelijkheid, maar hij liet die lopen. “Toen was het verschil nog niet zo groot. Ik hoefde niet zo nodig.” Henk vertrok, jaren later, wel naar Duitsland. Ron kon het niet over zijn hart verkrijgen. “Ik kreeg een aanbieding uit Keulen. Financieel zag de aanbieding er heel goed uit. Maar Jaap had afgelopen zomer al toegezegd dat hij weer mee zou spelen. Als ik was vertrokken, had ik hem in de steek gelaten.”

De familieband en de clubliefde. Twee kalende dertigers die elkaar heel hard nodig hebben. Ron: “Als Jaap er niet is, denk je meteen dat er iets ontbreekt.” Jaap: “Ron wint meestal zijn drie enkelspelen. Juist voor hem is die degradatiepoule een spookbeeld.” In Born ergerde Ron zich aan de blik van zijn broer langs de kant. “Ga maar warmlopen, dan heb ik geen last van je”, sprak hij tijdens zijn verloren duel tegen Chung. Jaap van Spanje ging warmlopen. Ruzies hebben ze genoeg gehad. Dit was een kleine irritatie.

De ergenis over de sportieve en financiële moeilijkheden waarin De Blaeuwe Werelt verkeert is veel malen groter. De sponsor trekt langzaam zijn handen af van de landskampioen. Geld om spelers te kopen is er niet. Daarom stelt een 36-jarige coach zichzelf weer op. Om te redden wat er te redden valt. “Ik word er wel eens een beetje moe van allemaal. We hoeven helemaal geen kampioen te worden. Daar kan ik mee leven. Het enige dat we nodig hebben is een derde speler die af en toe een partij wint.”

Spelen in de marge, en toch onder druk. Een routinier hoort het toch eigenlijk voor zijn lol te doen. Zonder te worden uitgelachen door bierdrinkende Limburgers, in een piepklein zaaltje, in een piepkleine randgemeente van Born. “Ik heb hier wel eens een glas bier over me heen gekregen.” Jaap van Spanje lijkt, na de wedstrijd, het betrekkelijke van zijn missie in te zien.

    • Jaap Bloembergen