De economie; De ziel van Lieshout geurt naar granen

In de tweede helft van de jaren tachtig ontwikkelde Noord-Brabant zich in economisch opzicht sneller dan de rest van Nederland. In de "meest geïndustrialiseerde provincie van ons land' daalde de werkloosheid tot onder het landelijk gemiddelde en stegen de bedrijfswinsten sterker dan elders. Niet ondanks, maar juist dankzij dorpse en stedelijke gemeenschappen die hun traditionele waarden hadden behouden. Ook nu het slecht gaat bij multinationals als Philips en DAF bewijst het familiebedrijf Bavaria op die manier te kunnen overleven. In Lieshout zijn de burgemeester en de brouwerijdirecteur elkaars beste vrienden.

Als de geboorte van een kind wordt aangegeven klept het klokje van het gemeentehuis gedurende enige minuten. Je hebt er een politieke partij die Gelijke Schapen Gelijke Rechten heet, een nationaal monument voor de Mulder (de molenaar) en het ruikt er naar mout. De Lieshoutse burger, of zoals ze plaatselijk zeggen d'n Liessense mens, is volgens burgemeester P.A.C.C. van Hout het prototype van de Brabander, meer in het bijzonder van de Peellander. Fotograaf Martien Coppens maakte er schitterende portretten van die in het gemeentehuis zijn geëxposeerd. Ze tonen doorgoefde koppen van mannen en vrouwen die altijd hard moesten sappelen op arme akkergrond tot daar ginds, even buiten de bebouwde kom, dat brouwerijtje uitdijde tot de moloch die nu de luchtlijn beheerst.

“Het is goei volk hier, in het begin een beetje op een afstand maar daarna geven ze zich dan ook volledig”, zegt Van Hout, al 25 jaar burgemeester. Toen hij kwam zeiden de raadsleden: “Gade gij in de burries staan dan zullen wij de kar douwen”. Zijn ambtsperiode viel gelukkig goeddeels samen met de opbloei van Bavaria van de jongens Swinkels. Dankzij die weldoeners kreeg het tot dan toe betrekkelijk achtergebleven dorpje ineens allerlei voorzieningen voor sport en ontspanning. De burgemeester zorgde voor de ruimtelijke ordening.

Het zesduizend inwoners tellende dorp ziet er opvallend welvarend en proper uit. Een driehoekige dorpsplein met een kiosk, veel beeldhouwwwerk in de straten, drukke bouwwerkzaamheden her en der en twee gerestaureerde ronde stenen bergkorenmolens.

De Lieshouters mogen de reuk van de mout, volgens het bedrijf "de natuurlijke graangeur' wat graag lijden. Dan zeggen ze: d'n brouwer werkt. “Waag het niet over stank te praten, want voor ons is het vitamine. Lieshout ademt Bavaria met graagte in. Lieshout dat is Bavaria”, aldus de burgemeester in zijn gemeentehuis, waar binnen een paar minuten gekoelde flesjes Bavaria op tafel staan. Daar ontvangt hij de verslaggever - als om "het gelukkige huwelijk' te onderstrepen - samen met Peter van Frans d'n brouwer. Want zo noemen ze hier drs. Peter Swinkels, lid van de raad van bestuur van Bavaria. Binnenkort zal hij de hoogste man van de brouwerij zijn, als opvolger van zijn 17 jaar oudere broer Jan. Naast de deur van de burgemeesterskamer hangt een schilderij. De grootvader van Peter - ook al een Jan - staat er op afgebeeld als koning van het gilde Sint Servatius, want “alle Swinkelsen lieten en laten zich”, aldus de burgemeester “altijd ruim in de gemeenschap vertegenwoordigen”.

Het brouwerijcomplex is gevestigd op 23 hectare grond met silo's van meer dan dertig meter hoog. In een bijna onafgebroken stroom rijden de vrachtwagens af en aan: 430 in een etmaal met bier en met grondstoffen. Een van de machines vult per uur alleen al 90.000 blikjes met bier. In de hal van het uit de jaren dertig daterende kantoor met donkere houten lambrizeringen staat het borstbeeld van grootvader Jan Swinkels. Die was behalve brouwer ook boer en wethouder. De bronzen kop straalt tevredenheid uit. Daar is ook alle reden toe. Als er ergens in het Zuiden een voorbeeld is van de economische boom, als ergens duidelijk werd dat Brabant van wingewest winstgewest werd, dan is het wel in Lieshout. Bij Bavaria werken nu 700 mensen, twee keer zoveel als twintig jaar geleden. Van hen komt 40 procent uit Lieshout, de overigen uit de omliggende dorpen. De omzet groeide Van 40 miljoen gulden in 1972 tot 650 miljoen nu. Sinds Bavaria in 1988 met het alcoholvrije bier op de markt kwam, ligt de jaarlijkse omzetgroei zelfs op 30 tot 35 procent en nam het aantal personeelsleden toe met 300. Er zijn plannen om uit te breiden. Daardoor zal naar verwachting de omzet in 2000 nog eens met 40 tot 50 procent groeien en het aantal werknemers met 300.

De gemeente heeft wegens het belang van de werkgelegenheid van de provincie in principe ontheffing van het streekplan gekregen. Voor een eerdere uitbreiding werd gewoon een stuk openbare weg, de Kerkdijk, aan het verkeer onttrokken. Niemand die zich er druk over maakt. Want, zegt het hoofd van de basisschool De Fontein M. Dekkers: “Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Ik zou ook geen wanklank over de brouwerij kunnen bedenken”.

Alleen de regionale milieubeweging durft het aan enige kanttekeningen te plaatsen, die vergezeld gaan van het uitdrukkelijk verzoek ze als "positief-kritisch' te kenmerken. P. Cochius van Natuur- en milieubeheer: “We maken ons zorgen over de onttrekking door de brouwerij van 3 miljoen kubieke meter grondwater per jaar waardoor de verdroging in dit gebied alleen maar groter wordt. En verder over het aantal vervoerbewegingen, dat met een uitbreiding van de brouwerij naar verwachting nog eens zal verdubbelen. En natuurlijk over de geplande uitbreiding in een stuk van de gemeente waar verbindingen lopen van twee ecologische hoofdstructuren. We zijn daar over in gesprek met het bedrijf en het toont zich zeer communicatief en begripvol; werkelijk niets dan lof. Ze kunnen het ook niet maken al te zeer tegen het milieu te zondigen terwijl ze aan de andere kant prat gaan op hun milieuvriendelijke Brabantse bier”.

Aan weggaan uit de gemeente heeft nooit een haar op een Swinkelshoofd gedacht, want Liessense zijn ze en zullen ze blijven; met dat stukje Brabantse grond zijn ze emotioneel verbonden. “Verplaatsing zou desastreus zijn. De zeer hoge arbeidsproduktiviteit zou er door worden aangetast. Als de mensen niet meegaan haal je de ziel uit het bedrijf, want ze zijn bijzonder loyaal”, aldus Swinkels. De burgemeester voegt daaraan toe: “Als gemeente zouden we ons hevig verzetten tegen verplaatsing van het bedrijf, want dan hebben we meteen 400 mensen aan het loket van de Sociale Dienst. De directie is excellent. Het aantal zilveren en robijnen jubilea groeit elk jaar. Je hebt families zoals de Van den Biggelaars en de Van Kaathovens die al generaties lang bij Bavaria werken.” Swinkels: “Nu we steeds maar groeien moeten we de zaken wat formeler gaan regelen, maar dan nog blijft de afstand met de werknemers zeer klein. Dat komt onder meer omdat we als familie zelf nauwelijks overdaad kennen. Je zult bij ons geen auto met chauffeur aantreffen. Ons imago zit in de fles, niet in luxe”.

Over de winst worden in het openbaar nooit mededelingen gedaan. Swinkels wil slechts kwijt dat hij met een omzet van 1 miljoen gulden per werknemer niet anders dan “een goed renderend bedrijf” kan hebben. In 1991 werd voor het eerst een jaarproduktie van 3 miljoen hectoliter gehaald. Ter ere van die mijlpaal verschafte de brouwerij een cheque van 10.000 gulden waarmee zieke inwoners van het dorp onder leiding van de wijkzuster een reis naar Lourdes maakten. Toen er een sporthal moest worden gebouwd, sprong de brouwerij genereus bij. En in januari van dit jaar had de brouwerijleiding er maar een half uur voor nodig om te beslissen dat het door de nieuwe WAO-wet gevallen gat zou worden gerepareerd. “In een gemeenschap die zou zeggen: met een zieke werknemer hebben we niks meer te maken, valt niet te leven”, aldus Swinkels.

Meer voorbeelden van de vervlechting van bedrijf en dorp? Toen de bombardonist van de harmonie Sint Caecilia (die bij concoursen uitkomt in de afdeling Uitmuntendheid) hernia kreeg, bood beschermheer Tijn Swinkels een makkelijker te torsen suzafoon aan - en vervolgens nog een, om de symmetrie te bewaren. “Daar waar het nodig is, biedt Bavaria de helpende hand,” zegt de burgemeester. Als er in Lieshout wat te vieren valt zijn wat gratis fusten zo geregeld. Hotel Brox naast het gemeentehuis wordt binnenkort verbouwd tot het paradepaardje onder de Nederlandse Bavaria-cafés. “De mensen om je heen zijn je eerste klanten, dat zie je bij alle brouwerijen; ze zijn allemaal betrokken bij plaats en regio. Er is hen er veel aan gelegen daarmee een goede binding te hebben”, aldus Swinkels. Vervolgens geeft hij een uiteenzetting over de emotionele verbondenheid van de bierdrinker en zijn merk. “Bier is een zaak waar vooral de mannen veel over praten. Als ze 's avonds van het werk thuiskomen is het al vlug: zo, nu vlug een biertje en vervolgens amuseert men zich kostelijk. ,12,1L Over bier wordt in de huisgezinnen net zo vaak gesproken als over auto's”. Het bedrijf wordt geleid door maar liefst 17 Swinkelsen; 6 in de Raad van Bestuur, 11 in de directie, de zesde generatie in de familiedynastie. De zevende schuift al weer in. Swinkels: “Spreek gerust over een dynastie, maar dan niet in negatieve zin. Ik zeg het maar, want je hoort vaak zo'n kwaaie verhalen over familiebedrijven. We gaan zeer collegiaal in groot onderling respect met elkaar om. Ons devies is: wat goed is voor het bedrijf is goed voor de familie en niet andersom”.

Officieel staat als oprichtingsdatum 1719 te boek, maar volgens de Lieshoutse historicus Cor Peeters brouwde de familie Morees die via huwelijk aan de familie Swinkels gekoppeld raakte al in 1690 bier. In een kleurige folder van de brouwerij wordt beeldend over het ontstaan geschreven: “In het dorpje Lieshout, wat verscholen in het nog lege Brabantse land, kijkt een man van onder z'n hand naar de hemel en hoopt dat het niet gaat regenen. Want hij bouwt. Geen huis, geen kerk. Wel iets omvangrijks, iets wat voorlopig nog wel niet af zal zijn. Want hij bouwt wanneer hij stenen heeft en daar is geld voor nodig. In 1719 is het zover: de laatste steen is gelegd, het uithangbord hangt. Lieshout heeft een brouwerij”.

    • Max Paumen