De beesten van het oosten slaan terug

ROTTERDAM, 18 OKT. De beesten van het oosten, zoals een van de bijnamen van de Philadelphia Phillies luidt, hebben Toronto de rug toegekeerd en een nog wat ondergewaardeerd facet aan hun reputatie toegevoegd. Na een nederlaag in de eerste wedstrijd van de World Series lieten alle wilde jongens zich afgelopen nacht in het tweede duel tegen de Blue Jays van hun sterkste kant zien. De Phillies wonnen met 6-4.

De Blue Jays uit Canada en de Phillies treffen elkaar nu voor een serie van drie in Philadelphia, waarna duidelijk is of er in de best of seven nogmaals in het fraaie Sky Dome van Toronto moet worden gespeeld.

De reputatie van ongeschoren, ruige types was Philadelphia naar Toronto vooruit gesneld. De formatie die vorig jaar nog als laatste eindigde en nu een greep naar het hoogste doet, bestaat immers uit onconventiële spelers. Twee spelers met Nederlandse voorouders, Kruk en Dijkstra, zetten wat dat betreft de toon. Vooral John Kruk, de eerste honkman, ziet er meer uit als een fan dan als een sportman die zich voorbeeldig naar de wereld van goed gedrag heeft geschikt. De bebaarde Kruk, met wilde plukken haar onder zijn smerige helm, maakt een woeste indruk. Hij is dik, rookt en drinkt uitbundig. Hij beantwoordt verbaasde opmerkingen vooral met de zin: “Ik ben geen atleet, maar honkballer”. Dus loopt hij inderdaad wat merkwaardig. Maar hij ramt de ballen met een duidelijk plezier weg na in het slagperk al vervaarlijk met de knuppel te hebben ingezwaaid.

De Phillies treffen in de World Series, het officieuze WK van honkbalteams, de Blue Jays, die een andere reputatie hebben. Zij zijn het fijn geleide team, dat het vak honkbal zakelijk beoefent. Zo omschrijft speler Paul Molitor de werkwijze. Molitor is dit seizoen aan de ploeg toegevoegd na vijftien jaar bij een en dezelfde organisatie in Milwaukee te hebben gespeeld. Hij werd meteen een van de leidende krachten bij de indrukwekkende slagploeg.

Het begin van de negentigste editie van de "herfstklassieker' uit de Amerikaanse sport begon voor het eerst in Canada. Vorig jaar was het ook de eerste maal dat de zege in de World Series buiten de Verenigde Staten, bij de Blue Jays, terecht kwam. De club bestaat sinds 1977 en streeft er naar tweemaal achtereen de World Series te winnen. De New York Yankees lukte dat voor het laatst, in 1977 en 1978.

In Toronto werden de Phillies met een merkwaardig gemoed ontvangen. Peter Ustinov heeft Toronto ooit "een stad als New York maar dan Zwitsers' genoemd. Keurig, netjes, schoon. Vorig jaar liet de inmiddels vertrokken honkbalvedette Winfield zich ontvallen: “Misschien kunnen we het publiek hier eens vragen om echt lawaai te maken, zoals in andere stadions. Het is doodstil”. En nu kwamen er mensen op bezoek met de reputatie zich ongeschoren, zonder stropdas of maatkostuums, met een grillig gegroeide haardos te bewegen. Kruk, Dijkstra, Daulton, Incaviglia: zij lopen erbij als aanhangers van Normaal, als uitvoeringen van John de Wolf in het kwadraat. “Maar ja”, zei tegenstander Carter, “laten we daar nu ook geen drama van maken. Ik houd wel van de manier waarop zij honkbal spelen en de manier waarin zij daarin opgaan. Wat zijn we eigenlijk meer dan een stel volwassenen die een spel beoefenen, waaraan zo velen kinderlijk plezier ontlenen?”

Zaterdag wonnen de Blue Jays met 8-5. De dertigjarige in Jamaica geboren en in de Bronx van New York opgegroeide White blonk uit met zijn slagwerk. Alomar, uit Puerto Rico afkomstig, verbaasde met voortreffelijke acties in het veld. Een dag later sloegen de Phillies venijniger. Naast de bekende krachten zorgde Eisenreich voor opwinding: hij sloeg een homerun met twee man op de honken.

Aan het slot speelden de Phillies hun zo mogelijk grootste wildeman uit. Werper Mitch Williams, die alleen opdraaft om een wedstrijd verwoestend te besluiten. Hij draagt rugnummer 99 en noemt zich Wild Thing, naar de werper in de speelfilm Major League. Daarin excelleert de acteur Charlie Sheen als werper, onder nummer 99. De film werd een groot succes, de titelsong een tophit. Williams hoort de song graag als hij zijn entree maakt. Hij leeft zich vervolgens naar hartelust uit. Op een manier die de tegenstander wel hoop geeft, maar bitter weinig succes laat. Zo was het eerder dit seizoen en zo was het vannacht toen de Phillies met 6-4 wonnen.

    • Theo Reitsma