CORNELIS VERHOEVEN: Folklore van het kleine verschil

Het gepraat over de typerende verschillen tussen het Noorden en het Zuiden van het land bevalt mij maar matig, omdat daaraan te dikwijls waarde-oordelen worden gekoppeld die er niets mee te maken hebben. Nog pas werd Thijs Wöltgens een "luie Limburger' genoemd, waarschijnlijk omdat het zo lekker lallitereert; maar er gaat een suggestie van uit, dat het verschil tussen Noord en Zuid, voor mijn part een hemelsbreed verschil in mentaliteit, ook moreel van aard is. Ik vind dat een uitgesproken stompzinnige verwisseling van categorieën en maak daar verder geen woord aan vuil.

Laat ik dus voor de aardigheid maar eens uitpakken met een paar veel te grote en slobberige stellingen van cultuurfilosofische aard. De eerste is dat niets ter wereld interessanter is dan het verschil. Het leven dankt zijn rijkdom zonder meer aan de eindeloze variaties en verschillen die het ons weet voor te toveren. Het lijkt mij niet nodig dit nader toe te lichten. Ik wijs alleen, maar dan heel voorzichtig, op de nobele tegenstroming die, waarschijnlijk om verwarring te voorkomen, erop uit is alle verschillen te verdoezelen en te bedekken met de mantel van de principiële gelijkheid. Maar die twee zaken, een feitelijk verschil en een principiële, juridische en morele gelijkheid, hebben niets met elkaar te maken. Discriminatie bijvoorbeeld - en ik heb er al een voorbeeld van gegeven - is eerder een cultuur van de verplichtende uniformiteit dan van het aanvaarde verschil.

De tweede stelling is: omdat verschillen zo interessant zijn, worden ze overal gezocht. Dat ligt nogal voor de hand en ik wil het dus wat pikanter formuleren: hoe kleiner de verschillen zijn en hoe kleiner het terrein is, waarop zij zich voordoen, des te boeiender zijn ze en des te groter is het gewicht dat daaraan wordt gehecht. Voorzover de verschillen niet alleen boeiend zijn, maar ook een bron van ergernissen en twist, zijn ze dat eerder naargelang ze kleiner zijn. Waar ze hemelsbreed of wereldwijd zijn, worden ze, vooral op grote afstand, met nobel gemak overbrugd, maar waar ze tot bijna niets naderen, zoals tussen tweelingen, of waar ze op één letter berusten, is het vrijwel zeker dat ze tot discriminatie en conflicten leiden.

Ik denk bijvoorbeeld dat Nederlanders niet zo gauw geneigd zouden zijn zich laatdunkend over Belgen uit te laten, als ze niet zo dicht bij elkaar woonden en niet zo sprekend op elkaar leken. Nu lijkt het wel of elke lokale identiteit veroverd moet worden op de buren. Het is een oude en blijkbaar zeer geliefde folklore. In elke stad en elk dorp is wel een kanaal of een spoorlijn waardoor de bewoners in twee kampen worden verdeeld. Zo zijn er tussen Noord en Zuid in Nederland de rivieren, die niet "groot' worden genoemd, omdat er geen overkomen aan is, maar omdat ze folkloristisch worden aangegrepen als de spoorlijn die het dorp of de letter die de ketters verdeelt en aan weerskanten een lekker gevoel van identiteit en saamhorigheid geeft.

Dat is, na het negeren ervan, meteen de domste en minst interessante manier om met verschillen om te gaan, ze omzetten in morele kwalificaties, in graden van goed of slecht en slim of dom. Ik neem graag aan en ik ervaar elke dag dat er verschillen zijn tussen Noord en Zuid, maar het wil mij niet lukken die nauwkeurig te omschrijven of hanteerbaar te maken, laat staan enig geloof te hechten aan de manier waarop die worden omgezet in waarde-oordelen.

    • Cornelis Verhoeven