Collectie Reve: sombere kunst naar het leven

Schrijver Gerard Reve en zijn vriend Joop Schafthuizen exposeren een deel van hun kunstcollectie in Woerden. Een vraaggesprek met verzamelaar Schafthuizen: “Meestal vindt Gerard ook mooi wat ik wil verwerven.”

Stadsmuseum Woerden, Kerkplein 6, Woerden. Tot en met 7 nov. Dagelijks van 14 tot 17u

Het Stadsmuseum Woerden, aan de voet van de gotische Petruskerk, is het ultieme zondagmiddagmuseum. De entree is één gulden en het kaartje wordt nog ouderwets van een rol gescheurd. Onder de eikehouten balken zijn Romeinse scherven uitgestald, staat een van de weinige modellen van De Ruyters vlaggeschip "De Zeven Provinciën' en kan de eenzame bezoeker griezelen bij een stukje schandpaal. Om het Reviaans te zeggen: een museum "van alle mensen'.

En dan, opeens, sta je voor een sombere, naturalistische pentekening met de titel "Langzaam sterven achter de bloempotten'. De tekening hangt er niet zomaar; zij behoort tot de kunstcollectie van de schrijver Gerard Reve en zijn partner Joop Schafthuizen ("Matroos Vos'). Tot en met 7 november is een deel van die collectie, bijna vijftig kunstwerken, in het Stadsmuseum te zien.

Het is voor het eerst dat Reve en Schafthuizen op deze schaal in het openbaar laten zien "wat we aan de wand hebben hangen', zoals Joop Schafthuizen het uitdrukt. De collectie ontstond de afgelopen vijftien, twintig jaar en omvat onder meer primitieve kunst, fotografie en (inter)nationale moderne kunst.

Joop Schafthuizen koopt, Gerard Reve betaalt.

Schafthuizen, zelf beeldend kunstenaar: “Ik heb altijd al kunst verzameld en Gerard heeft me daar verder in gestimuleerd. Als ik iets zie wat ik heel mooi vond, mag ik dat verwerven. En meestal vindt hij het ook mooi. Alleen af en toe koop ik iets waar Gerard echt niets aan vindt.”

In Woerden hangt vooral grafisch werk van zes kunstenaars die allen rond 1900 in Rotterdam werden geboren: Dolf Henkes, Wout van Heusden, Andreas Schotel, Piet van Stuivenberg, Kees Timmer en Ed van Zanden. Alleen de laatste is nog in leven. De anderen stierven op een moment dat hun overwegend traditionele, figuratieve werk enigszins in de vergetelheid was geraakt. Schafthuizen, geboren in Schiedam, heeft hen goed gekend: “Het zijn heel interessante mensen die hun eigen weg gingen.”

Naast hun Rotterdamse achtergrond hebben de kunstenaars gemeen dat ze autodidact waren en in meer en mindere mate vervuld van socialistische idealen. Ze waren "arbeider-kunstenaar', een predikaat dat ook op Gerard Reve, ondanks diens kruistocht tegen "links', van toepassing is. Zo was Dolf Henkes smid en machinebankwerker en voer hij als machinist op diverse landen. En Ed van Zanden was eens matroos.

Het werk dat ze maakten wordt gekenmerkt door een - misschien "Rotterdams' - gebrek aan valse pretenties. Het is kunst die een grote emotionele betrokkenheid verraadt en "liefde voor de mens' uitstraalt, zegt kunsthistoricus Jan van Adrichem, verbonden aan de Universiteit van Utrecht. “In een vorm die soms abstraherend is, maar nooit abstract. Meestal is het gewoon naturalistisch, de overdracht van emoties met een grote technische gedegenheid.”

De Van Gogh-achtige etsen "Kolensjouwers' en "Houtsprokkelaars' van Andreas Schotel uit respectievelijk 1937 en 1930, zijn daarvan een goed voorbeeld. In een van zijn gedichten heeft Reve zijn weerzin uitgesproken tegen "Chagall-kunst', die met behulp van horden uitleggers bevattelijk gemaakt moet worden. Dat soort kunst is in Woerden niet te zien, daar overheersen werken die "naar het leven' zijn getekend. Joop Schafthuizen karakteriseert de tentoonstelling nog plastischer: “Het is niet van die kunst waar je je handen aan open haalt.”

Hoewel de collectie door Schafthuizen is samengesteld, kent de tentoonstelling ook Reviaanse elementen. De sombere (bal)pen- en potloodtekeningen van Ed van Zanden bijvoorbeeld, roepen een grauwe na-oorlogse sfeer op die onlosmakelijk met een deel van Reve's oeuvre verbonden is. Voor de Reve-liefhebber is het evenmin een verrassing talloze dierenlitho's te zien. Kees Timmer, met zijn eenvoudige maar krachtige tijgers, leeuwen, luipaarden en poema's, schijnt tot Reve's favoriete kunstenaars te behoren.

Ook zijn er tal van werken te zien waarop plekken zijn vastgelegd waar Reve (al dan niet met Schafthuizen) heeft gewoond en gewerkt. Londen, bijvoorbeeld, en ook Schiedam. De twee "Gezichten op Schiedam' die in Woerden te zien zijn, een ets van Andreas Schotel uit 1942 en een zincografie van Kees Timmer uit 1950, hebben sinds kort aan persoonlijke betekenis gewonnen.

Sinds een paar weken namelijk, hebben Reve en Schafthuizen hun woning in Schiedam verruild voor het Vlaamse Machelen. Die verhuizing was een van de redenen om in te gaan op het verzoek om in Woerden te exposeren, zegt Joop Schafthuizen. “We waren toch aan het rommelen.”

    • Gertjan van Schoonhoven