Zure nasmaak voor Bosnische vluchtelingen in Pakistan

ISLAMABAD, 16 OKT. Het zoete sprookje van de gastvrije Pakistanen en de dankbare Bosnische gasten begint drie maanden na de sprankelende start een zure smaak te krijgen. Bij nader inzien zijn de Bosnische moslims niet erg geestdriftig meer over hun gastland. Een tijdje Pakistan was uitstekend, maar het moet vooral niet te lang duren.

Afgelopen zomer nam Pakistan, dat zich graag laat voorstaan op zijn solidariteit met moslims elders, 380 Bosnische vluchtelingen op. Wat mooi begon, neemt nu echter een onplezierige wending.

“De Pakistaanse autoriteiten hadden een Engelse school opgezet voor de Bosnische kinderen”, zegt de Bosnische ambassadeur, Sadzida Silajdzic, bezorgd in Islamabad. “Maar hun ouders laten hun kinderen daar niet meer naar toe gaan. Ze vinden dat dit al veel te veel riekt naar een definitieve opvang.”

Islamitisch of niet, liever dan in een Derde wereld-land als Pakistan zouden de Bosniërs worden ondergebracht in een Westers land. In Duitsland bij voorbeeld. In het begin van hun verblijf waren ze regelmatig te gast bij de Duitse ambassadeur in Islamabad, die er alles aan deed om het de Bosniërs naar de zin te maken. Er werden tuinfeesten georganiseerd en de Bosnische kinderen plonsden naar hartelust in het zwembad van de gezant.

Toen Silajdzic echter merkte dat veel Bosniërs uit de Duitse gastvrijheid afleidden dat ze wellicht alsnog door zouden kunnen reizen naar Duitsland, werden de bezoekjes abrupt gestaakt. De zaak werd te pijnlijk voor de betrokken partijen, niet in de laatste plaats voor het gastland Pakistan.

“Steeds wanneer Westerse journalisten op bezoek komen in het opvangcentrum, wekt dat weer de valse hoop dat ze door kunnen reizen naar het Westen, waar ze dan kunnen wachten tot ze weer naar Bosnië terugkunnen”, klaagt Silajdzic, die daarom Westerse journalisten niet langer toelaat tot het centrum. Zo worden de gasten steeds meer tot gevangenen in een land dat ze niet als het hunne beschouwen.

En het was zo veelbelovend begonnen. Met open armen en tranen van ontroering werden de islamitische broeders uit Bosnië, die in sommige gevallen ernstige martelingen hadden moeten doorstaan in Servische kampen, in Pakistan ontvangen.

Wel was het even wennen over en weer. Met een scheef oog keken de Pakistanen naar een Bosnische imam (gebedsvoorganger) in een spijkerbroek en zonder baard. Omgekeerd moesten de Bosniërs, in het bijzonder de vrouwen, even slikken toen ze zagen hoe de Pakistaanse vrouwen gekleed gaan, met hun lange, het hele lichaam bedekkende gewaden.

IJverig toog de Pakistaanse regering aan het werk. De vluchtelingen, die geen vluchtelingen mochten heten maar "geëerde gasten', werden in eerste instantie ondergebracht in een comfortabel centrum voor bedevaartgangers naar Mekka, aan de rand van de hoofdstad Islamabad.

Intussen werden er voorbereidingen getroffen voor een permanenter onderkomen in een voormalig padvinderskamp bij de plaats Mansehra, in de uitlopers van het Karakorum-gebergte. Het complex, dat wordt aangeduid als het Bosnische dorp, wordt helemaal verbouwd en zal eind dit jaar worden opgeleverd. Een Bosnische architect reist van tijd tot tijd naar de plaats toe om te inspecteren of alles naar wens verloopt.

De Bosniërs zullen in hun dorp een school en een ziekenhuis tot hun beschikking hebben en, zo kreeg een groepje journalisten onlangs te horen, zelfs een eigen bioscoop. “Ze worden veel beter onthaald dan de vluchtelingen uit Indiaas Kashmir”, merkte een plaatselijke bewoner op. Een mullah ter plaatse deert dat allerminst: “Of ze nu uit Kashmir komen of uit Bosnië, we drukken ze allemaal aan ons hart”, zei hij tegen de journalisten.

Het blijft echter de vraag of de Bosniërs het kamp inderdaad zullen betrekken. Vooral voor de hoger opgeleiden in de , onder wie ingenieurs en architecten, is het vooruitzicht om voor onbepaalde tijd in een tamelijk geïsoleerd dorpje in het noorden van Pakistan te moeten wonen niet aanlokkelijk. Daaraan kan ook de islamitische solidariteit weinig verhelpen.

    • Floris van Straaten