Zeeland wil meer geld voor verbinding oevers Schelde

MIDDELBURG, 16 OKT. Minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) moet meer geld beschikbaar stellen voor de Westerschelde-oeververbinding. Dat kwam gistermiddag naar voren tijdens een gecombineerde commissievergadering van Provinciale Staten van Zeeland.

Minister Maij heeft in 1989 toegezegd jaarlijks 41,1 miljoen gulden bij te dragen. Op het moment gaat men ervan uit dat de oeververbinding ongeveer 1,3 miljard gulden zal kosten. De provincie kan dit bedrag via particuliere financiering waarschijnlijk niet rond krijgen. Gedeputeerde J.I. Hennekeij en minister Maij besloten deze week onder meer te onderzoeken of overheidsfinanciering tot de mogelijkheden behoort.

Maar ook dan, oordeelden veel Statenleden, is het zeer de vraag of het project sluitend kan worden gefinancierd. Het rijk moet het financiële gat vullen, stelde het Statenlid D.J. Holtkamp (PvdA). Als de plannen voor de vaste oeververbinding niet doorgaan, is de rijksoverheid volgens hem immers ook exra geld kwijt om de veerdiensten over de Westerschelde ingrijpend op te knappen.

Gedeputeerde Hennekeij liet zich optimistisch uit over de kans dat het rijk financieel bijspringt. Volgens hem is minister Maij in principe bereid de financiële risico's van het project te dragen. De gedeputeerde neemt, samen met minister Maij, in januari een beslissing over de wijze van financiering van de vaste oeververbinding. Men hoopt dan ook zekerheid te hebben over een ander probleem: de weigering van de gemeente Borsele om mee te werken aan planologische inpassing van de verbinding op haar grondgebied. Naar verwachting nemen Provinciale Staten van Zeeland in het voorjaar van 1994 een definitief besluit over de vraag of het project doorgaat.