Wie een slaapplaats zoekt, kan een stoel krijgen

Niet bekend

ARNHEM, 16 OKT. Een Braziliaans straatschoffie op televisie levert voorspelbaar meer medeleven op in Nederlandse huiskamers dan een opvanghuis voor zwervers in de eigen buurt. Een aantal Arnhemse pastores ondervond dat afgelopen jaar bij hun pogingen een zogenoemd stoelenproject voor daklozen op te zetten. Tot twee maal toe moest de huur van een geschikt pand worden afgeblazen omdat "de buurt' heibel schopte.

“Je zit nu eenmaal met een doelgroep waarvan de beeldvorming niet zo positief is”, stelt gelaten pastoraal werkster H. Riksen, een van de initiatiefnemers voor het project. Eindelijk hebben de pastores nu een nieuw pand weten te huren in de Arnhemse binnenstad. Op twee informatie-avonden voor buurtbewoners werd afwachtend, maar in ieder geval niet falikant afwijzend gereageerd. De pastores hebben daarom hoop dat ze het opvangcentrum op 1 november kunnen openen. “Dat moet toch kunnen”, zegt Riksen nog steeds een beetje angstig, “de opzet is zo ontzettend bescheiden.”

Er komen in navolging van een Amsterdams initiatief slechts eenvoudige stoelen in een kleine opvangruimte te staan. Daklozen moeten overdag elders in de stad een toegangsbewijs halen, de deur gaat 's avonds slechts een uurtje open, 's morgens om half acht moet iedereen weer verdwenen zijn. “Een overlevingsplek is het, niet meer niet minder”, stelt ze, “een droog, warm en veilig alternatief voor de keiharde straat die nat, vies en koud is.”

Arnhem (130.000 inwoners) is niet ruim bedeeld met opvangmogelijkheden voor daklozen. Twee door de gemeente gesubsidieerde instellingen hebben twintig bedden tot hun beschikking, waarvan de helft ook nog eens is bedoeld voor "gemotiveerde daklozen' die langer blijven en op zoek zijn naar permanent onderdak. Het door vrijwilligers gedreven Slaaphuis kan twintig mensen onderdak bieden. Slaaphuis-vrijwilliger Rob noemt dat totaal van veertig bedden “wel erg schamel”. “Er zouden nog wel tweehonderd slaaphuizen bij moeten komen.” Hij schat dat er in Arnhem tussen de vijftien- en twintigduizend daklozen zijn. “Denkt u dat dat onwaarschijnlijk is? Als je in dit werk zat wist je wel beter. Je kunt het niet aan iedereen zien, hoor.”

Feit is dat niemand weet hoeveel daklozen er in Arnhem zijn. De gemeente beschikt zelfs niet over een schatting en woordvoerder J. Coehorst van de Arnhemse politie spreekt van “nogal wat”. “Maar je struikelt er niet over, we hoeven ze niet uit portieken en onder bruggen vandaan te slepen.” Voor "grote-stads-overlast' zorgt de populatie in ieder geval niet, zo stelt hij. “We hebben wat notoire alcoholisten, wat echte zwervers, mensen die wel een huis hebben maar daar niet meer naartoe willen en een aantal die in onze rapporten staan onder de afkorting GWK. Die hebben de "goed wies kapot'.” De Arnhemse politie probeert daklozen die ze oppikt te verwijzen naar een van de bestaande opvangcentra in de gemeente. Dan blijkt echter dat het aantal daklozen in ieder geval de opvangcapaciteit overschrijdt, want bijna nooit is er ergens plaats. “Iedere oplossing is ons dan ook welkom”, stelt Coehorst namens het korps.

Het stoelenproject van de Arnhemse pastores is bedoeld voor vijftien tot twintig daklozen. Ook de pastores hebben geen idee hoe groot de doelgroep is. Riksen constateert alleen dat ze “groot genoeg is om er iets voor te doen”. Om overlast voor de buurt te voorkomen is gekozen voor een model waarbij de daklozen overdag op drie plaatsen in de stad, onder meer bij het Leger des Heils, een toegangsbewijs kunnen halen. De ervaring in Amsterdam heeft geleerd dat dat geen problemen oplevert. Riksen: “We weten niet hoe, maar het spreekt zich rond, het werkt.”

Wie een slaapplaats zoekt kan, met bon, alleen tussen half elf en half twaalf 's avonds terecht. Riksen: “Daarna reageren we absoluut niet meer.” Stoelen zijn geen optimale slaapplaats, geeft ze grif toe. Voor deze vorm is echter gekozen om het project betaalbaar te houden. Er is nu immers slechts een simpele ruimte nodig. “Het is in ieder geval wat. En de mensen kunnen ook op drie stoelen naast elkaar gaan liggen. Dan moeten anderen alleen op de grond slapen.”

Er hebben zich al 35 vrijwilligers aangemeld om de daklozen in de nachtelijke uren van brood en een kopje soep te voorzien, een spelletje met hen te doen en eventueel een "goed gesprek' te voeren. Het project kost naar schatting 100.000 gulden per jaar. Van de gemeente krijgen de pastores 12.000 gulden, de rest van het bedrag wordt opgebracht door de kerken in Arnhem. Hoelang die dat kunnen volhouden weet Riksen niet. “We hopen dat de gemeenschap uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor deze mensen aanvaardt.”