Verstand

Bij ons in de polder - ik zeg het achteloos, een beetje tussen neus en lippen door. Het is net of bij ons in de polder de herfst almaar doffer wordt. Het groen verkleurt niet goed, het groen verflenst en valt.

Ook dat, zegt Frits, kan stikstof zijn, de allesverwoestende bemesting van dit land. De planten worden opgejaagd, de bomen staan er overspannen bij.

"Misschien', zegt hij, "is het paranoia.'

"Maar', zegt hij, "ik geloof wel dat je de mooiste herfstkleuren aantreft op de schraalste grond.'

Oktober en van oost naar west langs de Veluwezoom, de stuwwal is bedekt met stralend bos, de bomen nu weer elk apart, bescheiden geel en laaiend rood, het jaarlijkse versterven is in volle gang.

Maar ja, dat rood - Amerikaanse eik, die is hier ingevoerd, die past in feite nergens bij, geen vogel en geen paddestoel, geen mier, geen ondergroei wil samendoen met deze eik. Daar waar hij staat, staat hij alleen.

Dat mooie rood betekent eigenlijk: ik hoor hier niet.

"Het beste', zegt Frits, "kun je maar nergens verstand van hebben en gewoon om je heenkijken en genieten.'

Het zonlicht dampt. De wind voert blaadjes mee en schikt ze netjes op ons pad. Een grote bonte specht wroet zorgeloos in rottend hout.

Het was een schitterende dag.

Koos van Zomeren