Uitstel van verkiezingen bedreigt eenheid in verontwaardigd Italië

Het is nu al ruim anderhalf jaar geleden dat het onderzoek naar corruptie in Italië is begonnen. Terwijl het land gefascineerd, met een mengeling van huivering en enthousiasme toekeek, heeft de justitie, eerst in Milaan en later in de rest van het land, stukje bij beetje een netwerk van corruptie blootgelegd. Ministers en parlementariërs, topambtenaren, ondernemers, rechters, wethouders, advocaten, honderden mensen hebben meegedaan in deze acte van Cos fan tutti. En sommigen hadden nog een extra rol in De Peetvader.

Een aantal ondernemers is gearresteerd. Hier en daar is een wethouder of een ambtenaar al veroordeeld, maar de meeste politici zijn nog op vrije voeten. Zij innen iedere maand hun loon als parlementariër, stemmen mee over wetsvoorstellen, en maken nog volop gebruik van de voorrechten die het lidmaatschap van de nomenklatoera Italiaanse stijl biedt. Tegen mensen als Andreotti en Craxi is het onderzoek inmiddels begonnen, maar zij lopen nog vrij rond. Anderen verschuilen zich achter hun parlementaire onschendbaarheid. In geen ander democratisch land zouden politici die zoveel op hun geweten hebben, zo makkelijk kunnen blijven zitten. Toen de Napolitaanse justitie vorige maand toestemming vroeg aan het parlement om ex-minister van gezondheid Francesco De Lorenzo te arresteren, werd dat geweigerd. En dat terwijl zijn schuld vaststaat: De Lorenzo heeft zelf toegegeven dat hij smeergeld heeft ontvangen. De discussie gaat alleen over de vraag hoeveel: De Lorenzo zegt een paar miljoen, de justitie denkt enkele tientallen miljoenen.

Pogingen om deze onschendbaarheid op te heffen voor corruptiezaken, verlopen moeizaam. De verdachte parlementariërs willen niet hun hoofd in de strop steken. De politici blijven zo boven de wet staan die voor "gewone' corruptie geldt. De enige oplossing hiervoor is het uitschrijven van vervroegde verkiezingen. Alleen zo is de grote schoonmaak te bereiken waar miljoenen Italianen om roepen. En alleen zo kan het land een parlement krijgen dat een redelijke afspiegeling van de samenleving is - het huidige parlement is april vorig jaar gekozen, toen het corruptieschandaal nog maar net was begonnen en de instorting van de socialistische partij en de afkalving van de christen-democraten nog moest beginnen.

Vooral in de tweede helft van vorig jaar en de eerste helft van dit jaar, toen de volkswoede het sterkst was, zijn de gemoederen tot bedaren gebracht met het vooruitzicht van vervroegde verkiezingen. Eerst werd gedacht aan begin dit jaar. Toen moest er worden gewacht op het referendum over een nieuwe kieswet, in april. Vervolgens was er tijd nodig om de kieswetten voor Kamer en Senaat op elkaar af te stemmen. Weer een paar maanden erbij omdat eerst de begroting moet worden goedgekeurd. Nu moeten de kiesdistricten worden vastgesteld en dreigt er vertraging wegens een kleine wijziging in de kieswet. Maart volgend jaar? Mei volgend jaar? Natuurlijk, de verkiezingen moeten er komen, zeggen de christen-democraten. Maar beter in het najaar. Nog beter in 1995.

De christen-democratische regie in deze tactiek van steeds een klein beetje uitstel is politiek-strategisch gezien meesterlijk. Het verstrijken van de tijd werkt in hun voordeel: de economische problemen leiden de aandacht af. Vorige maand is in de Zuiditaliaanse stad Crotone een chemische fabriek bezet die in handen is van de staat. Het bedrijf moet worden gesaneerd, twee derde van de banen zou verdwijnen. Het is de prijs die moet worden betaald voor de sanering van staatsbedrijven, voor het indammen van de greep van de politieke partijen erop. Maar de boodschap van die Zuiditaliaanse arbeiders was duidelijk: als politieke vernieuwing betekent dat ik mijn baan kwijtraak, dan maar even niet.

Bovendien gebruiken de christen-democraten (de socialisten tellen eigenlijk niet meer mee) het kabinet van premier Carlo Azeglio Ciampi als een schaamdoek. De politieke chaos is verminderd. Italië is in jaren niet zo goed bestuurd - zelfs vakbondsleider Bruno Trentin gaf het eergisteren toe. Met name voor het economisch beleid, maar ook op het gebied van cultuur, herziening van het openbaar bestuur en buitenlandse politiek haalt de ploeg van Ciampi, oud-gouverneur van de centrale bank, een ruime voldoende.

Zijn succes straalt af op de christen-democraten, de belangrijkste poot onder het kabinet. Het parlement moge zijn legitimiteit zijn kwijtgeraakt, Ciampi krijgt applaus, en daardoor wordt het rustiger. Trouw aan zijn rol als technocratisch bestuurder zei Ciampi dat het niet aan hem is om te bepalen wanneer er moet worden gestemd. Hij heeft ervoor gezorgd dat de voorwaarden er zijn, door de nieuwe kieswet nog voor het zomerreces door het parlement te loodsen. Het besluit moet komen van president Scalfaro, formeel na raadpleging van de partijen.

Lang bestond er onzekerheid over de vraag wat zwaarder woog voor Scalfaro: de wens van de kiezers om grote schoonmaak te houden, of de wens van de christen-democratische partij, waar Scalfaro uit voortkomt, om zoveel mogelijk tijd te winnen. Begin deze maand liet hij zijn kaarten zien. De president vertelde dat hij het parlement al had willen ontbinden toen ex-minister De Lorenzo uit handen van de justitie werd gehouden. Hij kon dat echter niet doen omdat de kiesdistricten nog niet klaar zijn. Maar hij zou de eerste de beste kans aangrijpen als de districten gereed zijn, waarschijnlijk tegen Kerstmis. De christen-democraten riepen boos dat de president het parlement alleen naar huis mag sturen als het kabinet valt, en lieten weten dat zij ervoor zouden zorgen dat dit niet gebeurde. Scalfaro's antwoord daarop was dat de wens van het volk in dit geval zwaarder weegt.

Het geeft de burger moed, maar het is wel opvallend dat Scalfaro dit pas heeft gezegd nadat Umberto Bossi van de protestpartij Lega Nord hard met de vuist op tafel had geslagen, op de hem karakteristieke rauwe en felle manier. Als er geen vervroegde verkiezingen worden uitgeschreven, beginnen we een belastingstaking, dreigde hij. En als dat niet helpt, houden we een plebisciet over het federalisme, trekken we onze tachtig parlementariërs terug uit Kamer en Senaat en beginnen we voor onszelf de Republiek van het noorden.

Na zijn dreigement barstte er een spervuur van kritiek los op Bossi. De paus, de president, de premier, de voorzitter van de Kamer, ieder op hun manier lieten ze weten dat Bossi met vuur speelt, dat Joegoslavische toestanden dreigen als Bossi echt zou doen wat hij zegt. Het is alsof de critici nooit eens de bus pakken in een willekeurige stad in het noorden, alsof ze niet willen zien hoe groot de onvrede is, de weerzin over het uitblijven van echte verandering. Als er iemand met vuur speelt, is dat de groep die verkiezingen tegenhoudt, die speelt op uitstel van executie in de hoop dat het afstel wordt. Niet de Lega Nord is de grootste bedreiging voor de eenheid van Italië, maar de weigering van de grote partijen om de woede van het noorden serieus te nemen. Bossi scheldt, beledigt, gebruikt schuttingtaal. Sommigen vinden dat prachtig, anderen nemen zijn optreden als volksmenner voor lief. Maar miljoenen mensen zien de Lega Nord als de enige hefboom voor verandering.

Het succes van de Lega is tevens het failliet van de andere partijen. De christen-democraten zijn begonnen aan een halfslachtige vernieuwingspoging. Partijleider Mino Martinazzoli probeert de vernieuwers uit het noorden te laten samenleven met de oude garde uit het zuiden. Deze laatste voelt er niets voor om haar macht op te geven, en die wordt vaak ook niet serieus bedreigd, want de Lega riekt nog teveel naar noordelijk egoïsme om in het zuiden echt voet aan de grond te krijgen. Ook de traditionele oppositie, de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS), brengt weinig vernieuwing. De partij heeft een trouwe aanhang, maar ook zij is betrokken geraakt bij het smeergeldschandaal - minder systematisch, voor minder geld en vrijwel zonder persoonlijke verrijking, maar de partij blijkt minder "anders' te zijn dan zij steeds heeft gezegd. Bovendien schurkt ze te vaak aan tegen de communistische hardliners aan, uit angst om aan de linkerzijde stemmen te verliezen, om aanspraak te kunnen maken op het label "nieuw en verbeterd'. Een poging om een nieuwe linkse eenheidspartij op te richten, de Alleanza Democratica, is links en rechts mislukt. De PDS wil alleen meedoen als zij de baas mag spelen, en Mario Segni, een voormalige christen-democraat die een beweging voor politieke vernieuwing leidt, voelt zich toch meer thuis in de schaduw van zijn oude partij, die Segni slim heeft teruggelokt met de belofte dat hij na verkiezingen premier van een nieuw kabinet mag worden.

Iedereen zegt dat het anders moet in Italië, maar de vernieuwing verloopt uiterst moeizaam. Bij de tussentijdse lokale verkiezingen die volgende maand worden gehouden, in toonaangevende steden als Rome, Napels, Genua en Palermo, zal opnieuw blijken dat de kiezers al verder zijn dan de politieke partijen. Zij willen politieke vernieuwing en bestraffing van corrupte politici. Het gevaar voor de Italiaanse politiek komt niet van een Bossi die dreigend schreeuwt dat er snel verkiezingen moeten worden gehouden. Het gevaar komt van politici die voortdurend op de rem blijven trappen.

    • Marc Leijendekker