Stasja buigt niet onder mokerslagen van 't leven

AMSTERDAM, 16 OKT. Vergis je niet in haar leeftijd: 14. Of in haar lengte: 1,45 meter. Of in haar gewicht: 34 kilo. Laat je niet in de luren leggen door haar hupse pasjes, haar wapperende paardestaart, de lachgrage lippen.

Dit meisje walst door bergen en rivieren in haar zoektocht naar Atlantis. Of is het Atlanta? Van clubs en trainers wisselend, alsof het uitgeputte paarden zijn die haar maar remmen op haar lange reis. Niet een keer kijkt ze om.

Dit meisje laat zich niet tegenhouden door sentimenten, door hunkering naar liefde, door vaag verlangen naar geborgenheid. Allemaal horzels die ze met een radslag van haar lijf jaagt. Angst, pijn, tegenslag ketsen af op haar schild van ongenaakbaarheid. Zelfs als ze zich loom neervleit in een hoek van de sofa, verraadt ze een achteloze, tomeloze kracht.

Ze vertrekt volgende week zondag naar de Verenigde Staten, naar Oklahoma City, om daar te trainen bij Steve Nuno, coach van wereldkampioene Shannon Miller. Hoe het er daaruit ziet? Geen idee. En wat haar staat te wachten? Ze weet het niet. Wanneer ze terug komt, kan ze niet vertellen. Maar die onzekerheid die deert haar niet. En dat ze haar moeder achterlaat? En haar broer die zo geweldig leren kan? “Ik kan ze toch schrijven.”

Haar ouders hebben haar nooit gepusht om te turnen. Eerder afgeremd. “Loop toch eens normaal”, smeekte haar moeder als ze buitelde en sprong op weg naar school. En als ze ook thuis niet met trainen kon stoppen: “Hou toch eens op.” Stasja Kohler, alsof ze een onderscheiding heeft ontvangen: “Ze zeggen dat ik verslaafd aan turnen ben.”

Het genot van het bewegen staat nog altijd voorop. Maar het genot van het turnen is niet voldoende. Nooit geweest. Altijd heeft ze tot de besten willen horen. Prima donna. Toen haar twee jaar geleden gevraagd werd wat ze wilde worden zei ze, alsof het ging om een beroepskeus: “Wereldkampioen”.

Buitensporige ambitie voor een meisje uit een turn-ontwikkelingsland, waar inzet en volharding al snel voor uitsloverij worden aangezien. Maar scepsis en tegenwerking hebben haar nooit kunnen weerhouden. Verder, hoger, dat was steeds haar doel. Daar had ze ook alles voor over. Daarvoor wisselde ze steeds van vereniging: De Funen, KDO, Tonido, Turning Spirit. Daarvoor breidde ze het aantal trainingsuren almaar verder uit: van 1 tot 10 tot 25 tot 29. “Elke keer opnieuw een stapje hoger.”

Als ze in woonplaats Amsterdam haar plafond had bereikt, dan ging ze wel naar het regionale steunpunt Alphen aan de Rijn, ook als moest ze daarvoor op haar elfde in een pleeggezin. En als dat zaaltje in Alphen toch te veel behelpen werd, omdat je er niet eens een vloeroefening kon doen, dan volgde ze haar trainer Gerrit Beltman wel naar Stuttgart. Logisch dat ze naar de Verenigde Staten vertrekt, nu ze in Europa niets meer heeft te leren, nu ze in Nederland geen concurrentie meer kent.

Ze zou vorig jaar al naar de VS zijn gereisd. Bela Karolyi, roemrucht trainer van vedetten als Nadia Comaneci, Mary Lou Retton en Kim Zmeskal, had haar twee jaar geleden in Nederland zien trainen. Hij had haar gevraagd voor zijn turnschool in Houston. In jaren, zei Karolyi, had hij in Europa niet meer zo'n talent aanschouwd.

Wat een gloriejaar had moeten worden, dat werd een rampjaar voor Stasja Kohler. Doktoren constateerden een groeistoornis van haar heupen, vermoedelijk veroorzaakt door de ziekte van Perthes. Een aandoening die alleen met langdurige rust was te bezweren. Topturnen kon ze wel vergeten. Voorgoed.

De reis naar de VS werd afgelast, de training tijdelijk gestaakt. Dat was in de maand dat haar vader aan een hartinfarct bezweek. Maar Stasja boog niet onder die mokerslagen van het leven. Ze weigerde zich neer te leggen bij het vonnis van de artsen. Dan maar op zoek naar andere artsen, met andere diagnoses. Ze zegt dat ze aan de gunstige afloop nooit getwijfeld heeft.

Half december vorig jaar onderwierp ze zich aan een zware operatie, waarbij een stuk bot van haar bovenbeen werd afgezaagd en de kop van de heup werd gekanteld. Dat gebeurde tegen de zin van de gymnastiekbond, die haar al had geschrapt van de ledenlijst. Maar twee dagen na de operatie liep ze alweer op haar handen door het ziekenhuis, tot schrik van de verpleegsters. En in februari deed ze alweer de eerste oefeningen, hangend aan elastieken om haar benen te ontzien. En ze zwom, nog voordat ze opnieuw leerde lopen. Vastberaden. Onverzettelijk.

In die tijd kon ze het woord "symmetrisch' niet meer verdragen. “Je loopt niet symmetrisch”, kreeg ze telkens te horen. “Je beweegt niet symmetrisch.” Een revalidatie, gericht op het hervinden van symmetrie. En toen haar lijf die evenredigheid weer had herwonnen, kwam ook al snel de techniek weer. Zij die volgens de doktoren nooit meer zou turnen, zij die door de gymnastiekbond al was afgeschreven, deed iedereen versteld staan: eind juni werd ze overtuigend Nederlands kampioen.

Op de tribune van de turnhal in Amsterdam-Osdorp zegt Stasja Kohler dat ze tijdens haar herstelperiode geen moment heeft gewanhoopt. “Ik wist dat ik beter zou worden. Ik wist dat ik niet met turnen hoefde stoppen.” Maar volgens Otto Sanders die samen met Claudia Werkhoven de training sinds begin van dit jaar heeft overgenomen, sloeg toch soms de twijfel toe. Dan was ze plotseling stil en ongenaakbaar. Opgesloten in zichzelf.

Ook de dood van haar vader hield haar nog altijd bezig. Als iemand meldde dat er een vader aan de telefoon was, schrok ze. Maar ze wilde er niet over praten. Sanders: “Ze is het laatste jaar veel opener geworden. Maar nog steeds heeft ze de neiging om zich af te sluiten als het om problemen gaat.”

Sanders vergelijkt haar graag met Mozart, ook zo'n wonderkind. Allebei kunstenaars die al op jonge leeftijd uitzonderlijke kracht paren aan uitzonderlijk talent. “Speciale mensen”, zegt Sanders, “die de ruimte zoeken om zich te ontwikkelen.”

Hij roemt haar inzet, haar motivatie, haar wilskracht. Hij zingt een loflied op haar aanleg, haar mentaliteit. En hij blijft zich verbazen. “Waar al die kracht vandaan komt? En dat dit soort krachten zich ineens verenigen in één persoon.”

Ze had alsnog naar de turnschool van Bela Karolyi kunnen gaan. Maar de oude meester traint steeds minder zelf. Daarom gaf ze de voorkeur aan het turninstituut van Steve Nuno. “Omdat ik het beste wil.”

Drie jaar zal ze bij Nuno blijven, als alles naar wens gaat. Tot de Olympische Spelen in Atlanta, waaraan ze wil meedoen. Recyclingfirma Steenkorrel heeft zich voor het leeuwedeel van de kosten garant gesteld.

En als ze niet de top kan halen? Als ze in Oklahoma City blijkt te behoren tot de middelmaat? Dan stopt ze. Want meedoen is voor dit meisje niet voldoende. Alles wil ze, en alles zal ze bereiken, en alles heeft ze daar voor over. Een turnster van alles of niks.

    • Dick Wittenberg