Schoon schip: conserveren in beeld; Scheepvaartmuseum in Amsterdam toont hoe kwetsbare collectie behouden wordt

Tentoonstelling: Schoon schip, kijken naar conserveren. T/m 9 jan. in het Nederlands Scheepvaartmuseum, Kattenburgerplein 1, Amsterdam. Di t/m za 10-17u, zo 12-17u. Vanaf 17 oktober is er om de twee weken een lezing opzondagmiddag in het museum over restaureren en conserveren.

Bezoekers aan het Scheepvaartmuseum in Amsterdam blijven gemiddeld langer door het museum dwalen dan bezoekers aan andere musea. Het museum was hierover blij verrast en kon slechts gissen naar de reden. Totdat een medewerker iemand op een heldere en vooral droge dag tegen zijn zoontje hoorde zeggen: “Nee, we gaan nog niet weg, want het gaat zo regenen.” Zo ontdekte men een onvermoed bijeffect van de blauwgrijze folie op de ramen, waarmee de geëxposeerde stukken tegen al te schelle lichtinval worden beschermd.

Zo'n voorval is tekenend voor het eeuwige dilemma van elk museum: exposeren wringt altijd met beheren en conserveren. Het compromis is dan de collectie te tonen in donkere zalen met uitzicht op eeuwige regendreiging. Het publiek is zich echter zelden bewust van de conserverende taak die een museum ook heeft. De expositie Schoon schip in het het Scheepvaartmuseum vraagt nu juist wel aandacht voor die kant van het museumbedrijf.

De tentoonstelling is ingebouwd in de basisexpositie van het museum. Zo wil het museum onderstrepen dat behoud, beheer en presentatie allemaal onderdelen zijn van één geïntegreerd museumbeleid. Op 24 plaatsen is de vaste tentoonstelling uitgebreid met verklarende teksten en voorbeelden van de hulpmiddelen die voor conservering en restauratie worden ingezet. Hoogtepunten zijn een pas geheel gerestaureerde hemelglobe uit 1613, een gerestaureerd model van de zeestomer Dempo en een midden in het restauratieproces verkerend schilderij van zeeschilder Van de Velde de Oude.

Conservering betekent overigens niet automatisch restauratie. Het tegenhouden van het verval is vaak veel belangrijker. Het oudste model uit de collectie, een votiefmodel uit 1560 van een driemastschip, laat direct zien wat dat betekent. Op een röntgenfoto van het schip is zichtbaar hoe de boeg is doorboord met twee spijkers, kennelijk aangebracht bij een vorige restauratie. Met het blote oog is verder te zien dat één van de ra's met ijzerdraad is gerepareerd. Conservering van dit model geeft nu het probleem dat een te lage luchtvochtigheidgraad het hout doet barsten, terwijl meer vocht het ijzer doet roesten. Restauratie van zo'n oud model, waarbij de spijkers weer verwijderd zouden worden, heeft echter enorme risico's. Het wordt niettemin overwogen.

Zoals veel andere musea heeft het Scheepvaartmuseum de laatste jaren met geld uit het Deltaplan voor cultuurbehoud een flinke stap vooruit kunnen doen in de conservering. Zo zijn er inmiddels 244 scheepsmodellen gerestaureerd. Het laatste model dat vlak voor de opening van de expositie gereedkwam is dat van de Dempo. In het echt voer dit zeekasteel vroeger naar Indië. Ter vergelijking is naast de herstelde Dempo een vergelijkbaar model gezet dat duidelijk nog onder handen moet worden genomen. De tuigage hangt er slapjes bij, de romp vertoont barstjes, hier en daar zijn zelfs breuken zichtbaar. De schatting is dat ook voor dit model, net als bij de Dempo, twee jaar moet worden uitgetrokken.

Met gewone en röntgenfoto's is op de expositie de restauratie van de hemelglobe uit 1613 van J. Hondius en A. Veen gedocumenteerd. Een vroegere, minder geslaagde restauratie en een forse breuk veroorzaakten zulke spanningen dat de bol van gips uiteen dreigde te spatten. Voor de restauratie moest de bol naar Londen worden vervoerd, waar een van de twee globe-restauratoren ter wereld werkt. Bij de restauratie was het noodzakelijk een gat in de bol te maken, wat de museummedewerkers het genoegen opleverde om de globe voor eens ook van binnen te kunnen bekijken. Een modelglobe op de expositie laat zien wat zij ook zagen: een houten raamwerk en het zakje met lood dat de draaiing van de globe vertraagt.

Bij de globe wordt ook het ethische probleem van restauraties aangestipt. Hoe perfect moet men het orgineel trachten te herstellen, is daarbij steeds de vraag. In dit geval is er voor gekozen om de beschadigde delen neutraal in te schilderen. Doordat die delen hier worden aangewezen is dat te zien, maar zonder die vingerwijzingen was het niemand opgevallen. De ethiek-vraag komt verderop in de tentoonstelling terug bij een mastworteltje. Het publiek wordt min of meer voor de keus gesteld of men een replica van het beeldje zou moeten maken, of men het zou moeten restaureren of dat men het slechts zou moeten conserveren. Iedere keuze laat zien hoe het resultaat zou worden.

Bij de schilderijen uit de vaste expositie zijn voor Schoon schip zogenaamde toestandsbeschrijvingskaarten gehangen, een soort tandartskaarten die de staat van een schilderij beschrijven. Ze attenderen bezoekers op allerlei onvolkomenheden die anders niet zouden zijn opgevallen. Deze en andere aanvullingen op de vaste tentoonstelling drukken de neus van de bezoeker telkens op het feit dat een museum meer doet dan exposeren.

    • Bas van Lier