"Mensen hebben geen zin meer zich ergens voor in te spannen'; "Zonder vrijwilligers stort maatschappij in'

Door bezuinigingen in gezondheidszorg en welzijnssector wordt er een steeds groter beroep gedaan op vrijwilligers. Maar het kost ook steeds meer moeite ze te werven.

ROTTERDAM, 15 OKT. Het vrijwilligerswerk staat niet hoog op de politieke agenda, zo constateerde het Tweede Kamerlid L.P. Middel (PvdA) deze week tijdens een symposium van het Nederlandse Centrum Vrijwilligerswerk (NCV). “En toch sodemietert zonder het vrijwilligerswerk de hele maatschappij in elkaar. Het is de smeerolie van de Nederlandse samenleving.”

Volgens de NCV is vrijwilligerswerk Nederlands grootste bedrijfstak met 2,7 miljoen werknemers, goed voor een half miljard produktieve arbeidsuren per jaar. Sportverenigingen, wijkbussen, hulptelefoons, buurthuizen, daklozenprojecten, en verpleeghuizen zouden zonder vrijwilligers hun voorzieningenniveau moeten terugbrengen en sommige activiteiten zouden zelfs verdwijnen.

Het aanbod aan vrijwilligers neemt echter af. NCV-directeur Th.J. van Loon meent dat de omvangrijke participatie van Nederlanders in het vrijwilligerswerk lange tijd een vanzelfsprekende zaak is geweest. “Maar de gevolgen van onder andere individualisering laten zich ook hier gelden. De vanzelfsprekendheid verdwijnt. Niet omdat het anno 1993 zo bedroevend gesteld is met onze gemeenschapszin, maar wel omdat de moderne burger kritischer en geëmancipeerder is. Zich minder gebonden voelt aan normbepalende sociale verbanden en derhalve meer vrijheid claimt voor eigen keuzes.”

Prof.dr. W.S.P. Fortuyn van de Rotterdamse Universiteit zag op het symposium, in tegenstelling tot de NCV, de ontwikkelingen zonder enige bezorgdheid tegemoet. “Als vrijwilligers worden ingezet als gevolg van de bezuinigingen, kan deze door professionals betuttelde sector terugkeren naar wat die vroeger is geweest, namelijk een uiting van burgerzin en betrokkenheid bij de eigen omgeving”, zo zei hij. Anderen daarentegen zien professionalisering als redding van het vrijwilligerswerk en vinden dat het vrijwilligerswerk moet “penetreren” in het bedrijfsleven.

Consulent T. Vermeulen van het Rotterdamse bureau Stap dat onder meer instellingen adviseert bij het zoeken naar vrijwilligers, vindt dat er meer reclame moet worden gemaakt. De aanpak van de meeste wervingscampagnes stamt volgens hem echter vaak uit de tijd dat de sociale controle in steden nog zo groot was dat het moeilijk was op een verzoek nee te zeggen. “Die aanpak werkt niet meer. Je moet mensen aanspreken op hun eigen ambities en behoeften, en die volgen vaak de actualiteit.” En dus blijkt er minder belangstelling te zijn voor karweitjes als het rondrijden van gehandicapte ouderen in de bejaardenoorden en meer voor organisaties als Amnesty International en Greenpeace.

Twee voorbeelden. De Vogelklas van K. Schot in Rotterdam-Zuid krijgt jaarlijks zesduizend gewonde vogels binnen en tracht ze weer op te lappen. Dit gebeurt met vijf vaste en betaalde krachten en 15 tot twintig vrijwilligers. “Maar het is gemakkelijker vrijwilligers te krijgen dan ze houden”, zegt secretaris M. van de Vreugde van de stichting. “We komen voortdurend vrijwilligers te kort. De mensen komen hier omdat ze graag met dieren werken. Maar velen ontdekken al gauw dat het werk voor negentig procent bestaat uit het schoonmaken van de hokken. Vertroetelen is er niet bij. Daarom verdwijnt de helft van de vrijwilligers al snel.”

De Vogelklas op het Afrikaanderplein, in 1950 begonnen toen onderwijzer Schot in zijn klas een zieke duif onder zijn hoede nam, is uitgegroeid tot een omvangrijk asiel voor talloze vogelsoorten èn tot een educatief centrum voor scholieren. Om vrijwilligers te behouden richt de Vogelklas de aandacht sinds kort op begeleiding. Er worden sollicitatiegesprekken gehouden, elke maand wordt voor de vrijwilligers een gezelligheidsavond georganiseerd, ze kunnen bestuursvergaderingen bijwonen en meegaan met de maandelijkse tocht door de natuur waar in aanwezigheid van schoolkinderen genezen vogels worden uitgezet.

Niet ver van het Afrikaanderplein, eveneens in Rotterdam-Zuid, is het verzorgingstehuis De Nachtegaal gevestigd. Er wonen 109 ouderen, er werken in totaal zeventig betaalde krachten, en acht vrijwilligers die worden ingezet voor ziekenhuisbezoek, activiteitenbegeleiding en maaltijden voor ouderen uit de buurt. Het aantal uren dat vrijwilligers werken is gemiddeld tien tot 15uur per week. Directrice A. Nieuwehuizen zou graag meer vrijwilligers hebben. Maar ze komen niet. “Vroeger was een A-viertje op de deur voldoende om een aantal vrijwilligers te werven. Nu moet ik een uitgekiende foldercampagne voeren.” Het gebrek aan vrijwilligers gaat vooral ten koste van "kleine' dienstverleningen als het wandelen en winkelen met de ouderen.

Wat is de dieper liggende oorzaak van het dalende animo om vrijwilligerswerk te doen? Consulent Vermeulen meent dat vooral het gebrek aan sociale controle in de steden het vrijwilligerswerk bepaald niet heeft bevorderd. “In dorpen kost het geen enkele moeite vrijwilligers te vinden.” Nieuwehuizen ziet de televisie als de grote boosdoener. “De mensen hebben geen zin meer om zich ergens voor in te spannen. De televisie slokt enorm veel tijd op. Bovendien versterkt televisie allerlei angstgevoelens. De mensen zijn bang geworden voor emoties. Ze zijn bang voor alles wat met ziekte en ouderdom te maken heeft.”

    • Arjen Schreuder