Mariniers VS paraat; Crisis rond junta Haïti verdiept zich

PORT-AU-PRINCE, 16 OKT. De crisis in Haïti verscherpt zich. Amerikaanse marineschepen zijn op weg naar het Caribische eiland. De mariniers van de Amerikaanse basis Guantánamo op Cuba zijn paraat voor eventuele acties.

Vrijwel al het personeel van de Verenigde Naties (VN) en de Organistatie van Amerikaanse Staten (OAS) in Haïti is gisteravond en vanochtend met spoed geëvacueerd.

In de krachtigste reactie tot nu toe op de snel slechter wordende situatie in Haïti gaf de Amerikaanse president Clinton gisteren de opdracht zes oorlogsschepen te sturen naar de wateren rond Haïti en militairen naar de marinebasis Guantánamo, die op geringe afstand van Haïti ligt. De militairen daar zijn in staat van paraatheid gebracht, aldus de speciale Amerikaanse afgevaardigde voor Haïti, Lawrence Pezzullo, op een persconferentie gistermiddag in de hoofdstad Port-au-Prince.

De Amerikaanse schepen zijn torpedobootjagers. Ze zullen worden ingezet om het woensdag door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties opnieuw afgekondigde embargo tegen Haïti kracht bij te zetten.

Het embargo gaat in de nacht van maandag op dinsdag in, als de militaire regering niet alsnog bereid blijkt te zijn tot het herstel van de democratie en de terugkeer van de in september 1991 bij een staatsgreep verdreven president Jean-Bertrand Aristide.

President Clinton zei dat de inzet van schepen en mariniers ook is bedoeld om de ruim duizend leden tellende Amerikaanse gemeenschap in Haïti te beschermen. Dit argument gebruikte de toenmalige Amerikaanse president Reagan in 1983 ook voor de Amerikaanse militaire interventie in Grenada.

Volgens Haïtiaanse radiostations zouden twee groepen tegenstanders van Aristide hebben aangedrongen op het vertrek van “alle blanke buitenlanders” uit Haïti. De gezamenlijke waarnemersmissie van de Verenigde Naties en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) heeft daarop gisteravond vrijwel al het personeel met spoed geëvacueerd naar de Dominicaanse Republiek, waarmee Haïti het eiland Hispaniola deelt.

De VN houden nog 35 man achter in Haïti, zei Dante Caputo, de speciale afgezant van VN-secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali. De missie bestond in totaal uit driehonderd mensen van veertig verschillende nationaliteiten, onder wie een Nederlandse vrouw.

Vóór hun vertrek hebben de VN/OAS-waarnemers documentatie over mensenrechtenschendingen vernietigd voor het geval "attachés' de kantoren van de waarnemers zouden overvallen. Gisterochtend verlieten ruim vijftig familieleden van Amerikaanse (diplomatieke) functionarissen Haïti. Donderdag al vertrokken de Canadese VN-politiemensen, eveneens zo'n vijftig personen.

Pag.6: Cedras wil niet weg

De maatregelen volgen op de kennelijke onwil van de militaire machtshebbers in Haïti om zich te houden aan het in juli gesloten "Akkoord van Governor's Island', waarin een schema is opgenomen voor de terugkeer van de democratie op het eiland. De een-na-laatste stap in dit schema zou het aftreden zijn van de Haïtiaanse legerleider generaal Raoul Cedras. Een datum voor diens aftreden is nooit genoemd, maar algemeen werd aangenomen dat dit gisteren zou zijn, ofwel twee weken vóór de geplande terugkeer van Aristide. Cedras is echter gewoon in functie gebleven en de terugkeer van Aristide op 30 oktober - de laatste stap van het plan - is nu uiterst onwaarschijnlijk geworden.

Het was gisteren uiterst rustig in Port-au-Prince na de schokkende moord donderdag op minister van justitie Guy Malary, vermoedelijk door zogenoemde "attachés', leden van de hulppolitie. De rust in de hoofdstad was voor een belangrijk deel afgedwongen door deze "attachés', die de eigenaren van winkels verplichtten hun zaken te sluiten. Tegen het eind van de middag was het normaliter drukke centrum van Port-au-Prince vrijwel uitgestorven. Scholen waren gesloten evenals de ministeries, de laatste in kennelijk protest tegen de moord op Malary.

In een verklaring van politie en leger in Haïti wordt de moordaanslag op minister van justitie Malary betreurd en veroordeeld als “een laffe daad”. Er is een beloning van omgerekend ruim zevenhonderd gulden uitgeloofd voor informatie die kan leiden tot de aanhouding van de daders van deze zeer professioneel uitgevoerde aanslag. Maar algemeen worden de verklaring en de beloning afgedaan als een rookgordijn, omdat zeer vermoedelijk de in opdracht van de militaire junta werkende attachés achter de moord zitten.

Een woordvoerder van de VN/OAS-missie noemde gisteren nog nèt niet de naam van politiechef Michel François, maar zei wel dat de "attachés' straffeloos konden opereren dank zij de bescherming van de militaire autoriteiten en dat zij hun wandaden uitvoerden terwijl aanwezige politie werkloos toekeek. Luitenant-kolonel Michel François wordt gezien als de werkelijke sterke man in Haïti en is in elk geval degene die in september 1991 de coup tegen Aristide op gang bracht. Aanhangers van Aristide en mensenrechtenorganisaties houden de kolonel persoonlijk verantwoordelijk voor een groot aantal moorden en verdwijningen in de afgelopen twee jaar. De aantallen slachtoffers lopen in de verschillende versies uiteen van 1.500 tot drieduizend.

In een communiqué van de VN/OAS, uitgegeven naar aanleiding van de moord op Malary, wijst de missie bovendien op “het toenemende aantal” ontvoeringen, moorden en verdwijningen in de afgelopen weken. De missie maakt melding van informatie over een massagraaf in de nabijheid van de hoofdstad waar de lichamen van de vermoorde medestanders van president Aristide zouden zijn gedumpt.

Militante tegenstanders van president Aristide hebben voor dit weekeinde protestbetogingen in Port-au-Prince afgekondigd en voor maandag - één dag voor het opnieuw ingaan van het VN-embargo - wederom een algemene staking gedecreteerd. Hoewel een meerderheid van de Haïtianen vóór de terugkeer van Aristide is, wordt uit angst voor repressailes door de "attachés' vrij algemeen gehoor gegeven aan dit soort stakingsoproepen.

Gisteren ook arriveerde de nieuwe Amerikaanse ambassadeur in Port-au-Prince, William Swing, in Haïti. Eerder deze week had Swing, een zwaargewicht van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, zijn geloofsbrieven aangeboden aan Aristide op de Haïtiaanse ambassade in Washington. Op een geïmproviseerde persconferentie voor het huis van de vorige maand door Aristide benoemde premier Robert Malval zei Swing dat het feit dat hij ondanks de huidige omstandigheden naar Haïti was gestuurd, betekent dat nog steeds wordt gehoopt op een dialoog met de militaire machthebbers.

Een naaste medewerker van de door Aristide aangewezen premier Malval, die op voorwaarde van anonimiteit sprak, zei gisteren dat er geen sprake van zal zijn dat de eerste minister zal aftreden. Hij zei ook dat “het Haïtiaanse volk” vindt dat president Clinton het niet bij woorden moet laten. “Die betekenen niets.” Volgens de medewerker zijn er na de moord op Malary “in samenwerking met bevriende naties” maatregelen genomen om de leden van het kabinet-Malval te beschermen. In Washington zei president Aristide dat de maatregelen onder andere een mogelijk onderdak van ministers in ambassades van andere landen inhouden.

Speciale afgezant Pezzullo van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken zei op zijn korte persconferentie na een gesprek onder vier ogen met generaal Cedras, dat “de excuses van Cedras” voor de gebeurtenissen van de afgelopen week “nonsens” zijn.

Niet bekend