KINDLER

In mijn artikel over Kindler (achterpagina NRC Handelsblad, 5 oktober) schreef ik over de vele fouten en hiaten die in dit naslagwerk zitten.

Ik beweerde niets ten detrimente van de Friese literatuur, en deed die niet af als “dilettantisme“. Bouke Slofstra zet dit laatste woord wel tussen aanhalingstekens in zijn brief van 14 oktober in NRC Handelsblad, maar hij kan het niet van mij geciteerd hebben. Verder beweert hij dat ik onterecht klaagde over de verhouding in aandacht voor de Nederlandtalige en Friese literatuur in Kindler terwijl hij in de daaropvolgende zin claimt dat ondergetekende niet inziet dat “hijzelf op zijn beurt nu eens de ergelijke stiefmoederlijkheid ervaart waaraan menig geletterde Fries zolang gewend is geraakt”. Slofstra is het dus met me eens dat die verhouding niet deugt.

In mijn “mislijkmakende samenloop van onkunde en arrogantie“ schreef ik evenmin dat Friese literatuur een deelverzameling is van de Nederlandse, of dat het niveau van de Friese literatuur “doodgewoon“ is. Slofstra vindt het Fries beter dan het Zwitserduits, Bretons, Noord- en Oostfries. Dat mag, maar als hij die talen net zo leest als het Nederlands heb ik weinig vertrouwen in zijn oordeel.

Overigens heb ik jarenlang voor de gedeeltelijk in het Fries gestelde kunst- en literatuurbijlage van de Leeuwarder Courant geschreven.

    • Hans Renders